ABN Amro: C-, ING: C-, NIBC: D+

Kredietbeoordelaar Moody’s heeft de status van ABN Amro, ING en NIBC verlaagd. Bankieren in een futloze omgeving.

Het is niet zozeer de prestatie van de banken zelf, die kredietbeoordelaar Moody’s er woensdag toe bracht om hun vooruitzichten op negatief te zetten. Het probleem zit hem in de omgeving waarin de banken moeten opereren: de Nederlandse economie. Daarmee gaat het slechter dan de Amerikaanse kredietbeoordelaar eerder dacht, en dat verhoogt de risico’s.

Moody’s veranderde de outlook van ABN Amro, NIBC en Rabobank van stabiel in negatief, wat inhoudt dat de kans op een toekomstige verlaging van de kredietstatus toeneemt. De negatieve outlook van ING bleef gehanteerd. Volgens Moody’s blijft de Nederlandse economische situatie „onzeker en kwetsbaar”.

Drie factoren liggen daar aan ten grondslag. Ten eerste de verwachte krimp van de economie met 0,6 procent dit jaar, en het vooruitzicht op „futloze groei” en „ondermaatse consumptie” daarna. Ten tweede de stijgende werkloosheid en ten slotte de te verwachten hogere verliezen in kwetsbare markten, met name het commerciële vastgoed.

Dit is voor Moody’s niet dramatisch genoeg om de kredietstatus van de banken te verlagen, maar wel om te waarschuwen dat zij grotere risico’s lopen op een aantal markten waarin zij grote posities hebben: het commerciële vastgoed dus, maar ook de kredieten aan het midden- en kleinbedrijf en de hypotheekmarkt.

Omdat ABN Amro (kredietstatus C- op een schaal van A tot E) sinds de nationalisatie vooral gericht is op Nederland, is deze bank kwetsbaar voor de verslechterende Nederlandse economie. Ook Rabobank is sterk afhankelijk van Nederland: 75 procent van de leningen is hier verstrekt. Voor ING (C-) is dit 30 procent, maar dat maakt de bank volgens Moody’s nog altijd kwetsbaar. NIBC (D+) heeft niet alleen een relatief grote portefeuille in het commercieel vastgoed, maar die leningen zijn ook geconcentreerd bij een klein aantal projecten. Verder heeft de bank veel geïnvesteerd in de scheepvaart, die te lijden heeft onder de matige wereldhandel.

De banken zijn de afgelopen jaren al veel voorzichtiger geworden met het verstrekken van kredieten. De Nederlandsche Bank signaleert in haar gisteren verschenen jaarverslag dat de leningen aan bedrijven nu al drie jaar nauwelijks groeien. Deze periode duurt nu bijna twee maal zo lang als bij eerdere recessies. Gecorrigeerd voor inflatie krimpt het bancaire bedrijfskrediet zelfs sinds het begin van vorig jaar.

Omdat bij het midden- en kleinbedrijf de risico’s op wanbetaling groter zijn, krijgt vooral deze sector minder makkelijk een lening. Met 31 procent is het afwijzingspercentage in Nederland hoog vergeleken met andere eurolanden, zegt DNB.

De banken zijn ook spaarzamer met leningen omdat zij volgens nieuwe internationale regels hun kapitaalbuffers moeten versterken. Vanwege die regels is DNB tegen de nieuwe bankbelasting en de voorgestelde belasting op financiële transacties. Elke euro die de banken moeten afdragen kunnen zij immers niet gebruiken om hun buffers te versterken. Of om uit te lenen en daarmee de economie te versterken.