Giovanca: Voor even Miriam Makeba

Zangeres Giovanca bewondert Miriam Makeba. Als ze Makeba’s ‘Soweto Blues’ zingt, doet dat haar denken aan het vroegere verbod op haar moedertaal, Papiamento.

Haar naam is Zenzile Miriam Makeba.

Ik staar naar de voorkant van haar lp. Ik ben elf jaar. Er is nog geen internet, laat staan YouTube of Wikipedia om meer over je idolen te weten te komen. In mijn belevenis heeft Miriam Makeba maar één lp en die heb ik! Nou ja, mijn vader dan. De hoes ziet er liefdevol versleten uit. Misschien is het wel het enige exemplaar op de wereld. Maar lp’s zijn niet erg ‘in’, dus ik praat er met niemand over.

Miriam Makeba was destijds zeker niet ‘in’. Cubaanse salsaplaten evenmin. The Supremes eigenlijk ook niet meer. En ik zou echt ‘never nooit’ aan iemand vertellen dat we de plaat van de film Jesus Christ Superstar hadden – en dat ik die te gek vond.

Ik heb Curaçaose ouders, dus wij hadden thuis bovendien stapels en stapels Latijns-Amerikaanse muziek in de kast met mannen met snorren en trompetten op de hoes. Niet bepaald het repertoire dat stoer werd gevonden door mijn klasgenootjes. Het waren tenslotte de jaren tachtig; de tijd van Madonna, Michael Jackson en Wham!

Maar mijn geheime heldinnen waren Miriam Makeba, de Cubaanse Celia Cruz en zelfs Diana Ross. Ik vond ze adembenemend mooi, kuste hun lp’s, zong met ze mee en nam dat weer op op cassettebandjes. Ik moet toch eens kijken of mijn moeder die nog ergens in een doos heeft bewaard.

Soweto Blues

Het is 2009 en ik ben me aan het voorbereiden voor een optreden waar ik een Zuid-Afrikaans nummer moet zingen. In mijn kast staan inmiddels talloze Makeba-albums. Iedereen kent natuurlijk haar grootste hit Pata Pata. Maar een van mijn favoriete Miriam Makeba-nummers is Soweto Blues.

Ik heb het al jaren niet meer gehoord, dus ik google de tekst (Ha! Ik zie mezelf nog zitten vroeger met pen en papier en steeds op de rewindknop drukken om uit te vogelen wat mensen zongen) en ik bekijk op YouTube de live-versie van Soweto Blues.

Dan gebeurt het.

En ‘het’ laat zich niet een-twee-drie benoemen, maar ik probeer het zo goed mogelijk uit te leggen. Natuurlijk kende ik het nummer Soweto Blues, maar ik kende de tekst niet volledig. Ik begin te lezen en zing het mee om te oefenen. En voor het eerst voel ik écht waar het over gaat. Op 16 juni 1976, ongeveer een jaar voor ik word geboren, breken er in Soweto, Zuid-Afrika rellen uit omdat de regering het spreken van inheemse Afrikaanse talen op scholen verbood. De officiële taal werd het Afrikaans, de taal die wij als Nederlanders redelijk kunnen verstaan. Maar dat was voor de zwarte bevolking de taal van de onderdrukker.

Natuurlijk was de oorzaak van de rellen complexer, en kwamen ze voort uit een opeenstapeling van misstanden; scheve verhoudingen en zaken die tot op dat moment niet opgelost, verbeterd of verwerkt waren. En nog steeds niet helemaal. Maar de aanleiding voor de rellen was het verbod om je eigen taal op school te spreken. Tienduizenden studenten en jongeren verzamelden zich om te protesteren. Met zang en spandoeken gingen ze de straat op. Weg met het Afrikaans! De minister moest maar Zulu of Xhosa leren.

Wat vreedzaam begon, eindigde in een bloedbad. Zodra de politie de menigte uit elkaar probeerde te drijven – met traangas, je ziet het gewoon voor je – ging het mis. Die dag stierven studenten en zelfs jonge kinderen, die in het hoofd of ergens anders geraakt werden door schoten van de politie. Dagenlang was het oorlog op straat en die oorlog spreidde zich uit van township naar township. Apartheid zou nog lang daarna op allerlei plekken in Zuid-Afrika de oorzaak van oproer, opstanden, geweld en ballingschap zijn.

Miriam Makeba, de vrouw die ooit haar land moest verlaten omdat zij openlijk liet zien en horen dat ze tegen apartheid was, zingt over de rellen van 1976: Soweto Blues is speciaal voor haar geschreven. Als er één stem is die de pijn van die 16de juni kan bezingen, is het haar stem wel. „Children were flying, bullets dying, the mothers screaming and crying…”

Rellen

Ik wil het nummer per se zingen, maar er gaat van alles door mij heen. Rellen, rellen… Ik denk aan de verhalen van mijn vader. Op 30 mei 1969 waren er ook rellen op Curaçao. Boze, protesterende mensen op straat, plunderingen, politie met wapens, brandende auto’s. Het was een uit de hand gelopen arbeidsconflict dat uiteindelijk heeft bijgedragen aan een ommekeer in de koloniale geschiedenis van het eiland. Tot op de dag van vandaag praten mijn oudere ooms over die ene dag in mei. Een opstand die symbool werd voor zoveel ‘meer’, net als toen in Soweto.

