Vijf grote opgaven voor de nieuwe paus

Zieltjes winnen

Hoewel het aantal katholieken volgens opgaves van het Vaticaan nog stijgt, vooral door groei buiten Europa, eist de secularisering in de westerse wereld haar tol. Benedictus XVI heeft al vaak gesproken over de noodzaak voor een ‘nieuwe evangelisatie’, voor een nieuw elan voor de Katholieke Kerk. Veel kardinalen hebben in hun vooroverleg gezegd dat ze eerst en vooral een aansprekend geestelijk leider zoeken, de deken van de kardinalen herhaalde dat nog eens in zijn preek voorafgaande aan het conclaaf.

Dat het elan de afgelopen jaren is verdwenen, is waarschijnlijk de belangrijkste zorg voor de nieuwe paus. Vraag daarbij is: ligt het aan de boodschapper of aan de boodschap? Het gaat niet alleen om stijl, ook om de vraag of er beweging komt in voorheen onwrikbare standpunten: abortus en euthanasie, voortplanting en seksualiteit, gezin en homoseksualiteit, de positie van de vrouw. De paus zal een invulling moeten geven aan de vraag wat het betekent op katholiek te zijn in de 21ste eeuw. Dat gaat verder dan twitteren.

De curie beter laten functioneren

De Romeinse curie, het bestuursapparaat van de Katholieke Kerk, heeft decennia haar gang kunnen gaan omdat pausen hun energie daar niet in wilden stoppen. Het resultaat: veel intriges en weinig efficiëntie. Veel kardinalen hebben op het preconclaaf gepleit voor ingrijpende stroomlijning. Zij willen meer efficiëntie en transparantie en sommigen hebben daaraan toegevoegd dat wie zijn werk niet goed doet, de consequenties daarvan moet voelen. Bij een goed georganiseerde multinational zou de paus als hoofd van de onderneming moeten kunnen vertrouwen op efficiënte ondersteuning. Dat is de afgelopen jaren vaak niet het geval geweest. Er zijn te veel schandalen geweest.

Benedictus XVI heeft gezegd dat de Katholieke Kerk niet vergeleken mag worden met een bedrijf. Maar als het hoofddoel een nieuwe evangelisatie is, kunnen de beschikbare middelen daar beter voor worden ingezet.

Financieel orde op zaken stellen

Een van de laatste besluiten van paus Benedictus XVI was de aanstelling van zijn landgenoot Ernst von Freyberg als president van de raad van toezicht op het Instituut voor Religieuze Werken (IOR), de bank van het Vaticaan. Het is nog steeds niet gelukt het functioneren van het IOR in overeenstemming te brengen met internationale regels tegen het witwassen van geld en andere financiële malversaties. Afgelopen december was het tijdelijk onmogelijk om in het Vaticaan met een betaalpas te betalen, omdat het Vaticaan zijn bankzaken wettelijk niet op orde had, zo stelde de Italiaanse centrale bank vast.

Het IOR wordt nog steeds verdacht van duistere praktijken. Dit kan het gevoeligste dossier voor de nieuwe paus worden. Veel mensen hebben belang bij de manier waarop de bank nu functioneert. Het is niet voor niets dat Secretaris van Staat Bertone hierover een toelichting moest geven op de laatste dag van het preconclaaf. Sommigen willen het IOR helemaal opdoeken. Waarom kan het Vaticaan zijn bankzaken niet laten lopen via een van de bestaande grote banken?

Reageren op affaires misbruik

In het Vaticaan leeft bij een aantal prelaten de gedachte dat deze affaires nu wel achter de rug zijn. Of ze beschouwen het niet zozeer als een probleem van de kerk, maar meer van de maatschappij in het algemeen. Veel slachtoffers van seksueel misbruik door priesters zien dat anders. Niet overal is daar op dezelfde manier mee omgegaan en lang niet overal is alles aan het licht gekomen. Soms was de reactie halfslachtig, soms zijn er nauwelijks sancties getroffen tegen daders en verantwoordelijke bisschoppen.

Het is onvermijdelijk dat dit probleem ook de nieuwe paus kopzorgen zal geven. Lokale kerkbestuurders die niet adequaat hebben gereageerd op misbruikzaken, is soms de hand boven het hoofd gehouden. In de VS is de eis om schadevergoeding voortvarend aangepakt, in andere landen veel minder. De gedragsregels, zoals de vraag of en wanneer justitie moet worden ingeschakeld, zijn nog niet overal duidelijk en dwingend genoeg.

Relatie tot andere religies bepalen

Johannes Paulus II en Benedictus XVI streefden naar betere betrekkingen met andere godsdiensten, vooral de grote monotheïstische wereldgodsdiensten als de islam en het jodendom. Daar is weinig van terechtgekomen. Soms door onbegrip en onhandigheid, vaker door onwil. Het belangrijkste resultaat van de vorige paus in de relatie met andere godsdiensten is toenadering tot de oosters-orthodoxe kerken, en ook daar is het resultaat vrij mager.

De nieuwe paus zal moeten besluiten of hij wil dat de Katholieke Kerk de concurrentie om gelovigen aangaat met andere godsdiensten, zoals nu bijvoorbeeld in Brazilië gebeurt, of dat hij samen wil optrekken in een steeds verder seculariserende wereld. Dat geldt zowel voor de betrekkingen met de islam en het jodendom als voor de relatie met andere christenen in de protestantse kerken en de anglicaanse kerk.