DNB: groot deel bankentoezicht op nationaal niveau

De Europese Centrale Bank wordt de nieuwe toezichthouder op de banken in de eurozone. In haar jaarverslag geeft De Nederlandsche Bank een aantal voorzetten.

Aan de oever van de Main in Frankfurt verrijst langzaam maar zeker het nieuwe hoofdkwartier van de Europese Centrale Bank. Twee nieuwe torens, waarvan de hoogste 185 meter is, worden gecombineerd met de monumentale Grossmarkthalle. Kosten: 1,2 miljard euro. Ergens volgend jaar is de bouw klaar. Maar nu al is het de vraag of het nieuwe kantoor groot genoeg zal zijn voor de omvang die de ECB dan zal hebben.

In december vorig jaar besloten de ministers van Financiën van de eurozone dat er een gemeenschappelijk toezicht op de banken moet komen, waarvoor de ECB de verantwoordelijkheid krijgt. Dat toezicht moet volgend jaar in werking treden, dit jaar moet worden bedacht hoe het eruit komt te zien.

Een aantal zaken is al duidelijk: de ECB zal toezicht houden op ongeveer 150 van de grootste banken, en op kleinere banken als zij dat nodig vindt. De ECB wordt verantwoordelijk voor de coherentie van al het toezicht binnen de eurozone. De nationale centrale banken stellen medewerkers ter beschikking aan de ECB.

Verder is er vooral veel onbekend. Tot in welke mate van detail zullen de nieuwe toezichthouders zich met de banken bemoeien? En hoeveel mensen zijn daarvoor nodig? Vorige maand lekte een rapport uit waarin een adviesbureau sprak van 2.000 personen. Bij de ECB zelf denken sommigen dat het zal lukken met 500 tot 1.000. Hoe dan ook is de kans groot dat het niet gaat passen in het nieuwe kantoor: dat is berekend op 2.200 mensen, en nu al werken er 1.600 bij de ECB.

Ook is onduidelijk wat de precieze relatie zal zijn met de nationale centrale banken en de nationale overheden. De Nederlandsche Bank (DNB) geeft in haar vandaag verschenen jaarverslag een aantal voorzetten. Zo vindt DNB dat het „voor de hand ligt” dat de uitvoering van het toezicht „voor een aanzienlijk deel” op nationaal niveau blijft plaatsvinden, „ook ten aanzien van de grote banken”. De nationale toezichthouders kennen de banken in een land immers het beste.

Verder vindt DNB dat de collega’s in Frankfurt zo snel mogelijk moeten beginnen met een boekenonderzoek bij de banken – in elk geval bij de grote – om te voorkomen dat er „verborgen risico’s mee migreren naar de bankenunie”. President Klaas Knot raadt in zijn inleiding aan om alle banken door een externe partij „grondig te laten doorlichten”.

Dat is nodig vanwege een ander element van de toekomstige bankenunie: het Europese resolutiefonds. Deze pot met geld moet door de banken gevuld worden en kan worden ingezet bij de afwikkeling van een faillissement. Dit om de belastingbetaler in het vervolg zo veel mogelijk te ontzien. De banken staan vanzelfsprekend niet te springen om de pot te vullen. Het boekenonderzoek moet bijdragen aan het draagvlak onder banken.

DNB wil niet dat het bankentoezicht naar het Europese niveau verschuift voordat het resolutiemechanisme in werking treedt. Anders kunnen er belangenconflicten ontstaan, zegt DNB. Bijvoorbeeld als de ECB beslist dat een bank moet worden afgewikkeld. De rekening moet dan nog altijd op het nationale niveau worden betaald. Over het resolutiemechanisme is echter nog lang geen overeenstemming bij de Europese regeringsleiders. Dat wordt pas halverwege volgend jaar verwacht.