Overvallers Kunsthal willen naar Nederland

Een Roemeense advocaat in de zaak van de gestolen schilderijen uit de Rotterdamse Kunsthal, heeft de hoop nieuw leven ingeblazen dat de kunstwerken nog bestaan. Via een artikel in De Telegraaf heeft hij de Nederlandse autoriteiten laten weten dat zijn verdachte, Radu D., wil vertellen waar de kunstwerken zijn, op voorwaarde dat hij wordt uitgeleverd aan Nederland.

„Nederland moet weten dat de Roemeense verdachten in Nederland vervolgd willen worden”, zegt advocaat Bogdan Cimbru. Gebeurt dat niet, zegt Cimbru, dan „zullen de schilderijen nooit worden gevonden.” Dit dreigement heeft hij nog niet aan de Roemeense en Nederlandse opsporingsambtenaren laten weten. Het Openbaar Ministerie in Rotterdam wil nog niet reageren.

Er is gerede twijfel ontstaan over de vraag of de schilderijen nog bestaan. Zo zijn de verdachten opgepakt kort nadat zij telefonisch spraken over het verbranden van de kunstwerken. Ook heeft de tante van hoofdverdachte Radu D. gezegd dat Radu’s moeder de schilderijen heeft verbrand, om haar zoon te helpen.

Justitie in Nederland heeft al eerder besloten de berechting over te laten aan de autoriteiten in Roemenië, omdat die de verdachten hebben opgepakt in een ander lopend onderzoek. Ook de Roemeense autoriteiten willen de verdachten zelf vervolgen. Ze menen over het meeste bewijsmateriaal te beschikken.

Ondertussen is in Duitsland een 46-jarige man opgepakt die heeft geprobeerd de gestolen kunstwerken te verkopen aan de eigenaren, de Triton Foundation. Hij is gisteren gearresteerd, in Baden-Württemberg. Onduidelijk is nog, zegt hoofdofficier van justitie Ulrich Bremer, of hij echt wist waar de schilderijen zijn, of deze kennis slechts veinsde. Onduidelijk is nog welke rol twee advocaten speelden die betrokken waren bij deze poging tot terugverkoop.