Onzichtbaar en onaantastbaar

In Griekenland laat hij zich zelden zien, maar Spiros Latsis is volgens Forbes wel de rijkste man van het land. En de machtig- ste van de oligarchen die Griekse politici in hun greep houden, beweren anderen.

Dorilaos Klapakis heeft zijn tegenstander nooit in het echt gezien. „Je kent zijn naam en je vloekt op hem”, zegt de architect en activist over Spiros Latsis. In de rechtszaal ontmoet hij hooguit de advocaten van Latsis, de rijkste en machtigste man van Griekenland. De miljardair, oliemagnaat, bankier en filosoof zelf blijft onzichtbaar en onaanraakbaar.

Des te zichtbaarder is zijn bezit. Midden in Maroussi, de deelgemeente van Athene waar Klapakis woont en gemeenteraadslid is, staat The Mall. Het is een opvallend winkelcomplex van vier verdiepingen met een directe verbinding via een loopbrug naar de metro. Op de bovenste verdieping zitten restaurants, daaronder winkels van alle grote ketens en een bioscoopcomplex.

Behalve een van de grootste winkelcentra van het land, is The Mall waarschijnlijk het grootste illegale gebouw van Griekenland. De rechter honoreerde in 2002 de bezwaren van Klapakis tegen de bouwvergunning: de bouw, destijds net begonnen, moest stoppen. Een jaar later oordeelde ook het Grieks Constitutioneel Hof dat de bouw van The Mall, op papier een hotel voor journalisten voor de Olympische Spelen, maar in werkelijkheid een winkelcomplex, moest stoppen.

De bouw ging echter ongestoord door. Minister Evangelos Venizelos, tegenwoordig vicepremier, herschreef de wet en nam de bouwvergunning op in de tekst. Zo kon voor de rechtbank niet langer worden aangevoerd dat de bouwvergunning in strijd was met de wet. In 2005, een jaar na de Olympische Spelen, was het winkelcomplex af.

Deze gang van zaken maakt The Mall, vertelt Dorilaos Klapakis in een snackbar in Maroussi, het symbool van alles wat er mis is in Griekenland. Een illegaal gebouw. Maar het bezit van de rijkste familie van Griekenland. En die is door een web van onderlinge gunsten binnen de Griekse elite zó machtig, dat ze wetten in feite op maat kan laten maken. „De economische ramp in Griekenland”, betoogt Klapakis, „begint bij The Mall”.

The Mall belichaamt in Klapakis’ ogen de corrupte verhouding tussen de politieke machthebbers en de zakelijke elite. Grieken spreken van diaploki. Het betekent, zoals honderdduizenden woedende demonstranten keer op keer voor het parlement betogen, dat hun land feitelijk wordt bestuurd door een handvol steenrijke families.

Die zouden de regeringspartijen in hun zak hebben doordat ze die financieren of via hun mediabedrijven chanteren. Ze zouden alle sectoren van de economie beheersen en er via hun machtige vrienden voor zorgen dat wetten gunstig voor hen uitvallen. Als gevolg daarvan is er gebrek aan concurrentie, zijn nieuwkomers kansloos en prijzen nodeloos hoog.

Een van de belangrijkste vragen van de crisis is of hun macht nu wordt gebroken, zodat Griekenland transparanter en eerlijker wordt. Of dat hun macht juist groeit, waarbij nog meer vermogen in de handen van een kleine bevoorrechte groep eindigt.

Spiros Latsis, de eigenaar van The Mall, is geen typische Griekse tycoon. Hij heeft geen voetbalclub, geen tv-station en geen dagblad. Hij leidt bovendien geen opvallend jetsetleven. Maar verder is zijn opkomst een klassiek Grieks verhaal. Zijn vader Yiannis Latsis (1910-2003), zoon in een arm en groot gezin, werkte zich op van matroos tot eigenaar van een van de grootste handelsvloten ter wereld.

Vanaf eind jaren ’60 breidde hij zijn activiteiten uit naar olieraffinage – zowel in Griekenland als in Saoedi-Arabië – en bankieren, onder meer door de overname (in 1979) van een Zwitserse bank van de familie Onassis. In tegenstelling tot Aristoteles Onassis haalde hij geen voorpagina’s met zijn liefdesleven, maar aan invloedrijke kennissen ontbrak het hem niet. Onder hen leden van het Britse en het Saoedische koningshuis en George Bush senior.

Spiros Latsis (1946) promoveerde intussen aan de London School of Economics in de economische filosofie en bouwde aan een carrière als wetenschapper. Lang leek hij geen belangstelling te hebben zijn vader op te volgen. Maar dat veranderde in de jaren ’90 en vlak voor de eeuwwisseling nam Spiros Latsis officieel de leiding over.

