Therapeutisch bombarderen

Eind jaren ’90 had je een langlopend conflict tussen Saddam Hussein en wat toen nog de ‘internationale gemeenschap’ heette. De Iraakse leider beweerde dat hij allang geen massavernietigingswapens meer had, maar dat de VN-wapeninspecteurs dit niet wilden toegeven. Regelmatig saboteerde Hussein de inspecteurs, totdat het Witte Huis een paar raketten op Bagdad afschoot. Dit bood geen uitweg uit de impasse, maar na alle provocaties voelde het goed.

Ik moest aan dit ‘therapeutisch bombarderen’ denken na gesprekken de afgelopen week met een dozijn figuren in de City over de „EU bonus cap”: binnenkort mag een bankiersbonus binnen de Europese Unie niet hoger zijn dan het salaris; of tweemaal, als de aandeelhouders het goed vinden. Eentje tussen de ogen van ‘de’ bankiers? Haha, reageerde een corporate finance-vrouw van eind twintig bij de wankelende Royal Bank of Scotland – grotendeels in staatshanden. „Jouw bonus is dat je nog een baan hebt”, had ze te horen gekregen.

Een andere bankier werkt in equity sales emerging markets; hij adviseert grote beleggers waar te investeren op aandelenmarkten in Zuid-Amerika; als ze zijn advies opvolgen en de aankoop doen via zijn bank, krijgt hij commissie. „Ik zou niet eens meer risico kunnen nemen, ook al zou ik dat willen”, verzuchtte hij. „In mijn werk is het gewoon buffelen; hoe meer research je leest, hoe meer klanten je belt, hoe meer business je draait. Hoop je.”

Iedereen verwachtte dat banken wel iets zouden vinden om de ‘bonus cap’ te ontwijken. En anders gaat gewoon het basissalaris omhoog. Verder waren mensen echt ergens anders mee bezig; de grote banken hebben nog altijd periodieke torenhoge ontslaggolven. Als je tegen mensen zegt dat hun bonus in 2014 mogelijk wordt beperkt, is hun eerste reactie: eerst maar eens kijken of ik dan nog deze baan heb. En of er überhaupt een bonus is.

Ik sprak ook een handelaar in complexe derivaten; precies het gebied waar je gigantische risico’s kunt nemen. „Een handelaar is als een tijger”, zei hij. „Het risicomanagement bepaalt mijn kooi, ofwel het maximale risico dat ik mag nemen. Binnen die kooi moet ik dan mijn gang kunnen gaan.” Wat ze nu doen, ging hij verder, is dat ze niet de kooi versterken maar de tijger verdoven.

Een voormalige treasury official bij een omgevallen bank wees erop dat als je een salaris deels in aandelen betaalt, mensen nog steeds een prikkel hebben om die koers te laten stijgen – bijvoorbeeld door extra risico te nemen.

Al pratend en bellend liep ik weer tegen de grootste les van de afgelopen anderhalf jaar aan: de financiële sector is gigantisch, en gigantisch divers. Generalisaties verhullen vaak meer dan ze duidelijk maken.

Veel van de bankiers die bereid zijn met mij te spreken zijn voorstander van een ingrijpende reorganisatie van de sector. Wat we nodig hebben, zeggen ze, zijn smart bombs die gericht de rotte structuren treffen. Wat we krijgen is carpet bombing en symptoombestrijding. Het financiële kartel blijft onaangetast, maar ze gaan de bonussen afromen. Complexe producten blijven totaal intransparant, maar ze gaan er wel een transactiebelasting op heffen.

Ik zou nu kunnen roepen: domme politici! De waarheid zou nog wel eens veel pijnlijker kunnen zijn. Misschien beseffen politici wel degelijk hoe machteloos ze staan, en doen ze dat wat ze kunnen: vrijwel niets.

De auteur doet in deze column elke donderdag verslag van het leven in de financiële wereld in Londen. Lees meer over de City op: guardian.co.uk/bankingblog.