Polar bear

Ze werkt op de afdeling Communicatie, de verwarde cavia. Kort feuilleton over haar leven en lotgevallen.

Maandagochtend. De verwarde cavia zat aan haar bureau. Er was nog niemand. Soms loonde het om tien minuten te vroeg te komen. Dat zag er ijverig uit, terwijl je in die tijd nu juist zo lekker rustig niks kon doen.

Ze kreeg een uitnodiging van Rogier om vrienden te worden op LinkedIn. Rogier kende ze van haar studie, maar ze had hem de dag ervoor bij een poëziemiddag opnieuw ontmoet. Hij was kaler. Zijzelf zou wel dikker zijn. Ze drukte op ‘ja’.

Roy kwam binnen. Als receptionist moest hij er eigenlijk als eerste zijn, maar dat lukte vaker niet dan wel. „Hé Roy”, zei Cavia, „en, fijn weekend gehad?”

Roy kwam bij haar zitten, op een punt van haar bureau. „Waar moet ik beginnen”, zuchtte hij. Cavia herinnerde zich eerdere verslagen van de weekends van Roy, en zei: „Nou, doe anders de korte samenvatting.” Roy lachte. „Laat ik het zo zeggen, ik heb het heel druk gehad. Héél druk. Ik ben met een polar bear meegeweest.”

„Een polar bear?”

„Ja, een gezette man met grijs of wit haar. Ik wilde het wel eens proberen.”

„Goh”, zei Cavia. „Wat apart. En ben je verliefd?”

„Doe normaal zeg. Nee. Maar ik kan je wel vertellen, ik kan voorlopig niet op een barkruk zitten, want dan zak ik erover heen.” Roy was een schat, maar je moest hem vooral niet uitnodigen tot openhartigheid, want dan waren dit soort uitspraken maar het topje van de ijsberg. Ze besloot het onderwerp te veralgemeniseren.

„Zeg, zijn er eigenlijk ook cavia’s in de homowereld?”

Roy trok een vies gezicht een zei: „Nou, als ze er zijn wil ik ze niet kennen.” Hij zag Cavia betrekken en zei meteen geschrokken: „Sorry lieverd, zo was het niet bedoeld. Jij bent juist geweldig.”

„Ja, nee, goed”, zei Cavia. Roy omklemde haar in een omhelzing. „Je bent een topcavia.”