‘Bij strafrecht, dáár hebben ze het pas druk’

Hans Vetter

Om vijf voor twaalf ’s ochtends kijkt Hans Vetter naar de klok. Hij lacht. „Deze zaak zou driekwartier tot een uurtje duren, zeiden we? Niet dus.” Een gescheiden echtpaar en hun twee advocaten zijn net de rechtszaal in Den Haag uitgelopen – de zitting begon om tien uur.

De schatting van Vetter en zijn collega, een rechter in opleiding, klopte niet. Dit keer geen probleem, want de griffie van de rechtbank roostert per civiele zaak twee uur in, vertelt rechter Vetter. „Maar in zwaardere gevallen heb je dan te weinig. Soms ben je van tien tot half zeven bezig met een ingewikkelde zaak in de meervoudige kamer.”

De feiten boven tafel krijgen in de zaak van deze ochtend lijkt eenvoudig. De twee zijn al bijna twintig jaar gescheiden, maar blijven procedures tegen elkaar aanspannen om partneralimentatie. De rechter in opleiding leidt de ‘comparitie’, een zitting die in dit geval als doel heeft partijen te verzoenen. Hans Vetter zit achterover geleund, luistert, noteert af en toe iets.

Totdat de exen alleen maar bozer op elkaar worden. Hans Vetter komt overeind: „Nu moet u allebei eens goed luisteren. U bent vaste klanten van het rechtsbedrijf. Hier wordt u beiden toch niet gelukkig van? Ik zou zeggen: vind hier nu gewoon een oplossing voor.” Bedremmeld knikken man en vrouw. Toch komen hun advocaten er op de gang niet uit, dus vragen ze de rechters om een uitspraak. „Tot de volgende keer”, zegt de vrouw cynisch als ze het zaaltje uitloopt. Vetter zit daar niet zo mee. „Het is natuurlijk prettig als mensen er bij ons wél samen uitkomen, maar uiteindelijk komen ze bij ons voor een oordeel.”

Civiel rechter Hans Vetter behandelt ongeveer twee tot drie zaken per week op zitting – dat is in lijn met de normen van de rechtbank Den Haag. Het aantal komt neer op twee zaken per week en het geregeld horen van getuigen, plus eens in de twee weken een ingewikkelde zaak. Daar heeft hij officieel vier dagen de tijd voor; zijn vijfde dag geeft Vetter les in ondernemingsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.

Tussen twee zittingen in vertelt Vetter op zijn werkkamer – in de verte is het strand van Scheveningen te zien – dat de zittingen zelf niet eens het grootste tijdsbeslag zijn. De voorbereiding kost zo’n halve dag per zaak, soms meer. De dikte van zijn dossiers varieert van één dikke multomap tot een doos vol met zulke mappen. Vetter wil een zaak echt in de vingers hebben. „Dat betekent dat ik een dossier vaak twee keer helemaal lees.”

Een vonnis schrijven kost Vetter de meeste tijd. Met een beetje zaak is hij zo anderhalve dag kwijt. „Het verweer van beide partijen samenvatten. Een afgewogen oordeel vellen over alle geschilpunten, met een deugdelijke redenering.” Dat is bewerkelijk, juist omdat het civiel recht een „creatief vakgebied” is. Rechtszaken tussen partijen kunnen óveral over gaan: van burenruzies tot letselschade, van aandelentransacties tot aanbestedingen, erfrecht of een burger die een zaak tegen de overheid aanspant . „Daardoor moeten we veel literatuur raadplegen, uitspraken nazoeken.” De motivering moet kloppen. „Dat soort dingen kost gewoon tijd, óók als je ervaren bent.” Hij loopt geregeld bij een collega binnen voor overleg. Of laat een dossier even liggen, om er later fris aan te kunnen beginnen.

Dan is er het up-to-date blijven. Wekelijks doet de Hoge Raad twee tot vier nieuwe voor hem interessante uitspraken. Vetter heeft een abonnement op twee ‘papieren’ tijdschriften en de rest van de juristenbladen scant hij op de iPad. Die vakliteratuur leest hij meestal ’s avonds thuis. In het weekend schrijft hij wel eens aan vonnissen, of bereidt hij een zaak voor. Het denken stopt ook niet: „Onder de douche kan ik ineens denken: ik moet die of die jurisprudentie er nog eens bij pakken.”

Vetter forenst tussen Amsterdam en Den Haag. Een typisch treinklusje is het lezen van vonnissen van collega’s. Op zijn afdeling lezen de rechters mee met elkaars uitspraken. Als extra check op spel- of stijlfouten, maar ook de motivering leest hij kritisch.

Het manifest van de rechters heeft Vetter verbaasd. Vooral omdat ze over het algemeen „loyale, hardwerkende mensen zijn, die niet snel klagen”. Dan moet er wel iets aan de hand zijn, zou je zeggen. Maar, zegt hij ook: „Die klachten over werkdruk lijken me vooral op de strafrechtspraak van toepassing – daar heeft een rechter écht weinig tijd.”

Druk vanuit het rechtbankbestuur, ervaart Vetter niet. „Natuurlijk moeten wij aan normen voldoen, het zou raar zijn als dat niet zo was. Maar of ik bijvoorbeeld probeer te schikken of niet, laat ik niet van normen afhangen. Als die druk er was, zou ik me niet meer thuis voelen.”