Nooit een deal zonder wijn

Theo Manders verzamelt wijn, kaarten en abstracte kunst. Rijk is hij niet. „Je moet als verzamelaar zowel ter zake kundig als volhardend zijn.”

De allereerste keer dat Theo Manders abstracte kunst kocht, durfde hij dat niet te vertellen aan zijn vrouw Micheline. Thuis in het Noord-Limburgse Gennep hingen schilderijtjes met koeien en landschappen aan de muur. De tien aquarellen met wolkerige kleurvlakken verstopte hij in een dekenkist op zolder. „Ik verzamelde al zo veel”, zegt Manders, „ik wist niet hoe ik deze nieuwe passie aan Micheline moest uitleggen.”

Van kinds af aan is Theo Manders (1942) een gedreven verzamelaar: van oude kaarten en prenten, van bijzondere boeken en tijdschriften, en later ook van wijn, van kunst, van wat niet al. Manders is een collectaholic, een verzamelaar van verzamelingen, zegt Rick Vercauteren, directeur van Museum van Bommel van Dam in Venlo, dat tot eind mei de J.J. Schoonhovens en andere abstracte, naoorlogse kunst uit de ‘Collectie Manders’ toont.

Collectaholic is geen overdreven benaming. Zit je bij Manders thuis aan de lunchtafel voor een gesprek over zijn tentoonstelling, dan maakt hij foto’s die hij samen met informatie over de genuttigde wijnen in een ordner bewaart. Verzamelen is voor de gepensioneerde psycholoog meer dan een dagtaak: tien tot twaalf uur per etmaal investeert hij in het vergaren van informatie over kunst en wijn. Tijdschriften lezen, beurzen, tentoonstellingen en wijngaarden bezoeken, veilingcatalogi doorspitten, contacten leggen, mails sturen. „Voor niks gaat de zon op”, zegt Manders in zijn werkkamer, staande voor een kast met honderd ordners vol met knippels en andere informatie over door hem bewonderde kunstenaars. „Ik kan lang met iets bezig zijn. Het heeft bijvoorbeeld zeker vijftien jaar geduurd om een goed schilderij van Ben Akkerman in bezit te krijgen.”

Buitenbeentje

Privécollecties in musea, het is mode. In de Kunsthal in Rotterdam was twee jaar geleden de Caldic Collectie van Joop van Caldenborgh te zien en dit jaar nog de Triton Collectie van Willem Cordia en Marijke van der Laan. Het Singer Museum, Museum Belvédère en Boijmans Van Beuningen presenteren dit jaar delen van de Collectie De Heus-Zomer en het Gemeentemuseum Den Haag komt in juni met de verzameling van Bert Kreuk.

In dit rijtje kunstverzamelaars is Theo Manders een buitenbeentje: hij is de enige niet-ondernemer, hij staat niet in de Quote 500 en heeft geen adviseur of conservator in dienst. Spontaan een Jeff Koons of een Marlene Dumas kopen, daar is hij niet rijk genoeg voor. Toch heeft hij, verzamelaar zonder diepe zakken, drie indrukwekkende collecties bijeengebracht: van abstracte kunst, van oude prenten en kaarten, en van wijn.

„Hou eens op met kopen.” Micheline Manders weet niet meer hoe vaak ze het heeft gezegd. In 1985, toen haar man net voor de dag was gekomen met zijn liefde voor moderne kunst, belde hij op dat hij wat later thuis zou komen. Hij was in Eindhoven op bezoek bij Ad Snijders, een schilder van abstracte, expressieve doeken waar hij „helemaal hoteldebotel” van was geraakt. Na nog twee telefoontjes dat het een uurtje later werd, reed Manders op huis aan, „in hoerastemming”, maar tegelijk ook enigszins bevreesd voor de reactie van zijn echtgenote. Geen cent te makken, en toch had hij tien schilderijen tegelijk gekocht, te betalen in tien jaarlijkse termijnen van duizend gulden.

Zijn portemonnee achtervolgt hem al zijn hele leven, zegt Theo Manders. Op dit moment heeft hij drie afbetalingsregelingen lopen, maar het zijn er ook weleens twaalf tegelijk geweest – Micheline, roepend vanuit de keuken: „Vaak waren het er meer dan mij lief was.”

