Ciazio Rozenblad

Maandag ging het hier over Alexander Visotski (11), die zijn leven in asielzoekerscentra en vreemdelingengevangenissen doorbracht, van angst een jaar niet sprak en nu de hoogst mogelijke Cito-score haalde.

Dinsdag, terwijl een getroffen lezer juist mooie boeken en een iPad naar Alexander stuurde, zat Ciazio Rozenblad al zes dagen gevangen.

Dit bleek gisteren. Ciazio is een ander uiterste: achttien jaar oud, maar door een IQ van 48 sociaal-emotioneel niet verder dan een kind van acht. Vorige week woensdag is hij door de politie in Amsterdam-Zuidoost in de cel gezet, toen hij op straat geen identiteitsbewijs kon tonen: illegaal. Vijf dagen lang mocht hij niemand zien of spreken. Ciazio’s moeder en de schoolpsycholoog waarschuwden de politie meteen dat ze de facto met een kind te maken hadden: bij illegalen bleek dit van ondergeschikt belang. De zesde dag is hij naar het uitzetcentrum op Schiphol gebracht.

Jerney van Gennip kent Ciazio al sinds zijn twaalfde. Een „schattig, vrolijk jongetje”, zegt ze. Zij is vertrouwenspersoon van de Stichting Orion voor speciaal onderwijs, waar Ciazio kokshulp leert worden. Gisteren zag ze hem terug. Normaal hoorde je altijd het kind in hem, zei ze. „Maar ze hebben hem als crimineel behandeld. Hij ís er gewoon niet meer.”

Acht jaar geleden kwam Ciazio uit Suriname met zijn tweelingbroer Dwane: vader uit beeld, oma te oud voor de zorg, moeder vooruit gegaan naar Nederland. Een verblijfsvergunning leek geen probleem, maar Ciazio’s moeder maakte een ongelooflijke fout: verhuisd, adres niet doorgegeven, cruciale brief gemist. Daarna was de IND onverbiddelijk.

In het uitzetcentrum op Schiphol heeft een Arabische jongen Ciazio zijn eigen telefoonkaart gegeven. Dinsdag belde Ciazio voor het eerst met Jerney. Ze hoorde alleen een enorme huilbui, hij kon niet uit zijn woorden komen. Daarna bleef hij bellen.

Bij het tweede telefoontje leek Ciazio geen idee te hebben waar hij zat. Jerney droeg hem op alles aan bewakers te vragen.

Derde telefoontje: „Krijg je al eten, Ciazio?” Maar Ciazio wilde niet eten.

Vierde telefoontje: „Juffrouw, maar als ik nou het land word uitgezet?”

Vijfde telefoontje, in paniek: „Juffrouw, er kwam iemand zeggen dat ze een ticket naar Suriname hebben besteld. Dat ik binnen vijf dagen weg moet.”

Zesde telefoontje, nog meer paniek: „Juffrouw, iemand kwam zeggen: ‘Ik ben degene die jou het land gaat uitzetten’.”

De schoolpsycholoog belde toen al dagen rond. SP-gemeenteraadslid Maureen van der Pligt belde de Volkskrant, het Parool en de burgemeester.

Dinsdagavond kwam het laatste telefoontje.

„Juf”, zei Ciazio, „ze hebben de deur opengezet.”

En juf zei: „Lieve schat, pak dan maar snel je jas. En ren nú dat gebouw uit.”

Eén week, twee buitensporige verhalen. Geen toeval.

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen.