'Er komt heel veel op rechters af'

De rechtspraak hoeft geen geld in te leveren, in deze tijden van bezuiniging. Wel wordt het geld opnieuw verdeeld om de werkdruk beter te spreiden. Er gaat meer geld naar strafrecht en minder naar de civiele rechtspraak. Twee rechters – een civiele en een kinderrechter – toonden hun werkweek.

Om tien voor negen rijdt kinderrechter Wendy Vierveijzer haar rolkoffertje de zittingszaal in. Ze schiet in haar toga en ordent wat dossiers , tot de bode zacht op de deur klopt om de eerste zaak aan te kondigen.

Om tien voor half één die middag is de ochtendzitting klaar. Een bezorgde vader heeft dan net de zaal verlaten. Hij wil niet dat zijn vrouw contact heeft met zijn zoon. Vierveijzer wil geen besluit nemen voordat ze de moeder weer heeft gesproken.

In 3,5 uur tijd heeft ze dan al het toezicht op tien kinderen door jeugdzorg verlengd. Negen keer met een jaar, één keer korter. Bij zes van de kinderen verlengde ze ook hun uithuisplaatsing. In één geval ging het om een baby’tje. Er kwamen vier moeders naar de zitting, twee vaders, één jongen van vijftien en zes voogden. Op alle dossiers had Vierveijzer van tevoren groot de naam van het kind geschreven, zodat ze zich niet kon vergissen.

Vierveijzer was geduldig bij de moeders die moesten huilen. „Ik zie dat het u emotioneert”, maar keek ook geregeld op de klok achter in de zaal. Ze ergerde zich aan de voogd die opzichtig kauwgum kauwde. Ze dronk zeven minuten koffie met de griffier. De ochtendzitting liep een kwartier uit.

In haar werkkamer vertelt ze die middag dat ze alle dossiers leest voor een zaak. „Maar niet alles even intensief.” Een getuigenverklaring van een buurvrouw „die eigenlijk niets gezien heeft” scant ze „diagonaal”. Ze slaat altijd ten minste één detail uit het dossier op in haar hoofd dat ze terloops noemt tijdens de zitting. „Zo laat ik merken dat ik het dossier goed ken.”

Vandaag is er geen tijd voor een lunchpauze. Ze sorteert alvast de stukken die ze mee naar huis kan nemen voor de raadkamerzitting die ze donderdag heeft. Dan beoordelen drie rechters of de voorlopige hechtenis van verdachten verlengd wordt. Vierveijzer is officieel vrij op woensdag, maar werkt de ochtenden „vaker wel dan niet”. ’s Middags houdt ze vrij voor haar kind.

Anderhalve week na publicatie las Vierveijzer het manifest dat een groep raadsheren uit Leeuwarden heeft geschreven. Eerder kwam ze er niet aan toe. De raadsheren vinden, onder meer, dat de werkdruk te hoog is voor rechters. Vierveijzer herkent hun conclusies, al voelt zij zich niet overvraagd. Maar er komt wel „heel veel op je af” als rechter, zegt ze. Vierveijzer spreekt recht op precies die terreinen waar de meeste werkdruk wordt ervaren: jeugd-, straf- en familierecht. Gisteren werd bekend dat meer geld naar strafrecht zal gaan, onder meer omdat de zaken steeds ingewikkelder worden.

Voor Vierveijzer uit de werkdruk zich ook op een andere manier. Sinds zij tien jaar geleden rechter werd, is de rechtspraak steeds centraler georganiseerd. Ze vindt dat goed, „omdat een rechtbank in Groningen niet anders moet beslissen dan de rechtbank in Arnhem”. Het gevolg is wel dat er nu tal van overleggen zijn „waarvan min of meer wordt verwacht dat je er bij bent”. Bijvoorbeeld het landelijk overleg voor de voorzitters van de sector familierecht, een expertgroep jeugdrecht en bijeenkomsten van de Raad voor de Rechtspraak. „Er zijn altijd stukken te lezen en te beoordelen.”

Tijd om alle relevante jurisprudentie te lezen, heeft ze niet binnen kantooruren. De vicepresident van haar afdeling maakt een voorselectie, die tijdens een maandelijkse lunchvergadering wordt besproken. Ze heeft niet het gevoel dat ze geen goede beslissingen kan nemen. „Het gaat toch om de feiten en hoe je die weegt.” Bovendien veranderen wetten en regels bij „jeugd” minder snel dan bijvoorbeeld bij „bestuur”.

Vierveijzer doet van alles naast de zittingen. Ze is voorzitter van een kennisclub jeugdstrafrecht. Ze zit in de wrakingskamer en in de commissie van toezicht van een jeugdgevangenis. Ook staat ze als persrechter de media te woord bij publicitair gevoelige zaken. Officieel hoort ze daarom minder ingeroosterd te worden voor zittingen, maar dat gebeurt niet.

Ze is selectiever geworden in wat ze doet. „Je kunt niet overal bij zijn.” Een bijeenkomst waarin een nieuwe werkwijze van jeugdvoogden wordt gepresenteerd slaat ze over. Een teamoverleg waar eens drie kwartier over hetzelfde werd gesproken, verliet ze voortijdig.

Ze werkt vaak ten minste één avond in de week thuis, meestal om zittingen voor te bereiden. Het zou veel uitmaken als dossiers digitaal beschikbaar waren. Nu neemt ze voor een raadkamerzitting alleen mee naar huis wat toevallig dubbel in het dossier zit, want het volledige dossier moet beschikbaar blijven op de rechtbank. Tijdens haar werkdagen is er meestal geen tijd voor inspiratie of reflectie. „Een interessant boek, over de ontwikkeling van het puberbrein, lees ik in de trein.”

In haar functioneringsgesprekken krijgt ze te horen dat haar zaken niet te vaak worden aangehouden. Dat is belangrijk, want als een zaak meerdere malen op zitting moet komen krijgt de rechtbank toch maar één keer geld. Met de kritiek uit het manifest op het financieringssysteem is ze het eens. „Als een rechtbank minder vonnissen levert, krijgt die het jaar erna minder geld. Terwijl je ook kunt denken: er moet geld bij want ze redden het niet.”