Nooit meer mariakaakjes

De échte slachtoffers van de crisis zijn werkeloze 30’ers, 40’ers en 50’ers met een restschuld op hun huis, schrijft Joop Schippers. Het deeltijdpensioen biedt een oplossing

Officiële statistieken rapporteren herhaaldelijk dat het ouderen in talloze opzichten goed gaat. Desondanks groeit de aanhang van 50Plus. Ook klinkt steeds vaker het verwijt dat ouderen het kind van de rekening zijn van de huidige crisis en de bezuinigingen die de politiek daarop als antwoord formuleert. Hebben de aanhangers van Henk Krol het bij het verkeerde eind of is er meer aan de hand dan de cijfers tonen?

Het is belangrijk om te realiseren dat jongere generaties werden geboren in een land met een ongekend welvaartsniveau, een vijfsterrenmaatschappij waar het geld uit de muur komt, studeren vanzelfsprekend is en ouders hun kinderen niets ontzeggen. Vanaf hun geboorte deelden die jongere generaties in de door hun ouders en grootouders gecreëerde welvaart. Het valt hen dan ook nauwelijks te verwijten dat zij die als vanzelfsprekend ervaren. Als de totale welvaart daalt, achten zij het logisch dat eerst gekeken wordt naar de ‘haves’ in de samenleving en dat zijn veelal leden van de oudere generaties. Die staan, voor zover ze nog werken, aan de top van de inkomensladder en beschikken, ook als ze al met pensioen zijn, in veel gevallen over een aardig vermogen, bijvoorbeeld in de vorm van een hypotheekvrij huis. Zelf behoren veel jongeren tot de groep voor wie het allemaal nog moet gaan gebeuren: ooit een vaste baan, ooit een starterswoning. Maar wanneer en of dat ‘land van ooit’ bereikt wordt, is in de huidige economische crisissituatie onzeker.

Eén keer in de week in de teil

Veel ouderen hebben een heel ander perspectief op wie wat moet bijdragen aan de oplossing van de crisis. In de eerste plaats hebben zij het beeld van de wederopbouwperiode nog op hun netvlies. Nog geruime tijd na de oorlog waren allerlei eerste levensbehoeften op de bon en was het leven in Nederland spartaans en sober: geen centrale verwarming, één keer in de week om de beurt in de teil die met keteltjes warm water werd bijgevuld en een Mariakaakje bij de thee. Pas vanaf de jaren zestig kreeg de Nederlandse verzorgingsstaat er geleidelijk elk decennium een welvaartsster bij. Juist om aan het karige leven van na de oorlog te ontsnappen, hebben de ouderen van nu veertig à vijftig jaar flink doorgebuffeld, aanvankelijk nog in werkweken van 48 uur. En zal er nu, net terwijl zij het felbegeerde pensioen en het ‘grote genieten’ bereikt of in zicht hebben, een streep door hun mooie plannen gaan, omdat zij langer moeten werken en een lager pensioen ontvangen dan waarop zij hadden gerekend? Dat is niet alleen zuur vanwege het verstoorde toekomstperspectief. Het is ook onherroepelijk in die zin dat de kans op reparatie uiterst klein is. Datzelfde geldt als een 55-plusser momenteel werkloos wordt – en dat gebeurt massaal. De kans dat hij of zij dat blijft, wordt met het aanhouden van de crisis en het oplopen van de werkloosheid steeds groter. Kijken de oudere naar de jongere generaties dan zien zij een groep die al ‘hun hele leven’ in welvaart baadt en nooit enige ontbering of tegenslag heeft gekend. Bovendien komt er na elke crisis ook weer een periode van bloei. Dus hebben jongeren nog alle tijd om die schade weer te repareren.

