Stef Blok heeft uw lot in zijn handen

Eensluidend zijn ze niet, de visies die het Centraal Planbureau gisteren in het Centraal Economisch Plan publiceerde, en De Nederlandsche Bank vandaag in haar jaarverslag. Zeker niet waar het de noodzaak voor meer bezuinigingen in 2014 betreft. Maar over één ding lijken ze het eens. Wie een toptien zou aanleggen van wat nodig is voor het herstel van de Nederlandse economie komt bij de eerste drie plaatsen op: 1. Vertrouwen. 2. Vertrouwen. 3. Vertrouwen. En wie op zoek gaat naar de voornaamste stabilisatiefactor voor dat vertrouwen komt op: 1. De woningmarkt. 2. De woningmarkt. 3. De woningmarkt.

Het besef is inmiddels volledig doorgedrongen dat vermogenseffecten uit de woningmarkt een fundamentele stempel hebben gedrukt op de economie sinds het begin van de jaren negentig. DNB benadrukte vandaag dat de stijging van de woningprijzen met 160 procent tussen 1990 en 2000 eigenlijk de toon heeft gezet. Je zou die periode eigenlijk nog met een paar jaar mogen verlengen, maar de boodschap is duidelijk: een verhoogde consumptie op basis van de gevoelde welvaart van de prijsstijging van het eigen huis. Dat is nu, met een prijsdaling van piek naar dal van 28 procent sinds 2007, omgekeerd: verminderde consumptie op basis van een ongemakkelijk gevoel dat het huis in waarde daalt – of inmiddels minder waard is dan de bijbehorende hypotheek. Want daar zit natuurlijk de constante factor: de schulden zijn gegroeid, samen met de waardestijging van huizen. Maar nu de prijsval optreedt gaan die schulden niet weg.

Hoe groot is dat vermogenseffect? Het CPB gaat, internationaal, uit van 3 procent tot 8 procent van de waardeverandering van woningen. Voor Nederland hanteert het een, nogal bescheiden, percentage van 3,5. Bij een daling van 10 procent van de woningprijzen komt het Planbureau op een cumulatieve daling van de particuliere consumptie met 1,6 procent na vier jaar en 2,6 procent na acht jaar, ten opzichte van wat hij had kunnen zijn. Projecteer dat op een woningprijsdaling met een kwart en je komt in de buurt van wat zich in Nederland afspeelt. En wellicht is het vermogenseffect wel groter dan die 3,5.

Het vlot trekken van de woningmarkt zou dan ook de allerhoogste prioriteit moeten hebben. Rust, voorspelbaarheid van beleid, en hier daar een slimmigheid à la het plan Van Dijkhuizen om de hypotheekmarkt te herstarten. Minister Stef Blok (Wonen, VVD) is zo bezien een van de belangrijkste mensen van dit kabinet. Tot nu toe gaat het niet soepel met het beleid, en dat is jammer. Want wat zou er kunnen gebeuren als het vertrouwen herstelt? De Nederlandsche Bank bracht eind vorig jaar het begin van de jaren tachtig in herinnering. Toen was het consumentenvertrouwen even diep gedaald als nu. Maar na het Akkoord van Wassenaar, dat destijds ging over loonmatiging, veerde het in adembenemend tempo op. Als je dat loslaat op de situatie van nu, zou het consumentenvertrouwen als een dobbertje omhoogschieten en binnen een jaar terug zijn op neutraal.

Ditmaal gaat het dus om de woningmarkt. Het bewerkstelligen van prijsstijgingen hoeft niet eens. Het negatieve vermogenseffect van nu topt al af wanneer de prijzen stabiliseren. Hoe moeilijk kan dat zijn? Er hangt verschrikkelijk veel van af.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.