Europese top: bezuinigen of groei aanjagen?

Tijdens de eurotop die vanavond begint, gaat het over de vraag of Europa door moet gaan met bezuinigen. Grootste zorg: de crisis in Italië.

Speciaal voor Mario Monti hebben de regeringsleiders, die vanavond en morgen in Brussel vergaderen, hun agenda omgegooid. Thema’s als de relaties met Rusland en de G8 zijn allemaal naar vrijdag geschoven, als de demissionaire Italiaanse premier absoluut in Rome moet zijn voor de ceremoniële installatie van het nieuwe parlement. Vanavond, als Monti er wél bij is, kunnen de regeringsleiders daardoor helemaal wijden aan de economische recessie en de juiste ‘policy mix’ tussen begrotingsdiscipline en maatregelen om groei aan te zwengelen. Bij deze discussies, die heftig kunnen worden, speelt Italië een sleutelrol.

Velen in Brussel zijn bezorgd over hoe het verder moet met Italië, een immens euroland dat politiek stuurloos is maar het lot van de eurozone kan bezegelen. Ze willen van Monti horen wat het land mogelijk te wachten staat en wat de risico’s zijn voor de eurozone. Maar behalve uitleg over de penibele politieke situatie kan Monti zijn collega’s misschien ook wat wijze lessen geven. Hij voerde netjes hervormingen door die in Europees verband zijn bedacht om zijn land er bovenop te helpen en bij te dragen aan het herstel van het vertrouwen in de eurozone. Maar na één jaar kwamen er verkiezingen en werd hij compleet weggevaagd.

Veel regeringsleiders vrezen dat zij bezig zijn zichzelf in dezelfde positie te manoeuvreren als Monti. Ze staan in een spagaat. De wereld globaliseert. Er is geen land meer dat enkel voor zichzelf economisch of budgettair beleid kan maken. Maar verkiezingen zijn nog steeds nationaal. Monti heeft de hervormingen die hij in Italie doorvoerde (bezuinigen hoeft Italië niet; het heeft een begrotingsoverschot) altijd in Europese context uitgelegd. Maar vlak voor de verkiezingen moest hij uitstellen, of zei hij het omgekeerde van wat hij eerst zei, omdat hij bang was dat mensen niet op hem zouden stemmen. Daarmee werd de eens zo standvastige professor net zo’n onbetrouwbare politicus als alle anderen. Kiezers straften hem af.

Dit is precies het dilemma waar veel Europese regeringsleiders voor staan. Vanavond bespreken ze in Brussel, terwijl duizenden Europese vakbondsleden op straat demonstreren, de economische vooruitzichten die eurocommissaris Olli Rehn in februari publiceerde. Voor bijna alle landen zijn die vooruitzichten deprimerend. Er is nauwelijks groei. De werkloosheid stijgt, in sommige landen explosief. Vooral jongeren vinden geen werk. Tegelijkertijd hebben regeringsleiders de afgelopen paar jaar, om de eurocrisis te bestrijden, keiharde maatregelen aangenomen om te zorgen dat landen met te veel schuld en begrotingstekort straf krijgen. Ook landen die niet genoeg doen om competitief te blijven, worden aan de schandpaal genageld. De laatste versie van deze maatregelen, het ‘two-pack’, is deze week door het Europees parlement goedgekeurd. Juist nu deze discipline in juridisch beton is gegoten, krijgen de Franse president François Hollande, de Belgische premier Elio di Rupo en vele anderen het benauwd. Zij zeggen dat je mensen in economisch donkere tijden vertrouwen moet geven in de toekomst. Je moet groei aanzwengelen, banen scheppen. Als je vooral het accent blijft leggen op begrotingsdiscipline, redeneren zij, verliezen burgers net als in Italië hun vertrouwen in de politiek. Europees Parlementvoorzitter Martin Schulz, die vanavond mee borrelt, zei afgelopen week: „Wij zijn wereldkampioen bezuinigen. Maar hoe we groei stimuleren, weten we niet.’’

In de ontwerp-conclusies van vanavond probeert president Herman Van Rompuy beide elementen te benadrukken. Hij heeft het over „groei-vriendelijke bezuinigingen”, een „verantwoorde mix van maatregelen voor uitgaven en inkomsten”, „productieve publieke investeringen”. Maar onderhandelaars vertellen dat dit de noordelijke landen zoals Duitsland en Nederland al te ver gaat. Hún verhaal is juist dat de crisis afgelopen half jaar een beetje is geluwd omdat iedereen de broekriem aantrok. Het zou dom zijn daarmee op te houden. Hervormen en bezuinigen doet pijn, zeggen zij. Het duurt even voordat het effect heeft, dus we moeten geduld hebben.

Van Rompuy doet ook een oproep aan de regeringsleiders om alle beloftes die ze hebben gedaan – bankunie, directe herkapitalisatie van banken door noodfonds, eurozonebegroting – in te lossen. Nu de turbulentie op de markten geluwd is en de Duitse verkiezingen naderen komt daar de klad in. „De focus moet liggen op uitvoeren van besluiten”, staat in de conclusies, anders verliest iedereen opnieuw vertrouwen in Europa.

Ook de Europese Commissie vindt dat je niet zomaar van de nieuwe regels kunt afstappen. Logisch: zij moet die regels bewaken en afdwingen. Maar de Commissie worstelt op haar manier met de juiste mix. Intern heeft zij eind vorig jaar het gebruik van het woord ‘austerity’ (soberheid) verboden. Te gevoelig. ‘Begrotingsdiscipline’ is beter, werd personeel per e-mail meegedeeld.

Volgens een hoge diplomaat is de kans klein dat er vanavond een koerswijziging komt. „Dit is een discussie tussen doven”, zegt hij.