Het Amerikaanse zakenblad Forbes becijferde dat zijn vermogen sinds 2008 kromp van 11 miljard naar 2,6 miljard dollar vorig jaar. Maar in de Forbes 500 is Latsis nog altijd de rijkste Griek. Het blad taxeert zijn vermogen voor dit jaar op 3,3 miljard dollar.

Behalve de rijkste is „Latsis ook de machtigste Griek”, zegt Christos Ioannou, chef economie bij dagblad Eleftherotypia zonder aarzeling. Dan lacht hij en corrigeert hij zichzelf. „Sorry, hij is geen Griek.” Latsis heeft een Zwitsers paspoort en woont in de buurt van Genève. Net als zijn vader heeft hij invloedrijke vrienden, onder wie José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie.

In Griekenland laat Latsis zich zelden zien. Er zijn vrijwel geen foto’s van hem en interviews geeft hij niet. Ioannou noemt hem „de onzichtbare”. Voor zover er Latsissen deelnemen aan het societyleven zijn dat de zus van Spiros Latsis, Marianna Latsis, en haar zoon Paris Latsis, de ex-verloofde van Paris Hilton.

Nu de Griekse staat onder druk van schuldeisers bezittingen te gelde moet maken, staat Latsis vooraan. De eerste afgeronde privatisering door het Hellenic Republic Asset Development Fund (HRADF), het speciale fonds dat is opgezet om miljarden binnen te halen met het verkopen en verpachten van staatsbezit, ging naar Lamba Development, het bouwbedrijf van Latsis. Het gaat om de Golden Hall, een winkelcomplex van 132.200 vierkante meter dat net als The Mall is gebouwd onder voorwendsel van de Olympische Spelen.

Het HRADF heeft Lamba voor 81 miljoen euro een concessie voor negentig jaar verkocht. Het is een investering die volgens alle berekeningen uitermate gunstig is voor Lamba, dat aanvankelijk een groot deel van het complex huurde van de staat.

Het is op basis van dit soort deals dat menigeen, onder wie economisch journalist Ioannou, zegt dat in Griekenland nu „niets verandert”. „Dezelfde lui die de crisis veroorzaakten, zullen ook na afloop de macht in handen hebben.”

Lamba heeft inmiddels ook twee jachthavens gekocht en dingt mee naar de ontwikkeling van het terrein van de vroegere luchthaven Ellenikon in Athene, het duurste en meest begeerde stuk grond van Griekenland.

Afgelopen week moest de voorzitter van het privatiseringsfonds, Takis Athanasopoulos, aftreden. Hij was vorige zomer aangesteld om het privatiseringsproces te versnellen. Nu wordt hij vervolgd omdat hij, toen hij nog aan het hoofd stond van het staatselektriciteitsbedrijf PPC, energie-overeenkomsten zou hebben gesloten die wat al te genereus uitpakten voor verschillende tycoons.

Het is moeilijker om te zien wat er intussen gebeurt met de belangen van Latsis in de olie- en in de financiële sector. De familie Latsis is oprichter en grootaandeelhouder van de Eurobank. Deze bank heette tot voor kort EFG Eurobank, onderdeel van het Zwitserse EFG-concern van Latsis.

Momenteel worden EFG en de Eurobank verder uit elkaar getrokken. De Eurobank staat op de nominatie om te worden overgenomen door de Nationale Bank van Griekenland (NBG). Tezamen vormen zij de grootste van de vier Griekse ‘systeembanken’, die met Europese miljarden overeind worden gehouden. De familie Latsis houdt een klein aandeel in de nieuwe fusiebank. Zij lijkt zich daarmee terug te trekken uit de getroebleerde Griekse financiële sector.

Linkse media, zoals het blad Unfollow, plozen de afgelopen maanden de verhoudingen in de oliebranche uit en stellen kritische vragen bij de manier waarop Petrola, de raffinaderij van Latsis, in 2003 is overgenomen door staatsbedrijf Hellenic Petroleum. Dit bedrijf werd op dat moment ook deels geprivatiseerd. Het beheerst nu ongeveer driekwart van de Griekse oliemarkt en is een grote speler op de Balkan. Het management is goeddeels in handen van relaties van Latsis, wiens bedrijf 41,8 procent van de aandelen heeft.

De vorige regering onder leiding van socialistische partij Pasok had als moeilijkste opdracht de macht van de vakbonden, de eigen achterban, te breken. Daar is ze gedeeltelijk in geslaagd. De huidige regering – gedomineerd door de conservatieve partij Nieuwe Democratie, die geldt als ondernemersgezind – zet alle kaarten op economische ontwikkeling en privatisering.

De grootste risico’s schuilen in de manier waarop dat gebeurt. Vooraanstaande industriëlen „hebben premier Samaras in de tang”, zegt een betrokkene die het ‘hervormingsproces’ van binnenuit volgt en zich zorgen maakt over het gebrek aan transparantie. Het gevaar is volgens hem reëel dat de premier zich voor het karretje van de zakenelite laat spannen.