Eén cijfermatige werkelijkheid – verschillende beelden; elk vanuit het eigen generatieperspectief grotendeels waar. Ondertussen benemen deze beelden wel het zicht op wie de echte slachtoffers van de crisis zijn. Dat zijn veelal niet ouderen die vijf procent aanvullend pensioen moeten inleveren of studenten die geen ‘gratis’ OV-kaart meer krijgen. In de meeste gevallen geldt: bijzonder naar, maar overkomelijk. De echte slachtoffers zijn zij (35, 45 of 55 jaar oud) die hun baan verliezen en hun koopkracht met tientallen procenten zien terugvallen, tot – na enige tijd – het bijstandsniveau wordt bereikt. Als je dan ook nog – met verlies – je huis moet verkopen, ligt je leven overhoop. Zeker als je geen verdienende partner hebt, maar bijvoorbeeld als alleenstaande ouder ook kinderen hebt te onderhouden.

Te veel mensen voor te weinig werk

Daarom is het van belang nu te zorgen dat de werkloosheid niet nog verder oploopt, zelfs al raakt daarmee de heilige graal van de 3-procentsnorm voor het overheidstekort tijdelijk uit het zicht. In de eerste plaats moet verdere terugval van de bestedingen worden tegengegaan. Zoals de overheid in tijden van onderbesteding betaamt – geen enkele andere partij is in een positie om die rol over te nemen – kan dat voor een deel door investeringen, bijvoorbeeld in energiebesparing en (ict-)infrastructuur. Grootschalige isolatieprojecten en het installeren van zonnepanelen op woningen en bedrijfspanden helpt bouwvakkers en installateurs aan werk, draagt bij aan een klimaatneutrale energievoorziening en vergroot op termijn de koopkracht van de burgers die minder voor hun energie betalen. Uiteraard betalen burgers en bedrijven mee, maar de overheid kan wel zorgen voor een ‘offer you cannot refuse’.

Daarnaast heeft Nederland de komende jaren te maken met te veel mensen voor te weinig werk. Hoe zeer je de WW-duur ook verkort of het ontslagrecht versoepelt, meer banen levert dat niet op. Daarom zou moeten worden bevorderd dat meer ouderen gebruik gaan maken van deeltijdpensioen. Veel CAO’s en pensioenregelingen bieden die mogelijkheid al, hoewel er nog ten onrechte weinig gebruik van wordt gemaakt. Ook werkgevers zien deeltijdpensioen als een nuttig instrument om verminderd productieve ouderen voor de arbeidsmarkt te behouden. Bij deeltijdpensioen blijft de band met de arbeidsmarkt behouden en dat biedt op termijn – als onder invloed van demografische ontwikkelingen krapte op de arbeidsmarkt ontstaat – het voordeel dat niet alle menselijk kapitaal van ouderen verloren gaat. Ouderen blijven bovendien beschikbaar om jongeren die de vrijgevallen ruimte komen opvullen te coachen en te begeleiden. Overigens leert het verleden dat het een flinke puzzel is om een koppeling te maken tussen de gedeeltelijk vrijgevallen banen en de jongeren die nu nog werkloos zijn. Maar de inspanning van het oplossen van die puzzel mag onder de huidige crisisomstandigheden best van werkgevers worden gevraagd. Bovendien is deeltijdpensioen aantrekkelijker dan generieke vormen van arbeidsduurverkorting of hernieuwde invoering van vervroegde uittreding (zoals onlangs gesuggereerd door FNV Bouw ): het is maatwerk op basis van individuele afwegingen en werknemers dragen in financiële zin meer zelf bij.

Als sommige oudere werknemers kiezen voor deeltijdpensioen bevordert dat de flexibiliteit van de arbeidsmarkt en zullen minder werknemers hun baan volledig verliezen en vinden sommige werkloze jongeren een baan. De besparing die dat oplevert in termen van uitkeringslasten zouden kunnen worden aangewend om de scherpe randjes die deeltijdpensioen nu voor sommigen weinig aantrekkelijk maken – de consequenties voor het latere pensioen, een lager salaris – enigszins (en tijdelijk) bij te vijlen. Zo lijkt een samenspel van generaties mogelijk dat voorkomt dat binnen elke generatie de volledige rekening van de crisis op een kleine groep wordt afgewenteld.