De Nederlander bestaat niet. Welles!

Het Boekenweekessay

Nelleke Noordervliet: De leeuw en zijn hemd. CPNB, 64 blz. € 2,50***

Zelfrelativering is een vorm van arrogantie. En zo getuigt de keuze voor een Boekweekthema als ‘Gouden tijden, zwarte bladzijden’ ook van enig historisch narcisme. Nu is dat een mooi onderwerp dat de gesprekken en verhalen er de komende week alleen maar beter op zal maken. Maar wat verstrekt ons eigenlijk de eer om zo bovenmatig in onszelf geïnteresseerd te zijn? Dat is de vraag die Nelleke Noordervliet in haar Boekenweekessay stelt. In De leeuw en zijn hemd gaat ze op zoek naar de wortels van ons Nederlanderschap. Prinses Máxima kan wel hebben verklaard dat dé Nederlander niet bestaat, Noordervliet vindt het wat overdreven ons bestaan te ontkennen. Maar dan rest de vraag: wat is een Nederlander?Noordervliet zoekt het antwoord in ons verleden. Als een soort embedded journalist keert ze terug naar de Gouden Eeuw en eindigt in de jaren vijftig wanneer met de terugkeer van Joden uit de kampen, collaborateurs uit Duitsland en Nederlanders uit Indië vele identiteiten en belaste verledens naast elkaar komen te staan. Met de kennis van nu gaat ze op pad en stelt ze vragen aan handelaren, profiteurs en uitgestotenen. En met die kennis van nu is het dan bijvoorbeeld makkelijk om de morele verwerpelijkheid van de slavernij ter sprake te brengen. Toch pakt haar opzet goed uit – distantie maakt plaats voor betrokkenheid. En dat is wat uit De leeuw en zijn hemd spreekt en waardoor het eenprettig leesbare, korte geschiedenis is geworden, geschreven met gevoel voor ironie.Het Koningshuis wordt nog even op zijn nummer gezet. Dan staat er: ‘In 2013 zal de huidige Prins van Oranje vast wel op 30 november in een historische re-enactment de rol van zijn voorvader spelen. Ik huiver bij de gedachte aan die poppenkast. Alsof het Koninkrijk een vooruitgang was. We zijn dan wel gewend aan de Oranjes, maar zijn in diepste wezen een republiek.’ Uiteindelijk loopt Noordervliet met Johan Huizinga op en vertelt hem over haar zoektocht. De ambities van het kleine boekje worden dan waar gemaakt: de twee komen samen tot de conclusie dat de Nederlander iemand is die een historische canon relativeert, in het comfortabele besef van de eigen grootheid.