Kinderlijke verwondering

Lucky Fonz III

pop Lucky Fonz III: All of Amsterdam

Het vijfde album van Otto Wichers alias Lucky Fonz III, All of Amsterdam, is zijn intiemste tot nu toe. Na het Nederlandstalige Hoe Je Honing Maakt uit 2010 zingt hij nu weer Engels. Een makkelijk in het gehoor liggende hit als het Dylaneske (of beter Armandeske) Ik heb een meisje zal dat niet opleveren, want Wichers kruipt diep in de krochten van zijn romantische ziel. Het album opent uiterst minimaal met de stem en kale pianoakkoorden van Stars in Spain, een liefdeslied met intieme details die de luisteraar tot een voyeur maken in het leven van de zanger. De klassieke folkmethode buigt hij om tot een eigen stijl in de droge, directe zang en de tot op het bot uitgebeende instrumentatie. De piano is zijn nieuwe liefde, in de frivool over de toetsen dansende instrumental Zebhi Tonno en het weerwerk van een zwoele elektrische piano met het net iets boven zijn macht gezongen My lover asleep.

Als student van het werk van Bob Dylan legt Lucky Fonz III veel nadruk op de zeggingskracht van zijn teksten. Niet voor niets bestaat het hoesontwerp van All of Amsterdam uit louter woorden. Hij ontwikkelt zich tot een meester in de zuigende werking van een openingszin. „Right. It was supposed to be a game: pick any card and name your favorite animal, colour, whatever...” opent The cards and the ring. Het vertelt een poëtisch verhaal zonder duidelijke clou, zoals Dylan een surrealistisch westerntafereel kon schetsen in een song. Bitterzoete humor heeft hij ook: „...I never wanted children / because I’ve been one myself” zingt hij in het up-tempoliedje Sparrows. Er is veel voor te zeggen dat Lucky Fonz zelf een kind is gebleven, dat zich kan verwonderen over natuurverschijnselen en zich wentelt in liefde en aandacht. In Lines of work laat zijn fantasie hem doktertje spelen en geneest hij met kinderlijke eenvoud de kwalen van de zieken.

All of Amsterdam klinkt nauwelijks gepolijst of geproduceerd, spontaan gespeeld op de paar instrumenten die voorhanden waren. Als de stem het even niet haalde, werd dat zo gelaten. Slechts hier en daar is er wat slagwerk. Pas in het slotnummer Tired and wary veroorlooft Lucky Fonz zich de luxe van een verre hobo, op een album dat verleidt met rauwe, klein gehouden emotie.