Bloesemtak gaat niet meer wakker worden

Yasmine Allas: De onvoltooide. De Bezige Bij, 248 blz. € 18,90

‘Zoals het klimaat is, kil en akelig, zo vind ik ook de mensen.’ Dit zei Yasmine Allas ooit, in 1998, over Nederland, tien jaar na haar aankomst in Amsterdam. Inmiddels kan ze zich al lang niet meer voorstellen dat ze ooit nog terug zou willen naar haar geboorteland Somalië. ‘Mijn hart ligt hier, mijn graf zal hier gedolven worden’, schreef ze vorig jaar in een column. Daar en hier. Cultuurverschillen. Daar draait het nog altijd om in haar boeken.

In haar nieuwe roman, De onvoltooide, maken we kennis met een man van hier en een vrouw van daar. Ze hebben zo’n zes jaar een relatie. Een nogal eigenaardige relatie, zo blijkt al snel, die nooit helemaal van de grond kwam, en die seksueel onvervuld is gebleven. Aan wie dat ligt, laat Allas in het midden. Is hij te gretig, of is zij te terughoudend? Geeft hij haar te weinig vertrouwen, of houdt zij hem te veel aan het lijntje?

Als hij haar verwijt dat zij spelletjes met hem speelt, dan is haar antwoord dat alle mensen acteurs zijn ‘in het grote toneelstuk van het leven’. Die theatrale inslag zie je in de roman overal terug. In toneelwoorden als ‘bijkans’ en ‘betreden’, in de gezwollen manier van vertellen en in de vele passages waar de gevoelens overkoken.

Allas doet niet aan psychologie en ook niet aan opheldering. Uit losse episoden en verhaalflarden moeten we maar afleiden hoe haar hoofdpersonen in elkaar zitten en wat er met hen aan de hand is. Vanaf het begin is wel duidelijk dat er iets grondig mis is tussen hem en haar. ‘Alles is veranderd, abrupt veranderd.’ Terwijl hij in het holst van de nacht halfnaakt door de slaapkamer ijsbeert ligt zij zwijgend in bed. Slaapt ze? Of is ze boos en houdt ze zich slapend?

Hij piekert intussen heel wat af. Hij denkt terug aan hun eerste erotische verkenningen in een dames-wc, aan een haperende vakantie aan het Comomeer en aan zijn overspel met zekere Tamara. Ook haalt hij herinneringen op aan zijn akelige jeugd waarin hij behandeld werd als een koekoeksjong. Deze herinneringen steken wel erg bleek af bij haar sprookjesachtige Afrikaanse verhalen, over weldenkende ooms, een wijzegrootvader, een beeldschone, lieve moeder.

Al ruim voor de helft begint het vermoeden te dagen dat ‘Bloesemtak’, zoals zij liefkozend wordt genoemd, er wel héél roerloos bij ligt. En als dan ook nog wordt gemeld dat zij ‘een koude vrouw’ is en haar huid ‘minder aaibaar is dan voorheen’, dan weten we genoeg, al hebben we dan nog heel wat bladzijden te gaan: Bloesemtak gaat niet meer wakker worden. Hier is iets crimineels gebeurd – of op zijn minst een ongeluk. Maar over het hoe en wat worden we niets gewaar. Dat open einde maakt De onvoltooide definitief tot een wezenloze, kunstmatige onderneming. Het is onmogelijk iets te voelen voor een man en vrouw die geen seconde tot leven komen, of ze nu van daar zijn of van hier.