Druk op EU om wapenembargo Syrië op te heffen

Frankrijk en Groot-Brittannië willen nu echt van Assad af. Zij willen wapens aan de rebellen leveren, desnoods zonder steun van Europa.

Een rebel eerder deze week in Aleppo, dat deels in handen is van het regime, deels van rebellen. Foto AFP

Als we écht van Assad af willen, dan moet het gemeenschappelijke Europese buitenlandbeleid maar even helemaal overboord. Dat is de strekking van uitspraken van de Franse president Hollande en de Britse premier Cameron over het EU-wapenembargo tegen Syrië, op en rondom een EU-top in Brussel. Vanochtend was de top nog gaande.

Hollande en Cameron willen het bestaande wapenembargo tegen Syrië zo snel mogelijk opheffen, om wapens te kunnen leveren aan Syrische rebellengroepen. Ze willen niet wachten tot andere EU-landen daarvoor toestemming geven. „Mochten een of twee landen toevallig een blokkade opwerpen [...] dan zou Frankrijk zijn verantwoordelijkheid nemen”, zei Hollande gisteren.

Alleen door de rebellen meer vuurkracht te geven zou president Bashar al-Assad tot onderhandelingen kunnen worden gedwongen, menen de Fransen en de Britten. Formeel moeten alle 27 EU-landen beëindiging van het wapenembargo goedkeuren. Onder meer Duitsland, Nederland en Zweden houden vast aan het embargo dat dateert uit 2011. Destijds, bij het begin van de opstand in Syrië. was het samen met een reeks sancties bedoeld om Assad te dwingen het geweld tegen burgers te staken.

Maar „vooral de Russen” blijven het Syrische leger gewoon wapens leveren, zei Hollande. Frankrijk kan op zijn beurt de Syrische rebellen alleen bewapenen als het embargo sneuvelt.

Cameron wil verzet van andere landen desnoods negeren. „We zijn nog steeds een onafhankelijk land. We kunnen een onafhankelijke buitenlandse politiek voeren”, zei hij.

Premier Rutte (VVD) zei het bewapenen van de oppositie als „risicovol” te beschouwen. Hij wees erop dat het embargo onlangs nog is verlengd met Franse en Britse steun, maar zei wel open te staan voor een discussie over herziening.

In Den Haag, en ook in Berlijn en Washington, bestaat de vrees dat de wapens in handen vallen van de verkeerde (extremistische) groeperingen binnen de oppositie. Franse diplomaten verklaarden tegenover persbureau Reuters dat Parijs onder meer luchtdoelraketten wil leveren aan specifieke, gematigde groepen.

Het embargo is eigenlijk een zaak voor de EU-ministers van Buitenlandse Zaken, die er pas in mei over zouden overleggen. Door de zaak nu al op de top van regeringsleiders aan de orde te stellen verhogen Hollande en Cameron de druk op Rutte en de Duitse bondskanselier Merkel.

Merkel maande in Brussel tot „voorzichtigheid”. Ze waarschuwde dat Assads bondgenoten opheffing van het embargo als vrijbrief kunnen zien om hem meer wapens te leveren.

De discussie over het embargo legt binnen de EU een kloof bloot die al zichtbaar was tijdens het Libië-conflict in 2011. De Fransen en de Britten grepen toen militair in, terwijl Duitsland zich afzijdig hield en de interventie bekritiseerde. Ook nu bestaat grote Duitse scepsis over geweld als middel om leiders in de Arabische wereld tot de orde te roepen.

De Fransen en Britten zijn het over veel in de EU oneens, maar werken op defensiegebied nauw samen. De twee landen, met elk een permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad, delen de frustratie over de langzame besluitvorming in Brussel.