De wereld vanuit een tank

Dit nooit meer, wordt zowel in Europa als Israël gedacht. Alleen denken ze in Israël niet nooit meer oorlog, maar ‘nooit meer met ons’.

Wie vanaf de luchthaven Ben Gurion, nabij Tel Aviv, naar Jeruzalem moet, kan kiezen uit twee wegen. Snelweg nummer 1, doorgaans druk en bij vlagen steil, ligt binnen Israëls grenzen. De regionale weg 443 – nieuwer, sneller, comfortabeler – voert over door Israël bezet Palestijns gebied. Langs controleposten, uitkijktorens, Palestijnse dorpen, Joodse nederzettingen, muren en hekken.

Een anekdote over een taxichauffeur, die Diana Pinto aanhaalt in haar boek Israel has moved, is zeer tekenend. Op het vliegveld vraagt de chauffeur Pinto of ze Israël vaker bezocht, en besluit na haar bevestigende antwoord route 443 te nemen. Ze is een van hen, heeft hij blijkbaar geconcludeerd.

Hij vergist zich. Pinto is een Joodse historica uit Parijs, naar eigen zeggen zonder zionistische idealen. Arik, de taxichauffeur, is een in Israël geboren zoon van Marokkaanse Joden, die vindt dat Israël recht heeft op het bezette, Bijbelse gebied. Toch is hij geen extremist, schrijft Pinto, maar een alledaagse patriot. Na vier ritten met Arik besluit ze: ‘Zijn zionistische droom heeft echter weinig gemeen met de idealen van de Azjkenazische [Europees Joodse] stichters van de beginjaren van de staat.’

Over de kloof tussen Europese Joden in de diaspora en de in Israël geboren Joden, en over het verschil van idealen tussen de eerste en de huidige generatie Israëliërs, gaat dit boek. Pinto betoogt dat Israël verschuift. Steeds verder weg van zijn beginselen. Steeds verder van Europa. In tien korte hoofdstukken – het boek telt amper tweehonderd pagina’s, bezoekt Pinto verschillende plekken in Israël om haar theorie te testen. Het vliegveld, een vredesconferentie, een winkelcentrum. Ze ontmoet oude bekenden, en beschrijft op beeldende wijze wat ze hoort en ziet – en wat ze daarbij denkt. Daardoor houdt het boek het midden tussen een reisverslag en een cultuurhistorisch werk. Het is een aardige inleiding voor wie nooit voet in Israël zette en biedt de kenner stof tot nadenken.

Volgens Pinto ligt de oorsprong van de scheuring tussen Israël en het oude continent in de verschillende lessen die Israël en Europa uit de Holocaust hebben getrokken. Nooit weer – die gedachte delen ze. Maar Europa vult aan: nooit weer oorlog en rassenzuivering. Nooit meer onderscheid op basis van etniciteit of religie. Israël denkt daarentegen: dit mag nooit weer gebeuren met óns. Daarom maakt Israël juist wél onderscheid op basis van etniciteit en religie.

Pijnlijke thema’s

Israël heeft een vertekend wereldbeeld, schrijft Pinto. Het beziet de wereld door een loop van een tank. Vanwege zijn bedreigende omgeving, zou Israël steeds verder afdrijven van zijn verlichte, sociaal-democratische wortels. Die idealen worden verruild door etnische politiek. Israël keert zich steeds meer naar binnen en trekt zich terug in een eigen parallelle wereld, los van Europa.

Dit betoogt Pinto overigens zonder zichtbaar spoor van weemoed. Sterker, ze is vol bewondering over Israëls overlevingsdrang, en gelooft dat Israël het zonder Europa en haar waarden kan rooien, vanwege zijn sterke IT-sector, die Israël onvermijdelijk in de armen van Azië duwt. Israël gelooft niet meer dat sociale gerechtigheid de vrede brengt die het voortbestaan van de staat garandeert, aldus Pinto. De hoop is gevestigd op innovatie, handel en zakendoen. Globalisering doet de rest.

Pinto verplaatst zich zozeer in het Israëlische perspectief, dat de hele bezetting van de Palestijnse gebieden in haar introductie niet eens ter sprake komt. Maar Pinto mijdt geen – in Europese ogen – pijnlijke thema’s, als de discriminatie van de Arabische inwoners van Israël, de ondemocratische macht der rabbijnen, de pogingen van extreemrechts om andersdenkenden te demoniseren.

De meest treffende anekdote in het boek komt van een terras, waar Pinto een oude Duitse vriend ontmoet. Als de serveerster hem vraagt waar hij vandaan komt, zegt hij – beschaamd: Duitsland. De serveerster roept meteen dat ze zo graag naar Berlijn wil. De associatie met nazi’s heeft ze niet meer.

Bubbel

Deze losse observaties geven het boek een verfrissende, lichte toon, in het doorgaans zo statische en verwijtende debat over Israël. Maar het is jammer dat Pinto zulke voor de hand liggende, toeristische plekken opzoekt. Een souvenirwinkel in de oude stad van Jeruzalem. Een souvenirwinkel op het vliegveld. Restaurants. Daarbij registreert ze wel wat ze ziet, maar doet ze geen eigen onderzoek. Ze fantaseert over wat een groep ultra-orthodoxe Joden van de seculieren moet denken. Maar ze vraagt het hen niet. Daardoor blijven haar beschrijvingen nogal oppervlakkig.

Een ander bezwaar tegen het boek zijn de talloze metaforen die Pinto gebruikt. Israël is een tent, vanwege zijn diaspora. Israël is een bubbel, omdat het in zijn eigen wereld leeft. Israël is een aquarium, waar exotische vissen zwijgend door elkaar zwemmen, zonder te botsen. Tja. Krijgt de lezer in zijn Europese leunstoel zo een scherper beeld?

Nog minder overtuigend is de scène waarin een ultra-orthodoxe kennis van Pinto graag ultra-koosjer wil eten. Zijn bezwaar tegen organismen in zijn groenten en salade is volgens Pinto een extra bewijs dat Israël Azië nadert. Boeddha wilde immers ook niet dat zijn volgelingen insecten doodtrapten.

Ook zwak is dat Pinto pas in de slotalinea haar mening blootgeeft en op taxichauffeur Arik reageert. Ze schreef dit boek voor gewone mensen als hij, schrijft ze. ‘In de hoop dat zij door politieke participatie Israël kunnen terugbrengen naar zijn vroegere bescheidenheid en zijn humanistische waarden, voor het te laat is.’ Over de rampspoed die Israël door zijn hubris tegemoet zou gaan, laat Pinto zich niet uit. ‘Maar deze prettige status-quo (voor Israëlische Joden) zal niet eeuwig duren.’