'Een schouwburgdirecteur moet het publiek goed gidsen'

Ellen Walraven (1967), oud-directeur van De Balie, is de nieuwe directeur van de Rotterdamse schouwburg.

Onverwacht: een voormalig directeur van een links-intellectueel bolwerk in Amsterdam die een schouwburg gaat leiden voor een breed Rotterdams publiek.

„Iedereen verlangt naar inhoud en kwaliteit, dat weet ik zeker. Deze schouwburg heeft een lange traditie van inhoudelijk sterke directeuren: Carel Alons, Jan Zoet. En Rotterdam als stad van ondernemers en doeners, daar voel ik me ook thuis.

„Ik ga van de schouwburg geen Rotterdamse Balie maken. Maar er valt in Rotterdam wel een gat door het verdwijnen van De Unie. Mijn kracht is dat ik politieke onderwerpen in een culturele vorm kan gieten, en andersom. De taak van een schouwburg in de Randstad anno nu omvat veel meer dan alleen het programmeren van theater: thema-avonden, debatten, dat heb ik in de Balie vier jaar gedaan.”

Kunt u Rotterdammers uit alle bevolkingsgroepen aanspreken?

„Ik geloof niet in het onderscheid tussen high brow en low brow. In Amsterdam lag in het kader van een culturele zomerprogrammering eens een dansvloer op het Leidseplein. Dansers van festival Julidans gaven er workshops aan omstanders, amateurdansers toonden hun kunnen en de vloer werd bewaakt door uitsmijters van The Bulldog. Het Rotterdamse Schouwburgplein schreeuwt om zo’n programmering.”

De bezoekcijfers in Rotterdam laten te wensen over.

„Onder Jan Zoet is het flink verbeterd, naar 150.000 per jaar. En er zijn goeie initiatieven ontwikkeld om een ander type bezoeker binnen te krijgen: concerten, dansavonden. En dan proberen ze te behouden!

„Bezoekers goed gidsen, dat is een taak van een schouwburgdirecteur. Lijkt het politiek satirisch theater van een groep op Koefnoen? Dan moet je daarnaar verwijzen.”

Hoe gaat u een groter publiek voor de schouwburg winnen?

„Bij Toneelgroep Amsterdam, waar ik nu nog werk als dramaturg, hebben we goede randprogrammering bedacht, zoals het programma Sterren kijken, waarin een bekende Nederlander een voorstelling nabespreekt, zoals Daphne Deckers bij Nora. Over een vrouw die een façade ophoudt kan Daphne Deckers andere dingen vertellen dan een Ibsen-deskundige. Als zij dan vervolgens in RTL Boulevard zegt dat ze bij Nora was, is dat mooi. Een theater moet geen gesloten bastion zijn, maar zijn kennis delen. Bij The National Theatre in Londen geven acteurs workshops spreken in het openbaar. En van de technici kun je leren timmeren. Dat is mijn droom: een plek voor iedereen.”

Wat zijn de uitdagingen voor de Rotterdamse schouwburg?

„Het zijn moeilijke tijden; het maatschappelijk draagvlak voor kunst is wankel. Daarom is transparantie cruciaal. Publiek en politiek moet steeds weer horen waarom het ertoe doet, en waarom het geld kost. Met ’t Barre land nodigden we in Utrecht gemeenteraadsleden uit om te komen eten, en dan vertelden we over ons werk. Ook heb ik voorstellingen geprogrammeerd voor politici; met een borrel met acteurs. Dat soort ambassadeurswerk is belangrijk.

„Directeuren van de Rotterdamse schouwburg hebben zich altijd met cultuurpolitiek bemoeid, en het belang van kunst steeds opnieuw verdedigd. Ik vind het mooi om in die traditie te staan.”