JFK, Martin Luther King en... ...Reagan?

De Democraten hebben Kennedy, zwarte Amerikanen Martin Luther King. Republikeinen snakken al jaren naar een icoon. Een bewonderaar van de vroegere president doet zijn best Ronald Reagan die status te geven.

Gedenkteken met citaat van Ronald Reagan bij de Ronald W. Reagan Presidential Library in Simi Valley (Californië). Foto Getty Images

Op de top van de kale berg kun je prachtig de zon zien opgaan. Sunrise Mountain ligt in de woestijn, net buiten Las Vegas. Het huis van Chuck Muth kijkt erop uit. De berg biedt een weids uitzicht over de woestijn van Nevada. Tenminste, dat heeft Muth gehoord. Zelf kwam hij nooit hoger dan een paar honderd meter.

Politiek consultant Chuck Muth, een goedlachse Republikein, wil de 1.200 meter hoge berg vernoemen naar zijn grote politieke voorbeeld, Ronald Reagan. Jarenlang heeft hij brieven geschreven, handtekeningen verzameld, instanties bewerkt. En eindelijk gaat het lukken. Volgende maand besluit een staatscommissie in Nevada of de berg hernoemd mag worden tot Reagan Mountain, en de kans daarop is groot. Het zou tijd worden, zegt Muth. Twaalf presidenten hebben al een eigen berg. En in Mount Rushmore, in South Dakota, zijn de beeltenissen van Abraham Lincoln, George Washington, Theodore Roosevelt en Thomas Jefferson uitgehouwen. „Zo’n eer verdient Reagan, de belangrijkste twintigste-eeuwse president, ook.”

In een land met zo’n jonge geschiedenis als de Verenigde Staten zijn mythes rond grote leiders schaars. Maar weinig presidenten hebben de status van icoon bereikt. George Washington en de andere achttiende-eeuwse founding fathers zijn nationale helden. Abraham Lincoln, die zich inzette voor de afschaffing van de slavernij, ook. Van de twintigste-eeuwse presidenten komen alleen Franklin D. Roosevelt en John F. Kennedy in de buurt, allebei Democraten.

Al jaren snakken de Republikeinen naar hun eigen conservatieve icoon. De verloren presidentsverkiezingen van vorig jaar en de interne verdeeldheid die daarop volgde, hebben die wens alleen maar groter gemaakt. „De Democraten hebben Kennedy”, zegt Muth. „De Afro-Amerikanen hebben Martin Luther King. In het hele land vind je Kennedy-wegen, King-scholen. Wij hebben niemand.”

De legendevorming wordt een handje geholpen. In 1997 besloot de conservatieve ideoloog Grover Norquist dat Ronald Reagan (president van 1981 tot 1989; in 2004 op 93-jarige leeftijd overleden) dat hiaat moet vullen. Norquist is oprichter van het invloedrijke Americans for Tax Reform, dat strijdt voor lagere belastingen. De organisatie laat vrijwel alle Republikeinse politici een belofte tekenen om nooit in te stemmen met belastingverhoging.

Norquist richtte het Ronald Reagan Legacy Project op. Deze organisatie probeert in alle vijftig staten ten minste één school, weg, brug of park naar Reagan te vernoemen. Uiteindelijk moet Reagan in alle ruim drieduizend districten vernoemd zijn. „Een ongekende stap in de Amerikaanse geschiedenis”, schreef journalist Will Bunch in 2009 in het boek Tear down this Myth, over de mythevorming rond Reagan. „Andere presidenten en leiders zijn ook gemythologiseerd, maar nooit terwijl ze nog leefden, en nooit op zo’n uitgekiende manier.”

De 53-jarige Muth is bevriend met Norquist. Ze werkten samen in Washington, waar Muth lange tijd directeur was van de American Conservative Union. Hij schoof veelvuldig aan bij de geheimzinnige woensdagse ontbijtsessies van Norquist, waar prominente conservatieven hun strategie uitstippelen. Op aandringen van zijn vriend beet hij zich vast in het vernoemen van een berg in Nevada naar Reagan. De laatste Republikeinse voorverkiezingen waren een dieptepunt voor hem en zijn partij, zegt Muth. „De ene sukkel was nog erger dan de ander. Als de naam van Ronald Reagan overal opduikt, herinneren we onszelf eraan dat het niet altijd zo slecht is geweest.”

