'De controle is goed, de pakkans groot'

Voedseldeskundigen vinden de aandacht voor voedselschandalen veelal „overdreven”. Consu- menten beseffen amper hoe „goed en ongelooflijk veilig” ons voedsel is.

De voedselschandalen van de laatste tijd zijn in omvang „beperkt”. Er is door de voedselindustrie „goed op gereageerd”. En ze vallen in het niet bij wat ons de komende decennia te wachten staat: „Het probleem om met een schaarste aan grondstoffen een groeiende wereldbevolking te moeten voeden”.

Dat stelt Tiny van Boekel, hoogleraar voedselkwaliteit aan de Wageningen Universiteit, in reactie op schandalen als de verkoop van paardenvlees voor rundvlees, en de vondst van de kankerverwekkende stof aflatoxine in veevoer en melk.

De goeddeels „overdreven” aandacht voor voedselschandalen, stelt Van Boekel, bewijst hoe weinig de gemiddelde consument beseft hoe „goed en ongelooflijk veilig” ons voedsel is. „We controleren goed, en de pakkans van fraudeurs is redelijk groot. Fraude is van alle tijden.”

Consumenten lijken nauwelijks meer te beseffen, aldus Van Boekel, dat wij leven in wat in de Middeleeuwen, bijvoorbeeld op het schilderij van Pieter Breughel, als een „luilekkerland” werd gezien: een wereld waar voedsel altijd en overal beschikbaar is. „Voedsel is een eerste levensbehoefte. Middeleeuwers droomden van rivieren van wijn en gebraden kippetjes die met mes en vork in hun rug gestoken rondliepen. Je zou zeggen dat we dat luilekkerland hebben bereikt. Toch wordt deze overvloed niet als zodanig ervaren.”

Nog maar honderd jaar geleden werkte 80 procent van de mensen in de landbouw en zij beseften dat er zonder werk geen eten was. Van Boekel: „Het besef van honger is verdwenenen.”

De voedselindustrie en de controlerende overheden mogen tegenwoordig steeds vaker worden gewantrouwd, toch doen die doorgaans precies wat wij wensen: het leveren van goed, goedkoop en gemakkelijk voedsel. Dat daar nadelen aan zitten, is evident. Zo werkt onze hang naar voorbewerkt voedsel het transport van grondstoffen in de hand, constateert Willy Baltussen, onderzoeker van voedselketens aan de Wageningen Universiteit.

Baltussen: „Voor een pizza heb je meel, groente, vis en vlees nodig. Die kopen leveranciers zo goedkoop mogelijk in. Dus gaan ze slepen met stoffen.” Er is een „enorme” concurrentie. „We concurreren op een Europese markt met dezelfde minimumeisen. Dus als het vlees in Roemenië één cent goedkoper is, dan halen we het daar.” Grote prijsverschillen maken het ook verleidelijk om te frauderen door bijvoorbeeld vleessoorten te mixen. „Daar zijn grote voordelen mee te behalen.”

De overheid controleert tegenwoordig vooral op voedsel als de volksgezondheid in het geding is. Aan controle op economische fraude en op het rommelen met de authenticiteit van voedsel komt volgens de onderzoekers de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) nauwelijks nog toe, vooral door de bezuinigingen.

Het is begrijpelijk, vinden voedseldeskundigen, dat de prioriteit ligt bij de volksgezondheid. Maar we moeten niet denken dat economische fraude nooit aan het licht komt. „Het is bizar om steeds naar de overheid te kijken. Het bedrijfsleven controleert meer en beter”, directeur Robert van Gorcom van het instituut voor voedselveiligheid RIKILT.

Toch zou de voedselindustrie „eerlijker” moeten zijn, al is het maar om het vertrouwen van de consument terug te winnen. Van Boekel: „We moeten op etiketten geen oma’s in potjes laten roeren. Hou op met die ambachtelijke flauwekul. Vertel met trots over grootschalige productie.” Hans van Trijp, hoogleraar marktkunde en consumentengedrag aan de Wageningen Universiteit: „Er gaapt een kloof tussen nostalgische plaatjes en productiemethoden. Je moet meer uitleggen.”

Ook moeten onderzoekers en journalisten niet de nadruk leggen op slecht nieuws. „Journalisten hebben belang bij stemmingmakerij. En onderzoekers willen geld voor nader onderzoek”, zegt Tinka Murk, hoogleraar milieutoxicologie aan de Wageningen Universiteit. Een gevolg van de hang naar schandalen is dat onvoldoende onderscheid wordt gemaakt tussen gevaar en risico.

Consumenten weten weinig over risico’s, en worden ongerust als in pangasius de gevaarlijke stoffen trifluralin en chloorpyrifos zijn aangetroffen. Murk: „Die stoffen vergroten de kans op respectievelijk kanker in het spijsverteringskanaal en de ziekte van Parkinson. Maar dan moet je er wel respectievelijk 11 en 21 kilo per dag van eten. Er is geen risico. Maar iedereen is bang.”