De handige berliner is geliefd, maar hetdrukken is te duur

Weer worden er kranten kleiner. Het Financieele Dagblad gaat naar berliner, het Leidsch Dagblad naar tabloid. Waarom kranten niet meer groot willen zijn.

Nieuwe formaten van NHD en FD; Telegraaf blijft (nog) groot.

Driehonderdvijftien bij vierhonderdzeventig millimeter. Dat is „het natuurlijke krantenformaat”. Aldus Jan Bonjer, hoofdredacteur van Het Financieele Dagblad in oktober. Toen durfde Bonjer nog niet hardop te zeggen dat hij zijn roze zakenkrant het liefst op het zogenoemde berlinerformaat wilde uitbrengen. Maandag wel. Vanaf dinsdag 26 maart verschijnt het FD op het nieuwe formaat, iets minder hoog dan het huidige. „Wij willen meer journalistieke verdieping overzichtelijker presenteren”, meldde Bonjer aan zijn lezers. Een nieuw formaat moet meer lezers trekken en de oplage opstuwen, ook al is het effect van zo’n operatie niet altijd blijvend.

Berliner is populair in de dagbladwereld. In Europa is het de standaard in Zwitserland, het is erg populair in België (De Standaard, De Morgen) en Italië, redelijk vertegenwoordigd in Frankrijk (Le Monde). In Groot-Brittannië (The Guardian) en Nederland daarentegen zijn nog maar weinig berlinerkranten.

Over twee weken is het FD pas de tweede krant in Nederland die verschijnt op berlinerformaat. Het Nederlands Dagblad (oplage: 26.000 exemplaren, zie ook elders op deze pagina) ging in oktober 2010 al over. De Volkskrant heeft op zaterdag enkele katernen op berliner.

Waarom is het berlinerformaat populair? „Met berliner heb je een win-win-situatie”, zegt Mario García, een van de bekendste dagbladdesigners ter wereld. Zijn bureau verzorgde het ontwerp (en herontwerp) van honderden kranten, waaronder het AD en De Telegraaf.

Berliner is een kleiner, handiger en gewenster formaat, aldus García. „De lezers van nu houden niet meer van de oude broadsheetkranten die moeilijk open te slaan zijn en moeilijk te lezen onderweg, in een drukke trein of krap vliegtuig. Berliner biedt daarnaast een handiger indeling in katernen dan de tabloid; je kan drie of vier secties invouwen.” Een compacte krant met meerdere katernen, bedoelt García, moeten lezers uit elkaar pellen als een Russische matroesjka.

Op veel krantenmarkten, zegt collega-ontwerper Mark Porter, associëren lezers en krantendirecteuren tabloid nog steeds met populaire journalistiek. „Ook al heb je ‘intelligente tabloids’.” Porter adviseert het FD en tekende onder meer voor het herontwerp van de Britse krant The Guardian en het Portugese Público. „Sommige uitgevers verkiezen berliner omdat het de voordelen heeft van een kleiner formaat dan broadsheet maar het heeft nog steeds een relatief grote vorm én een vouw. Veel mensen beschouwen dat als kenmerken van een serieuze krant.”

Maar wat weerhoudt Nederlandse kranten dan? Waarom gaan dan zoveel Nederlandse titels over op tabloid terwijl berliner het „natuurlijke formaat” is? Neem het Reformatorisch Dagblad. Dat gaat in april over op tabloid en is dan met 420 bij 297 mm net zo groot als NRC Handelsblad, nrc.next en de Volkskrant. En na Pasen, waarschijnlijk op 6 april, gaan alle regionale kranten van de Telegraaf Media Groep (TMG) over op tabloid. Dat betreft onder meer het Noordhollands Dagblad en het Leidsch Dagblad.

De belangrijkste reden dat berliner niet de Nederlandse standaard is: het is duur. De meeste krantenpersen in Nederland kunnen het formaat niet aan, en ombouwen is duur. Zeker in een tijd waarin advertentie-inkomsten krimpen en oplagen dalen. „Alle kranten zaten de afgelopen jaren op elkaar te wachten”, zegt Ton Smeets, directeur van grafisch bedrijf Dijkman Offset in Diemen. Zijn bedrijf drukt nu al het FD en gaat ook de krant op berliner drukken. Dijkman kan op variabele baanbreedtes drukken: ze kunnen de pers snel aanpassen aan andere formaten. Maar: alleen voor relatief kleine oplagen onder pakweg 100.000 exemplaren. Naast Dijkman is Janssen Pers in Gennep de enige Nederlandse krantendrukker die berliner kan drukken. Janssen drukt het ND. De Volkskrant laat zijn zaterdagse bijlagen enkele dagen eerder drukken bij de Persgroep in België, in Lokeren.

Een overgang naar tabloid is gemakkelijker: het is simpelweg de helft van broadsheet. Een nieuwe opmaak plus één keer extra vouwen is genoeg.

Na alle veranderingen is De Telegraaf nog het enige dagblad in Nederland dat verschijnt als broadsheet, dubbel zo groot als deze krant. Wordt het niet tijd dat ook de grootste krant van Nederland zijn formaat wijzigt? De directie van TMG heeft daarover nog geen besluit genomen, bleek dinsdag bij de presentatie van de jaarcijfers. Snel kan De Telegraaf in ieder geval niet over op tabloid. De persen in Amsterdam zijn er nog niet klaar voor; zij kunnen nog geen kleur op elke pagina drukken. TMG heeft eerst de persen in Alkmaar omgebouwd voor de regiokranten. Medio 2014 kan het ook in Amsterdam.

Wat moet De Telegraaf doen? Naar tabloid of berliner? „Berliner is extreem flexibel”, zegt Mark Porter. „Het leent zich uitstekend voor pagina’s met meerdere verhalen [zoals voorpagina’s van populaire kranten], maar het kan ook worden gebruikt voor enkele of dubbele pagina’s over één onderwerp, zoals bij tabloids.” De dagbladindustrie verkeert in zwaar weer, stelt Porter. „En De Telegraaf is daar niet immuun voor. Ik denk dat het onvermijdelijk is dat zij naar een kleiner formaat gaan; berliner zou een uitstekende keuze zijn.”

Het bureau van Mario García werkte de afgelopen negen maanden voor TMG. „Wij hebben ze geholpen met de conversie van de Weekend-bijlage naar tabloid en we blijven voor ze werken. Ik zou ze tabloid aanraden. Of berliner, als ze zich dat kunnen veroorloven natuurlijk.”