Ideale koptelefoonmuziek

Nosaj Thing tourt met een nieuw album Meer voor de koptelefoon dan de dansvloer Hiphop? Misschien later

Redacteur Cultuur

Het is ideale muziek om bij uit het treinraam te staren. Niet iets wat je zou verwachten tijdens een avondje flink doordreunen in de Amsterdamse Melkweg. Toch is dat waar Jason Chung (28), ofwel Nosaj Thing na een relatiebreuk en negen maanden overleven in een zwembadhuisje, zondagavond staat. Hij speelt er live dezelfde duw-en-zuig synths waarmee hij in 2009 bekend werd, maar de breakbeats en donkere bassen die debuutalbum Drift nog een rauw randje gaven, laat hij bij de Europese minitour rond zijn tweede album Home goeddeels thuis, vertelt hij aan de telefoon vanuit Los Angeles. Op vrijdagavond scheurt hij het plastic van de verhuisdozen. Nog dertig te gaan voor hij drie dagen later vliegt.

Dromerig was zijn muziek altijd al. Nosaj Thing – een anagram van zijn naam, bedacht als twaalfjarige toen zijn stiften doordrukten op het papier en ‘Jason’ omgekeerd te lezen was – groeide op met de lokale breakbeat scene waar ook artiesten als The Gaslamp Killer en Flying Lotus onderdeel van zijn. De groep ontmoette elkaar wekelijks op een parkeerplaats om elkaar beats te laten horen via de autospeakers. Ze mixten hiphop uit de buurt en dubstep dat ze leerden kennen via internet met synths die onder hoge temperaturen lijken te zijn vervormd. Het resultaat: spacend, met een stevige ondertoon. Chung was geen vast onderdeel van de groep. „Af en toe nodigden ze me wel uit om langs te komen. Maar ik had zo’n barrel, die auto redde het niet tot de andere kant van de stad.”

Toch hoor je de invloed. Chungs eerste album wordt vaak in een adem genoemd met Los Angeles, het algemeen bejubelde debuut van stadsgenoot Flying Lotus, dat een jaar eerder verscheen. „We hebben nooit samen gewerkt, maar we zijn vrienden. Iedereen is een beetje zijn eigen kant uit gegaan.” Terwijl het hardere ‘trap’-geluid nu populair is in de Verenigde Staten, dwaalt Chung steeds verder af naar dromenland. Niet bewust, maar wel verklaarbaar, legt hij uit. „Toen Drift uitkwam heb ik twee jaar alleen maar getourd. Het jaar daarna viel alles in duigen. Mijn relatie ging na vier jaar uit. Ik moest zo snel mogelijk op zoek naar een plek om het album af te maken. In één jaar tijd ben ik drie keer verhuisd.” Hij overwinterde in het zwembadhuisje van vrienden, vandaar de titel: Home. „Ik was een broken human being – mentaal en fysiek”, zegt hij. „Kwam drie maanden niet buiten. Had angstaanvallen. Stond pas op als het donker werd, had uitslag op mijn gezicht. Ik liep bij een dermatoloog, fysiotherapeut, voedingsdeskundige en psycholoog. Ja, ik was depressief.”

Tegelijkertijd kreeg hij problemen met zijn ouders – „It was the perfect storm” – wat resulteerde in een album waar je de ludduvuddu door liedjes als ‘Blue’, ‘Distance’ en ‘Try’ heen hoort. Meer koptelefoonmuziek dan dansvloervullers. Met dit keer ook, anders dan op zijn debuut, sferische zang van Toro Y Moi (‘Try’) en de Japanse zangeres Kazu Makino (‘Blue’) – van indieband Blonde Redhead.

Op advies van de voedingsdeskundige is Chung gestopt met suiker en gluten. Een week geleden is hij verhuisd naar het centrum van Los Angeles, een week daarvoor was de eerste single op zijn kersverse label Timetable een feit. „Er is teveel muziek, dat is het probleem.” Vandaar zijn eigen label: „Ik heb een bepaalde smaak en die wil ik graag delen.”

Chung was er vroeg bij. Zijn eerste rave bezocht hij stiekem, met oudere vrienden. Hij was twaalf. Drie maanden later begon hij met produceren. Eerst beats voor rappers, later liet hij zich inspireren door punk en noise in club The Shell. „De doe-het-zelf houding sprak me aan. Ze maakten live muziek met niet veel meer dan een elektronische gitaar en een pedaal.” 

Inmiddels maakt Chung muziek die op zichzelf staat, niet alleen maar beats ter ondersteuning. Hij werkt vooral met software, inclusief de piano die je hoort in ‘Prelude’ en juweeltje ‘Light #3’. Piano spelen leerde hij zichzelf, de inspiratie haalde hij uit de klassieke werken van zijn moeder. „Thuis luisterde ik Debussy.”

Met software en synthesizers zijn de mogelijkheden eindeloos, zegt Chung. „Dat is waarom ik zo van elektronische muziek hou. Je hebt de controle over elk onderdeel van je toon. Het voelt als pure expressie.”

In de toekomst wil hij ook weer beats voor rappers gaan maken, zoals hij in 2010 nog deed voor Kendrick Lamar. „Kendrick vroeg me tijdens het maken van Home al om wat beats, maar er kwam niets uit mijn handen. Ik raakte helemaal gefrustreerd. Voor hiphop moet je strijdlustig zijn. Ik was gewoon bezig met het verwerken van emoties.”