Regering, negeer het blufpoker van de senaat

De senaat neemt geen politieke besluiten, stelt Erik Jurgens: dat is ijzersterk gewoonterecht. De regering mag daarom zich niet laten gijzelen.

Stel, de regering stelt de vertrouwenskwestie. Dat hoort alleen in de Tweede Kamer te gebeuren, op een moment dat deze op het punt zou staan een voorstel te verwerpen dat wezenlijk is voor het kabinetsbeleid. De vertrouwenskwestie stellen betekent dan: denk eraan, verwerping van dit voorstel heeft tot gevolg dat het kabinet zijn ontslag aanbiedt.

Houdt de Kamer vol, dan is het kabinet weg en komen er waarschijnlijk nieuwe verkiezingen.

Maar kan dat ook in de Eerste Kamer? Dat de meerderheid van de senaat in zo’n situatie voet bij stuk houdt, en daarmee het kabinet naar huis stuurt? Dat is ondenkbaar, al was het slechts omdat nieuwe verkiezingen voor de Eerste Kamer, door de leden van Provinciale Staten, niks opleveren. Maar vooral omdat de Eerste Kamer constitutioneel deze rol niet heeft: zij kan niet een regering bevestigen of wegsturen. Daartoe is, dat vinden we al anderhalve eeuw, alleen de Tweede Kamer bevoegd.

Niet, overigens, om de reden die ook genoemd wordt in het redactioneel commentaar van deze krant van 9 maart, te weten dat de senaat niet rechtstreeks wordt gekozen. In beide gevallen word je lid van de betreffende Kamer omdat jouw partij je op de lijst heeft gezet. Of je in de Tweede of Eerste Kamer komt, hangt af van het aantal kiezers dat op jouw lijst stemt, of dit nu is bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer, of bij die voor Provinciale Staten. In beide gevallen bepalen dus de kiezers de krachtsverhoudingen tussen de fracties, en zo hoort het ook. Zoveel verschil is er dus niet tussen dat ‘indirecte’ en ‘directe’ verkiezen.

Het verschil tussen de macht van de Tweede en die van de Eerste Kamer is gebaseerd op ijzerhard staatrechtelijk gewoonterecht: er is een bestendig gebruik over tientallen jaren, gekoppeld aan de politiek breed gedragen opvatting dat dit gebruik ook is zoals het hoort. Dat bestendige gebruik omvat het denkbeeld dat de senaat er niet is om zware politieke beslissingen te nemen, hoe groot de verleiding daartoe gezien de huidige situatie ook moge zijn. Zou de Eerste Kamer een voorstel verwerpen waarvan het kabinet zegt dat dit wezenlijk is voor het regeringsbeleid, dan pleegt de senaat een parlementaire staatsgreep. Dat zal de senaat nooit doen, dat mag hij ook niet doen. In die zin heb ik ook senator Frank de Grave (VVD) geciteerd gezien, maar weinig anderen.

Het is een misvatting om te denken dat, omdat haar vetorecht over wetsvoorstellen formeel in de Grondwet staat, het de Eerste Kamer vrij staat om daar gebruik van te maken als het kabinet, immers gesteund door de Tweede Kamer, insisteert. Anderhalve eeuw staatsrechtelijk gewoonterecht belet dat. Terecht verwijst het redactioneel commentaar naar een mogelijke verbetering, waarvoor velen – waaronder ik – al jaren pleiten: geef de senaat alleen het recht om een wetsvoorstel eenmaal met commentaar terug te zenden naar de Tweede Kamer. Daarna beslist deze Kamer. Maar ook dat terugzendingsrecht vergt wijziging van de Grondwet.

Gezien dit ijzerharde staatsrechtelijke gewoonterecht, zou ik zeggen regering, regeer! Als er een conflict komt met de senaat, dan zal deze het niet zo ver laten komen. Dit omdat de leden zeer wel inzien dat het constitutioneel ontoelaatbaar zou zijn om zo uit hun rol te vallen.

Dat de senaat hiertoe in onze constitutionele verhoudingen wel het recht zou hebben, is staatsrechtelijk gezwatel. Ga dus niet in op mogelijke senatoriale blufpoker. Als de senaat zo onverantwoordelijk zou zijn om toch een staatsgreep te plegen, het zij zo.

Erik Jurgens is emeritus hoogleraar staatsrecht en was tussen 1995 en 2007 Eerste Kamerlid voor de PvdA.