Gaat het vanaf vandaag dan eindelijk beter?

In de Thaise hoofdstad Bangkok spraken 178 landen over de illegale handel in dieren en planten Er is een aantal afspraken gemaakt Maar cynici zullen wel weer zeggen: het heeft toch geen zin

Correspondent Zuid-Oost Azië

Honderd miljoen haaien per jaar.

Soms zegt één getal meer dan stapels wetenschappelijke rapporten of schokkende journalistieke reportages bij elkaar. Eén getal toont waarom na veertig jaar de strijd tegen de jacht op bedreigde diersoorten nog niet gewonnen is.

Voor cynici is één getal genoeg om te laten zien dat handelsverdragen als the Convention on the International Trade of Endangered Species of flora and fauna (kortweg CITES genoemd) niet werken. Als er iemand ergens op de wereld bereid is om te betalen, is er een visser bereid om een vin van een levende haai af te hakken en een handelaar bereid om te smokkelen.

Maar één getal kan genoeg zijn om, voorzichtig, verandering teweeg te brengen.

Vanaf vandaag zijn vijf soorten bedreigde haaien beter beschermd tegen vissers en internationale handelaren. Dat is het resultaat van de driejaarlijkse vergadering van de 178 landen die lid zijn van de Conventie betreffende de Internationale Handel in Bedreigde Plant- en Diersoorten. De afgelopen twee weken vergaderden de lidstaten in de Thaise hoofdstad Bangkok.

De leden van CITES besloten de handel in drie soorten hamerhaaien, wittiphaaien en haringhaaien aan banden te leggen. Er komt geen internationaal handelsverbod, zoals voor ivoor of neushoornhoorns wel van kracht is. Wel moeten alle aangesloten landen binnen anderhalf jaar zorgen dat er een streng vergunningstelsel komt voor de internationale handel van vinnen van de drie soorten hamerhaaien, wittiphaaien en haringhaaien. Weigeren de landen mee te werken, dan kunnen er handelssancties worden opgelegd.

Het besluit is een erkenning dat de wereldwijde haaienjacht schrikbarende proporties aanneemt. De 100 miljoen haaien die jaarlijks gedood worden staat volgens het wetenschappelijke blad Marine Policy gelijk aan 7 procent van alle haaien in de wereldzeeën. Sommige gewilde haaien zijn nauwelijks meer in bepaalde zeeën te vinden. Volgens schattingen is het aantal wittiphaaien in de Stille Oceaan de afgelopen twintig jaar met 93 procent geslonken.

China en Japan liggen dwars

Het besef dat haaien betere bescherming verdienen is niet nieuw. Maar dat er bij de lidstaten van CITES een tweederde meerderheid bestaat die voorstander is van strengere maatregelen is een novum. Vooral China en Japan zijn tegen bescherming. Hun officiële verweer is dat regionale visserijovereenkomsten geschikter zijn om de haaienvangst te bespreken. Maar de werkelijke reden is te vinden in de restaurants en op de markten van Tokio, Kobe, Shanghai en Beijing. Chinezen en Japanners zijn de grootste consumenten van haaienvinnen.

Doorgaans kregen China en Japan steun van een aantal grote exporteurs van haaienvinnen als Indonesië en India. Ook steunde een aantal arme Afrikaanse landen de Aziatische grootmachten, vaak in ruil voor ontwikkelingshulp of geld. Deze keer ging een aantal West-Afrikaanse landen als Nigeria overstag, zo bleek achteraf. De voorstanders van strengere regels zoals de EU, de VS, Egypte en Mexico beloofden dat er geld zou komen om getroffen vissers in arme landen nieuwe technieken aan te leren.

Het Wereldnatuurfonds sprak van een historisch besluit. „Dit is cruciaal in het tegengaan van deze doorgedraaide jacht die haaien met uitsterven bedreigt alleen om de markt voor luxegoederen te bevoorraden”, aldus het WWF in een reactie. Het is wellicht verstandig om niet te vroeg te juichen. Decennia geleden besloten de leden van CITES de handel in ivoor en neushoornhoorns te verbieden, een strengere maatregel dan nu genomen is met haaienvinnen. Toch is de handel in deze bedreigde dieren nog steeds levendig.

Net als bij de haaienvinnen is de onstilbare honger van steeds rijker wordende Chinese consumenten de belangrijkste reden dat de gruwelijke jacht in Afrika weer opleeft. In zijn openingsspeech vorige week zondag, wees John Scanlon, de secretaris-generaal van CITES, op het lot van de Afrikaanse neushoorn en olifant. „Wij zijn getuigen van een zorgwekkende toename in de jacht en handel van Afrikaanse olifanten en neushoorns voor hun ivoor en hoorns. Deze trend kan de vooruitgang die de afgelopen decennia is geboekt tenietdoen en het voortbestaan van deze dieren bedreigen.”

Uit onderzoek van Traffic, een ngo die handelsstromen van bedreigde diersoorten in kaart brengt, blijkt dat alleen al in Zuid-Afrika het aantal gedode neushoorns de afgelopen vijf jaar is gestegen van dertien in 2007 tot 650 vorig jaar. Chinese en Vietnamese consumenten hebben de Amerikaanse en Europese plezierjacht verdrongen als grootste gevaar voor neushoorns, constateert onderzoeker Jo White van Traffic in een onderzoek uit 2011. Hoorns van de neushoorn gelden in Vietnam als een probate oppepper na een avondje stevig drinken en eten. Ze worden ook gebruikt als een traditioneel kankermedicijn en als afrodisiacum.

Overweldigende vraag naar hoorns

Internationale handel in neushoornhoorns is al dertig jaar verboden onder het CITES-verdrag. Maar door de overweldigende vraag uit China en Vietnam schieten de prijzen van de hoorns op de illegale markt omhoog, waardoor stropers en handelaren bereid zijn lange celstraffen te riskeren. Eén kilo neushoornhoorn, dat uit keratine bestaat, net als menselijke vinger- en teennagels, brengt ongeveer 40.000 euro op.

De Zuid-Afrikaanse delegatie in Bangkok heeft geen officieel voorstel ingediend, maar zegt bereid te zijn te luisteren naar stemmen die de handel willen legaliseren. De gedachte is dat het opheffen van het handelsverbod de weg vrij kan maken voor gereguleerde en gecontroleerde neushoornboerderijen, gerund door gespecialiseerde boeren en bedrijven. De markt op een legale en minder wrede manier verzadigen zou beter en effectiever zijn dan illegale handel bestrijden, is de logica. In 1999 en 2008 gaven de landen CITES al eens toestemming de regels zo aan te passen dat legaal en eenmalig buitgemaakt ivoor mocht worden verkocht.

Onderzoekers en de milieubeweging vrezen dat meer ivoor op de markt de vraag aanwakkert. Consumenten, zoals Chinezen, komen in contact met producten van ivoor en verlangen naar meer. Handelaren zouden kunnen proberen hun illegale ivoor als legaal te verhandelen, waardoor consumenten in de war raken.