Argentinië viert 'zijn' paus, ondanks vragen

Een paus van eigen bodem verzacht de pijn van de crisis in Argentinië. Maar was Jorge Bergoglio niet te slap tegenover de vroegere militaire junta?

Voor het altaar van de zestiende-eeuwse kathedraal van Buenos Aires bidt Montivero Ciro (41) tot God. Het is de vroege ochtend nadat de Argentijnse kardinaal Jorge Bergoglio tot paus is verkozen, de kerk is vrijwel leeg. „Deze paus is goed voor Argentinië, wat een man”, fluistert Ciro. Hij schokschoudert en zet het op een huilen. „Hij is nederig, precies wat de katholieke kerk nodig heeft. Bergoglio is een goed mens.”

In tijden van crisis doet paus Franciscus de Argentijnen jubelen. Ze zijn trots dat de eerste Latijns-Amerikaanse paus uit hun midden komt. Een voetbalfan nota bene, die met zijn ingetogen stijl de Argentijnen goed zal vertegenwoordigen, zegt men op straat. En dat terwijl zijn benoeming zich afspeelt tegen een decor van stijgende werkeloosheid, oplopende inflatie en een groeiende sociale onrust in Argentinië.

Terwijl honderden mensen gisteren een speciale middagmis in de kathedraal bijwoonden, trok buiten de ene na de andere demonstratie voorbij: vrachtwagenchauffeurs, leraren, fabrieksarbeiders. Op Plaza de Mayo, het plein waaraan zowel de kathedraal als de presidentiële residentie staan protesteerden ze tegen de regering van president Cristina Kirchner.

Deze protesten beïnvloeden de waardering voor Bergoglio allerminst. Van taxichauffeur tot schoonmaker, van ambtenaar tot ondernemer, in Buenos Aires is iedereen het erover eens: Bergoglio heeft het juiste karakter om het ambt van paus te vervullen. Hij is bescheiden, heeft oog voor de zwakkeren in de samenleving, maar is stevig in zijn standpunten (tegen het homohuwelijk, tegen abortus).

Dat Bergoglio in het verleden banden zou hebben gehad met de militaire junta van dictator Jorge Videla, doet nu niet meer ter zake, is de algemene tendens. „Ieder zijn verleden”, zegt Estella Marisosa (45). „Bergoglio is nooit veroordeeld. Niet als bisschop, niet als kardinaal.” Ze slaat een kruis en zucht. „Waarom zou ik dat dan wel doen?”

Toch is er wel aanleiding voor twijfel over Bergoglio’s schone lei. De militaire dictatuur onder leiding van Jorge Videla tussen 1976 en 1983 kon rekenen op de steun van de kerk. Het regime trad keihard op tegen tegenstanders. Duizenden mensen werden gemarteld en vermoord. Bergoglio was in die tijd leider van de Jezuïetenorde. Hij bekleedde daarmee een hoge functie binnen de Kerk.

De Argentijnse onderzoeksjournalist Horacio Verbitsky deed onderzoek naar de rol van de kerk ten tijde van Videla. In zijn in 2005 gepubliceerde boek El silencio (De Stilte) beschrijft Verbitsky dat geestelijken het regime niet alleen gedoogden, maar ook hebben geholpen. De beschuldiging is niet mals: Bergoglio zou verantwoordelijk zijn voor de ontvoering en marteling van twee priesters van zijn eigen orde.

Het betreft de priesters Orlando Yorio en Francisco Jalics. Zij preekten de linkse bevrijdingstheologie in de sloppenwijken van Buenos Aires, door het militaire regime gezien als verraad. Volgens Yorio, op wiens getuigenissen Verbitsky zijn beschuldigingen baseerde, trok Bergoglio zijn steun voor de priesters in en leverde hen daarmee feitelijk uit aan de doodseskaders van de junta, die hen martelden. De getuigenis is niet te verifiëren: Yorio is overleden, Jalics trok zich terug in een klooster en heeft zich nooit over de kwestie willen uitlaten.

Bergoglio heeft altijd ontkend betrokken te zijn geweest bij misdaden van het regime. Hij zegt mensen juist te hebben geholpen. Volgens zijn biograaf heeft hij achter de schermen bemiddeld om de twee vrij te krijgen. Onder zijn leiding boden bisschoppen eind 2012 excuses aan voor de rol van de kerk tijdens de junta. „Misschien had hij niet de moed van sommige andere priesters, maar hij was geen handlanger van de dictatuur”, zei de Nobelprijswinnaar voor de Vrede en mensenrechtenactivist Adolfo Pérez Esquivel. Tot een veroordeling leidde het niet, en hard bewijs tegen Bergoglio kwam nooit op tafel.

Verbitsky blijft kritisch. In de Argentijnse krant Página 12 schreef hij deze week dat de paus „een substituut is van mindere kwaliteit, zoals water aangelengd met meel dat arme moeders gebruiken om hun hongerige kinderen te misleiden.” Mensenrechtenorganisaties lieten zich na Bergoglio’s benoeming kritisch uit. Ook de Dwaze Moeders lieten zich horen. Deze actiegroep van moeders, die al decennia aandacht vraagt voor hun zonen die omkwamen tijdens het militaire bewind, maakte gisteren haar wekelijkse ronde op Plaza de Mayo. „Sommige mensen zijn nog steeds vermist”, zei een woordvoerster. „Wat zegt de paus?”

Daarover maken de gelovigen in ‘zijn’ kathedraal zich geen zorgen. „Bergoglio verbindt ons gelovigen”, zegt Beatriz Giusta (54), handelaar in melkproducten, terwijl ze haar hand over een houten Jezusbeeld strijkt. „Precies wat we nodig hebben in deze tijd.” Ze lacht. „Economische voorspoed zal hij ons niet brengen, vertrouwen in de toekomst wel.”