De letter van het contract

‘Mijn ouders denken nog steeds dat ik in de reclame werk’, zei de als journaliste ontmaskerde ex-prostituee Patricia Perquin vorige week in Libelle. Heerlijk stuk, zeker in de wetenschap dat de moeder aller damesbladen geen columns meer van Perquin hoeft nu blijkt dat ze slechts in deeltijd haar lichaam heeft verkocht. Een halve hoer, daar doet de Libelle het niet voor.

Intussen leest het interview als een roman: ‘Ze is warm, pakt tijdens het gesprek geregeld mijn arm vast en spreekt zorgvuldig, alsof ze geen fouten wil maken met haar formuleringen.’ Steeds heeft Perquin het over geheimhouding, ontdekking en bedrog: ‘Nu realiseer ik me dat ik mijn ervaringen altijd als een geheim met me mee zal dragen.’ Ook leuk: ‘Ik check altijd alle feiten, ik wil zeker weten dat alles klopt.’

Geldt dat laatste ook voor Perquins bewering dat de contracten voor ‘boek vier, vijf en zes’ al zijn getekend? Het zullen, naar de definitie van de Librisjury wel Ikea-romans worden: ‘een bouwpakket bestaande uit een handvol personages, een groot geheim in het verleden, tegengestelde belangen [...], een verliefdheid hier of juist verdriet over een verbroken relatie daar’.

‘Ikea-roman’ is leuk gevonden (al is het een beetje een Ikea-woord), maar het woord van de week is van Peter Buwalda. In zijn uitstekende Kellendonk-lezing muntte hij ‘contractschrijver’. Dat is de auteur die zich door een contract gebonden voelt aan zijn lezers – en die vindt dat hij hun tot op zekere hoogte moet geven wat zij verwachten. Vandaar dat Buwalda een woest idee voor zijn tweede roman opzij schoof en begon aan een boek dat meer op Bonita Avenue zal lijken. Dat zijn precies de keuzes die literatoren al jaren maken, maar die ze doorgaans proberen te verbergen achter een rookgordijn van inspiratiepraat.

Natuurlijk zijn er altijd redenen voor contractbreuk. Van hele slechte (ik droomde dat drie ambitieuze jonge schrijvers bij een gerenommeerde uitgeverij een erotische trilogie gingen publiceren – het moet niet gekker worden) tot hele goede, zoals het verlangen om zonder de last van het eigen imago een uitzonderlijke roman te schrijven. Gisteren sloeg ik het heruitgegeven Gstaad 95-98 van Marek van der Jagt open en las: ‘Mijn Mathilde. Zij was echt, ik was namaak. Als zij stierf, hield een leven op, als ik stierf, zou alleen een spel ophouden.’ Patricia Perquin is verzonnen door Arnon Grunberg.