Maar zo groeit zijn kunstverzameling, die nu uit vijfhonderd werken bestaat: nu eens snel en dan weer langzaam. Als zich een kans voordoet, als een kunstenaar hem in het hart raakt, moet hij toeslaan. Die emotionele gebondenheid miste Manders toen hij vorige week in het Singer Museum de Collectie De Heus-Zomer bekeek. „Allemaal topstukken. Toch bekroop me het gevoel dat er grote dollar-cheques aan de muur hingen. Ik miste de ziel in deze sublieme collectie.”

Antiekwinkel

Zakelijk instinct kan Manders niet worden ontzegd. Als vijftienjarige reumapatiënt verkocht hij aan zijn behandelend arts voor 5 gulden een oud prentje van kasteel Boxmeer, dat hij eerder die dag voor een kwartje had gekocht. „Als je er nog eentje hebt, wil ik die ook graag”, zei de dokter. De jonge Manders wreef in zijn handen. In dezelfde antiekwinkel lagen nog twee prentjes van een kwartje. Zo verdiende hij zijn eerste 14,25 gulden, waardoor hij zich een duurdere gravure kon permitteren.

Je moet als verzamelaar zowel ter zake kundig als volhardend zijn, zegt Manders. Bij handelaren, ontdekte hij, is vaak verrassend veel ruimte voor onderhandelen. „Als ik het gevoel heb dat iets met de helft van de vraagprijs goed betaald is, bied ik geen cent meer.” En daarna moet je standvastig zijn, legt hij uit. Zo betaalde hij voor zijn twee polyester reliëfs van Ad Dekkers na drie jaar onderhandelen 26.000 Duitse mark, een fractie meer dan de helft van de oorspronkelijke vraagprijs – te betalen in vijf jaarlijkse termijnen. En zo gaat het wel vaker, blijkt als hij een paar ordners uit de kast haalt: een spel van loven en bieden, veel geduld en gespreide betalingen.

Maar het grote geheim achter zijn kunstaankopen is zijn wijnverzameling. „Eigenlijk nooit een deal zonder wijn”, zegt hij. Van de vorig jaar overleden schilder JCJ Vanderheyden bezit Manders twintig werken. „Als Jacques belde met de boodschap ‘Theo, ik heb weer een paar leuke werkjes voor je’, wilde dat eigenlijk zeggen: ‘De wijn is op’.”

Alleen toen zijn dochter een huis wilde kopen, heeft hij eens een kunstwerk verkocht, een reliëf van Schoonhoven. Maar voor wijn hanteert de verzamelaar andere regels. „In een kist zitten twaalf flessen, daar kan ik er altijd wel een paar van missen”, zegt hij in een van zijn wijnkelders bij een kist met negentien verschillende wijnen uit 2009, die alle van de Amerikaanse ‘wijnadvocaat’ Robert Parker de maximale score van 100 punten kregen. Manders: „Ik ben benieuwd wat voor kunst ik daarvoor straks kan kopen.”

Want een verzamelaar, en zeker een ‘collectaholic’, is nooit uitverzameld. Al jaren, zegt Manders, is hij op zoek naar een vroeg spijker-reliëf van de Duitse beeldhouwer Günther Uecker. Of een blikken wandobject van Armando, uit de jaren zestig. „Er is nog zoveel te ontdekken.”

Wat hij in elk geval niet zal doen, is meer primitieve Afrikaanse kunst kopen. In de gang van zijn huis hangt een masker van de Congolese Lega-stam. Toen hij daarmee thuiskwam, heeft hij plechtig aan Micheline moeten beloven dat het bij dat ene masker zou blijven, niet nóg een verzamelterrein. En nee, zegt Theo Manders met een lach, ook geen geheime collectie verstopt in dekenkisten.

‘Collectie Manders – Naar eenvoud en verstilling’, Museum Van Bommel Van Dam, Venlo. T/m 20 mei. Catalogus, 99 Uitgevers, Haarlem, € 30,-.