'Ik? Een ster? Dat zie ik zo niet'

Andrelton Simmons is een sleutelfiguur bij Nederland tijdens de World Baseball Classic. „Plezier hebben in wat je doet is het belangrijkste.”

In de lobby van het spelershotel van Phoenix gaan de gedachten van Andrelton Simmons (23) even terug naar afgelopen maandag. De prof van de Atlanta Braves bracht Nederland aan de andere kant van de wereld in het Tokio Dome met een homerun terug in de race tegen Cuba. „Ik voelde dat ik dat moest doen voor ons team. Ik wachtte op de juiste bal, sloeg en zag hem gaan. Iedereen rende de dug-out uit. Dat gaf me zoveel energie. Schitterend was dat”, zegt de korte stop van Nederland. „Mijn vader zat thuis voor de televisie te huilen.”

Simmons groeide de voorbije weken tijdens de World Baseball Classic uit tot de revelatie van het team van manager Hensley Meulens. Zowel verdedigend als aan slag heeft hij bewezen een absolute meerwaarde te zijn. Simmons zelf blijft liever bescheiden. „Ik? Een ster? Nee, zo zie ik dat niet. Ik voel me eerder minder dan anderen. Ik doe gewoon waar ik plezier in heb en dat is honkbal. Ik geniet ervan als een klein kind. En dat wil ik zolang mogelijk blijven doen. Voor je het weet word je ouder en is alles voorbij.”

Het honkbal werd er bij Simmons met de paplepel ingegoten door zijn Arubaanse vader en zijn oudere broer Andley, die in het verleden in de Nederlandse hoofdklasse uitkwam voor Hoofddorp. „Eigenlijk weet ik niet beter of ik was met honkbal bezig. Handschoen aan en ballen vangen in het outfield. Ik speelde op het veld van Marchena in Willemstad. Dat moet wel zeer vruchtbare grond zijn voor honkballers, want andere profs als Jair Jurrjens, Kenley Jansen, Mariekson Gregorius, Hainley Statia en Jurickson Profar groeiden daar ook op. En nu sta ik met een aantal van hen in de finaleronde van de World Baseball Classic. Ongelooflijk.”

Toen Simmons vier jaar geleden zijn geboorte-eiland Curaçao verruilde voor de VS rekende hij er al niet meer op de top te kunnen halen. De rechtshandige speler sloeg een aanbieding van een club uit de Nederlandse hoofdklasse af en aanvaardde een studiebeurs voor Western Oklahoma State College en zag honkbal vooral als een hobby. „Ik wilde psychologie gaan studeren, maar ik ontwikkelde me als honkballer zo snel dat scouts me in de gaten kregen. De Atlanta Braves wilden me hebben. Mijn favoriete club. Alsof het zo moest zijn.”

Simmons zette zijn opmars voort en maakte op 2 juni vorig jaar zijn debuut in de Major League in Washington tegen de Nationals. Opeens stond hij oog in oog met toppitcher Stephen Strasburg en werd van hem als korte stop goed verdedigend werk verwacht. „Het was bijna onwerkelijk”, vertelt Simmons de ochtend voor het oefenduel van Nederland tegen de San Diego Padres. „Ik had mezelf enorm veel druk opgelegd. Ik moest en zou alles goed doen. Pas toen ik de eerste grondbal pakte kwam ik een beetje tot rust. Het echte besef dat ik in de Major League speelde kwam pas een paar weken later. Ik keek om me heen in de kleedkamer en zag al die gasten die ik van de televisie kende. ‘Ik hoor hier helemaal niet te zitten’, dacht ik. Maar ja, ik zat er wel.”

Simmons maakte indruk bij de club waar zijn landgenoten Andruw Jones en Jair Jurrjens in het verleden schitterden. Hij werd gelijk uitgeroepen tot Rookie of the Month en zou in zijn eerste seizoen op het hoogste niveau al 49 wedstrijden spelen. „Als kind was ik een groot fan van Jones en de Braves. Hij heeft voor de honkballers van Curaçao de weg geopend. Ik zou zelf heel graag een voorbeeld willen worden voor jonge honkballers van mijn eiland, maar ook voor de jeugd in Nederland. Het zou mooi zijn als kinderen dingen van mij oppikken. Plezier hebben in wat je doet is het belangrijkste.”

De vreugde straalt er bij Simmons als international van Nederland vanaf. Hij is samen met Jurickson Profar het boegbeeld van een nieuwe generatie toptalenten, die op het punt staan echt carrière te gaan maken in de Major League. „We pushen elkaar op een positieve manier. Als de één goed heeft geslagen, dan wil de ander dat overtreffen. Zo deden we dat vroeger in Willemstad en zo doen we dat nu hier bij het Nederlands team. Vooraf had ik nooit kunnen bedenken hoe mooi dit succes met Nederland is. Iedereen volgt ons op Facebook en Twitter. Ik heb nog zo’n vijftien tot twintig jaar te gaan in het honkbal. Ik zou graag mijn naam vestigen.”