Het verlangen naar Reagan is voor een deel romantiek, nostalgie naar een tijd die nooit heeft bestaan. Tijdens zijn presidentschap was Reagan helemaal niet zo geliefd, ook niet in eigen kring. Zijn opvolgers Bush sr. en Clinton haalden veel hogere populariteitscijfers. Met name Reagans tweede termijn werd gekenmerkt door schandalen. En hij stemde in met een forse belastingverhoging. Muth: „Het gaat mij meer om de persoon die Reagan was: een conservatief met een goed humeur, een optimist. Ik keur niet al zijn daden goed.”

Landelijk is de lobby langzaamaan een succes. Er zijn al bijna drieduizend scholen, wegen, bruggen en tunnels naar Reagan vernoemd. Het lokale vliegveld van Washington heet Ronald Reagan Airport, er kwam een standbeeld van de oud-president. Het was een persoonlijke overwinning voor Norquist, die zich verheugde op het idee dat iedereen in het Democratische bolwerk Washington de naam ‘Reagan’ in de mond moest nemen. Ieder jaar gaat de Reaganisering van Amerika iets verder en komen er tientallen Reagan-scholen of -wegen bij.

De strategie lijkt te werken, want Reagan is de laatste jaren populairder dan hij als president ooit geweest is. Onder conservatieve kiezers is hij de populairste president in de recente Amerikaanse geschiedenis. Rechtse politici zeggen dat ze in de geest van Reagan denken. Republikeinse voorverkiezingen, zei senator Marco Rubio, „ontaarden tegenwoordig altijd in een wedstrijd wie het meest op Reagan lijkt”. Kandidaat Newt Gingrich vond zelfs de term ‘Reagan-conservatief’ uit om zichzelf te omschrijven. Volgens de conservatieve auteur David Frum kijken conservatieven naar Reagan „zoals Romeinen in de zevende eeuw naar hun oude aquaducten keken: het idee dat wij dit ooit konden!”

De missie van Grover Norquist is nog lang niet voltooid. Reagans gezicht prijkt nog niet op het biljet van tien dollar. En 6 februari, de verjaardag van Reagan, is nog altijd niet de Nationale Reagan Dag. En er is nog geen berg, terwijl iedere grote president die wel heeft. Een voorstel voor een Ronald Reagan Berg in New Hampshire werd door een federale commissie afgewezen, omdat die berg al een andere naam had.

Chuck Muth steekt al zijn tijd in het vernoemen van Sunrise Mountain.

Het probleem is dat ook die berg al een naam hééft. Hernoemen mag niet volgens de Amerikaanse wet, alleen als een naam kwetsend is, zoals Negro Mountain, of als de naamgever zich heeft misdragen. De tienerdochter van Muth had een ingeving. „Ze zei: ‘Weet je dat de berg helemaal niet Sunrise Mountain heet? Zo noemt iedereen hem, maar de officiële naam is Frenchman Mountain.’”

Muth zocht uit dat de Fransman in werkelijkheid een Belg was. Ene Paul Watelet verkocht een eeuw geleden grond rondom de berg aan speculanten, door te beweren dat er goud in de grond lag. Maar er is nooit goud gevonden. Muth: „Daarom moet de berg een andere naam krijgen. We gaan toch geen berg naar een oplichter vernoemen?”

Het viel niet mee zijn stadgenoten te overtuigen. Democraten zeggen dat het te veel eer is voor een conservatieve president. Republikeinen vinden de berg te laag, of ze menen dat een conservatief als Reagan niks te zoeken heeft in een hedonistische gokstad als LasVegas. Ja, zegt Muth, de berg ís laag, en minder indrukwekkend dan Mount Rushmore. „Je moet ergens beginnen. En voor de rest:Reagan was dol op Las Vegas. Hij heeft hier als acteur gewerkt Hij zou het prachtig hebben gevonden, als hij nog geleefd had.”