Een Hongaar die zich niet begrepen voelt

Premier Orbán begrijpt de kritiek niet dat hij de democratie afbreekt. „Ik voel me niet geïsoleerd”, zegt hij over de Europese christen-democraten.

Sommige buitenlandse journalisten dachten gistermiddag dat zij vooral de decoratie waren geweest in het beeld van de Hongaarse premier Viktor Orbán voor zijn eigen burgers: hun politieke leider tegen de rest van de wereld. Met als inzet de zwaar omstreden herziening van de grondwet in zijn land.

Orban hield in Brussel, net voor het begin van de EU-top van regeringsleiders, een ‘internationale persconferentie’. Hij dacht, zei hij, dat er veel vragen voor hem waren. Maar had híj dan antwoorden of een uitleg?

Vanuit Europa en de VS kreeg Orbán harde kritiek op de aanpassingen in de grondwet, die begin deze week werden aangenomen door het parlement – waar Orbáns partij de absolute meerderheid heeft. De macht van het Constitutioneel Hof, dat toeziet op nieuwe wetten, wordt fors ingeperkt. En wetten die eerder waren afgewezen door het Hof, werden opgenomen in de grondwet.

Maar Viktor Orbán had nog niet eens ‘het begin van een bewijs’ gezien dat zijn land iets deed wat ondemocratisch was. „Feiten, daar gaat het om. Niet om politieke opinies. Hebben jullie de teksten gelezen? Begrijpen jullie die? Het Hongaarse parlement hééft geen wetgeving aangenomen die de macht van het Constitutionele Hof beperkt.”

Bedoelde de premier dat ook de Duitse bondskanselier, de regering in Washington en de Europese Commissie het niet hadden begrepen? „We gaan in gesprek met iedereen die vragen heeft”, zei Orbán. „Zoals je dat doet in Europa en zoals wij de afgelopen jaren steeds hebben gedaan met de Europese Commissie.”

De Commissie had de afgelopen jaren grote bezwaren tegen de mediawet in Hongarije en voerde procedures tegen wetten die de onafhankelijkheid van de centrale bank bedreigde, er waren twijfels over de privacybescherming en over de wet die rechters eerder met pensioen stuurde – die zou bedoeld zijn om van lastige rechters af te komen. Orbán zei gisteren: „Nu mogen de leden van onze rechtbanken drie jaar later met pensioen. Ik zou graag willen dat dit het grootste democratische probleem was in Europa.”

Van de ophef nu begreep hij niets. Het Hongaarse parlement werkte al vanaf februari aan de grondwetswijzigingen. „We hoorden niets. Ook de Raad van Europa (die toeziet op democratie, rechtsstaat en mensenrechten, red.) was stil. Drie dagen voor de stemming was er onrust. Eén dag ervoor kwam er telefoon uit Brussel: ‘U moet de stemming uitstellen.’ Is dat niet absurd?”

Maar al was er nu wéér gedoe met de Commissie en waren er wéér Europese politici met felle kritiek, Orbán had niet het gevoel dat hij alleen kwam te staan in Europa. Hij was eerder op de dag bij een vergadering geweest van de Europese Volkspartij (EVP) van Europese christen-democraten waar zijn partij bij hoort. „Het was geen geweldige bijeenkomst, maar we hebben goed gediscussieerd. Ik voel me niet geïsoleerd.”

De christen-democratische zusterpartijen steunen hem nog. „We wachten het onderzoek van de Europese Commissie en de Raad van Europa af”, zegt CDA-Europarlementariër Corien Wortmann, vicevoorzitter van de EVP. Maar volgens haar had EVP-voorzitter Wilfried Martens, oud-premier van België, afgelopen week door de telefoon „een duidelijke boodschap” voor Orbán. „Als uit het onderzoek komt dat er iets niet in klopt, moet Orbán de adviezen opvolgen.”

Op de EVP-bijeenkomst hadden de christen-democraten het daar nog „diepgaand” over willen hebben, zegt Corien Wortmann. „Maar toen we eraan toe kwamen, was Orban al naar zijn persconferentie.”

In het gebouw van de Europese Raad van regeringsleiders zaten meer dan honderd journalisten in een zaaltje op hem te wachten. Hij kreeg de vraag die volgens zijn christen-democratische zusterpartijen nu een opdracht is: zou hij de aanpassingen in de grondwet ongedaan maken als de Commissie en de Raad van Europa dat nodig vonden? „Wij denken er niet aan om iets terug te draaien. Wij stappen naar voren en gaan de discussie aan. Maar ik zeg u: er staat niets in onze grondwet dat u niet ook kunt terugvinden in andere grondwetten in Europa.”