'De zalen zaten toen niet zo vol als nu'

Klassieke muziek was voor blanken, zo was de gedachte in Zuid-Afrika. Toch niet, zo ervaart het KCO in Soweto. „Iedereen wil viool spelen.”

Een zwarte jongen met een vioolkoffer in zijn rechterhand, in Soweto. Dat is vragen om problemen. Het is begin jaren zestig en de 20-jarige Michael Mosote heeft één passie: klassieke muziek. Regelmatig wordt hij aangehouden door de blanke apartheidspolitie, want die viool moet wel gestolen zijn. „Om te bewijzen dat het instrument van mij was, vroegen die politieagenten me een stuk te spelen. Dat deed ik. En zij waren stomverbaasd. Een zwarte jongen die viool kon spelen, dat bestond bijna niet.”

De inmiddels 74-jarige Mosote vertelt het lachend. De violist is aanwezig in het nieuwe Soweto Theatre omdat zijn zoon, de 39-jarige Kutlwano Mosote de vertaler en verteller is van Prokofjevs Peter en de Wolf. Het Concertgebouworkest brengt het werk vandaag twee keer voor honderden schoolkinderen.

Het gebouw, dat uit rode en blauwe kubbussen bestaat, is de nieuwste trots van Soweto. Kosten: ongeveer 12,5 miljoen euro. Het laat zien dat het goed gaat met ‘s werelds grootste township, met tussen de drie en vijf miljoen inwoners. Er zijn nog altijd sloppenwijken en veel mensen leven in armoede, maar een deel van de inwoners hebben sinds het afschaffen van de apartheid geprofiteerd van de rijkdom in het land.

Vader Mosote is een pionier van klassieke muziek in de beroemde township. Op 24-jarige leeftijd richtte hij het Soweto Youth Orchestra op. „Ik kreeg les van Alain Solomon: een blanke Joodse man”, vertelt hij. De kennis die hij zelf opdeed, bracht Mosote weer over op het 65-koppige Soweto Youth Orchestra. „Maar om die lessen te volgen moest ik naar de blanke buitenwijken van Johannesburg, waar Solomon woonde. Dan zag je de gordijnen langzaam opzij gaan bij buurtgenoten en hoorde je ze denken: die moet wel komen om te stelen.”

Niet veel later neemt Mosote plaats in een van de rode stoelen van het theater, te midden van honderden kinderen in de leeftijd van 8 tot 18 jaar. Als het Concertgebouworkest zijn entree maakt, klinkt applaus. Dominic Seldis, contrabassist van het orkest, praat het geheel aan elkaar. Hij legt uit wat een viool is, wat de bas, de klarinet en wat een dirigent nou eigenlijk doet. Dan is het tijd voor Peter en De Wolf.

De zaal is grotendeels gevuld met potentiële muzikantjes. Voor de anderen is het concert verplichte kost. Hier en daar valt een leerling in slaap. Toch kan het orkest na afloop rekenen op een staande ovatie. „Normaal gesproken zien deze kinderen nooit een orkest, dus het is geweldig om voor dit publiek op te treden” zegt Seldis na afloop. De 11-jarige hoornist Owethu Bogwana beaamt dat. „Ik heb nog nooit een groot orkest in het echt gezien. Dit wil ik later ook”.

De jeugd van Soweto omarmt het Concertgebouworkest. En dat is geen toeval. Klassieke muziek zit in de lift in het Afrikaanse land. Of beter gezegd: zit weer in de lift. In de jaren zestig en zeventig telde Zuid-Afrika talloze orkesten, er werden prachtige theaters gebouwd en de zalen zaten vol. Maar na het einde van de apartheid begin jaren negentig wilde de regering even niks met een zogenoemd eurocentrische muziekstroming te maken hebben. Klassieke muziek was koloniaal erfgoed, muziek voor blanken. Fondsen werden afgeschaft, orkesten verdwenen.

Maar muziek, ongeacht afkomst, zit diepgeworteld in de Zuid-Afrikaanse samenleving. Ook klassieke muziek, hoewel de concerten vooral door een blanke elite worden bezocht. Dat blijkt wel als het Concertgebouworkest een dag later een voorstelling verzorgt in de even verderop gelegen stad Pretoria. Dirigent van de avond, Charles Dutoit, verzorgde ook in 1970 een concert in het land, destijds in Kaapstad. „De zalen zaten toen niet zo vol als nu.” Dutoit, die daarna nog vier keer terugkeerde naar Zuid-Afrika, gelooft dat het niveau van klassieke muziek er toeneemt. „Inmiddels groeit het land zowel artistiek als cultureel”.

Die groei zorgt ervoor dat klassiek zich ook een weg baant door de opkomende townships, zoals Soweto. Van oudsher speelde vooral jazz daar een rol. Met name de jongeren interesseren meer en meer voor klassieke muziek. Rosemary Nalden runt al 16 jaar Buskaid, een violistenschool in Soweto. „We begonnen met 35 kinderen. Nu zijn dat er 100, terwijl we nog steeds maar plek hebben voor 35”, aldus de oprichtster: „Als we iedereen toelaten die zou willen, kunnen we wel ruim duizend kinderen plaatsen.”

Waar die massale interesse vandaan komt, weet Nalden niet. ,,De viool blijkt een aantrekkingskracht te hebben.” Trots vertelt ze dat drie van de leerlingen inmiddels op de Londense Royal Academy of Music zitten.

Dat is ook de droom van de in Soweto aanwezige Neo Madiehe (19). ,,Ooit hoop ik muziek te studeren. Dat is lastig, want vind maar eens een sponsor. Maar niets is onmogelijk.”