Ik kijk nog eens naar de tekst. Behalve in hoe aangrijpend de rellen worden beschreven, zit de reden waarom Soweto Blues mij zo raakt ’m vooral in het gegeven dat je op school in je eigen land je eigen taal niet mag spreken.

Ik herinner me dat mijn vader en moeder dat ook hebben meegemaakt. Zij zijn opgegroeid op Curaçao en het was in hun tijd verboden om Papiamento op school te spreken – hun eigen moedertaal. Je mocht het onderling niet spreken, in de klas niet, en zelfs op de speelplaats niet. Werd je betrapt, dan kreeg je straf van de nonnen en de fraters.

Je moedertaal sprak je maar thuis en daar waar je opgeleid werd, klaargemaakt werd om deel te nemen aan de maatschappij, telde Papiamento niet. Je moest Nederlands spreken.

Tweetalig

Het meisje van elf dat stiekem fan was van Miriam Makeba en Diana Ross en hun lp’s kuste was tweetalig, maar mocht thuis eigenlijk geen Papiamento spreken. „Het is beter om Nederlands te praten lieverds”, zei mijn vader. „Jullie moeder en ik spreken Papiamento, dat klopt, maar antwoorden jullie gewoon maar in Nederlands. Ik wil niet dat jullie Nederlands beïnvloed wordt en dat jullie daar later op worden afgerekend als je een baan zoekt. Papiamento kunnen jullie al, maar je Nederlands moet perfect zijn. Echt waar. Spreek en lees zoveel mogelijk Nederlands.”

Ik begreep hem wel. Nederlands was dé taal in het land waar zijn kinderen opgroeiden. Dus als we die taal zo goed mogelijk beheersten, zouden we daar baat bij hebben. Maar na een poosje dacht ik, ja wacht eens even! Ik verlies mijn Papiamento! Ik kon soms moeilijk nog op woorden komen die ik wilde gebruiken. En dat in de taal waarin ik ben geliefkoosd als baby, de taal waarin ik mijn eerste woorden leerde, de taal waarin ik straf kreeg en verhalen hoorde. De taal die mijn hele familie sprak. Dus mijn ouders konden het shaken! Ik spreek nu al jaren Papiamento met mijn ouders en familie.

Inmiddels mogen studenten in Curaçao gewoon Papiamento spreken. De lessen zijn nog wel altijd in het Nederlands. Papiamento is sinds een paar eindelijk een officieel examenvak op Curaçaose middelbare scholen.

Stel je voor dat je in Nederland geen Nederlands op school leert. Geen dictees, niks. En dat het vak Nederlands pas sinds vier jaar in het vakkenpakket zit. Wat zou dat betekenen voor onze ontwikkeling, onze literatuur? Hoe laag zou het niveau zijn?

Ik besef natuurlijk dat de ontstaansgeschiedenis van de Papiamentse taal niet te vergelijken is met alle inheemse talen en dialecten in Zuid-Afrika. Het onderwijs en het lesmateriaal op Curaçao zijn ook in het Nederlands. En toch, bij Soweto Blues moet ik aan mijn ouders denken, aan het verbod op het spreken van je eigen taal op school; je moedertaal, die een deel is van je identiteit.

Pijnlijke materie

Ongelijkheid, onderdrukking, een koloniaal verleden, het blijft een ingewikkelde en voor velen pijnlijke materie. Gelukkig komen we steeds iets verder met z’n allen. Ook op Curaçao. Een nieuwe generatie kan nu de rijkdom van haar moedertaal Papiamento ontdekken, omarmen en behouden – en daarmee een deel van haar identiteit. Het is een prachtige taal.

In Zuid-Afrika probeert de nieuwe generatie juist die opgelegde taal, het Afrikaans, niet langer als de taal van de onderdrukker te zien, maar van de vrijheid en verbintenis, zodat iedereen het gewoon durft te spreken, ongeacht zijn of haar huidskleur.

Mijn ouders wilden het beste voor ons, maar weten nu al heel lang dat je prima én Papiamento én Nederlands kunt spreken. Als ik door de Curaçaose media wordt geïnterviewd in Papiamento zijn ze supertrots. Ik verras ze soms expres met moeilijke woorden uit de Curaçaose krant.

Ik print de tekst van Soweto Blues uit voor mijn achtergrondzangeressen.

„Oh, leuk. Waarom gaan we die zingen?”

„Om 16 juni 1976 in Soweto te gedenken. Een zwarte pagina in de geschiedenis.”

En we zingen het voor iedereen die met een lat geslagen werd als ze Papiamento op het schoolplein praatten. En voor iedereen wereldwijd die letterlijk moet vechten om zich zelf te kunnen zijn op welk gebied dan ook.

En omdat ik altijd al een beetje Miriam Makeba heb willen zijn.

Dit is een aangepaste versie van een van de persoonlijke verhalen uit de bundel ‘Gouden tijden, Zwarte bladzijden’ die wordt uitgegeven in het kader van de Boekenweek van 16 t/m 24 maart. Het is een Boekenweekgeschenk voor leden van de openbare bibliotheken. Verschillende Nederlanders beschrijven daarin een gouden en/of zwarte pagina uit hun leven.Inl: boekenweek.nl