Bont gezelschap buigt zich over het schaatsen

Het langebaanschaatsen moet veranderen wil het aantrekkelijk blijven voor sporters, sponsors, media en fans. De KNSB zet 25 experts rond de tafel.

Schaatsteams zonder sponsor. Rijders zonder ploeg. Een schaatsbond op zoek naar een jong publiek, hogere kijkcijfers, meer media-aandacht en nieuwe sponsors. Media en fans op zoek naar snellere kijksport en – als het even kan – kortere dweilpauzes.

Kortom: het langebaanschaatsen, Hollands glorie, moet op de schop. De komende weken buigen 25 professionals van binnen en buiten de schaatswereld en het bedrijfsleven zich over de toekomst van de sport, opdat alle betrokkenen de kans krijgen te zeggen hoe de sport aantrekkelijker en succesvoller kan worden in de jaren na de Winterspelen van Sotsji.

Moeten er meer of minder ploegen komen in Nederland? Is de sport gebaat bij minder toernooien? Hoe boor je een nieuw publiek aan? Wat verwachten zendgemachtigde NOS en andere media eigenlijk van de sport? En moeten de topwedstrijden niet eens naar een nieuw nationaal ijsstadion op een andere locatie?

Het idee voor de brede discussie over Nederlands nationale wintersport ontstond enkele maanden geleden, zegt algemeen directeur Paul Sanders van schaatsbond KNSB. „We maakten ons concreet zorgen over het voortbestaan van het professionele langebaanschaatsen: er waren kleine sponsors, ploegen hadden moeite sponsors te vinden. Toen zijn we de eerste gesprekken begonnen.”

Een voorbeeld van de teruglopende interesse in de sport was de lange zoektocht van de ploeg van Jac Orie naar een sponsor. Om zijn rijders tijdens dat sponsorloze tijdperk te kunnen laten door trainen, besloot de KNSB de ploeg tijdelijk financieel te ondersteunen. Sanders: „Dat gaf heel veel ruis bij de andere ploegen. Wij zouden de markt verpesten. Blijkbaar worden niet alle belangen goed vertegenwoordigd. Wij vonden het niet goed als topschaatsers per se bij een bepaalde coach willen trainen, maar dat niet kunnen. Uiteindelijk willen wij zo veel mogelijk medailles halen.”

Het is een bont gezelschap dat de komende weken in diverse bijeenkomsten de koppen bij elkaar steekt om de toekomst van de sport tegen het licht te houden: sponsors, coaches als Orie en Geert Kuiper, schaatsers en oud-schaatsers als Rhian Ket, Mark Tuitert en Jochem Uytdehaage, maar ook bekenden uit andere sporten, zoals zeilster Lobke Berkhout en de directeur commerciële zaken betaald voetbal van de KNVB, Jean Paul Decossaux. Sanders: „Ik denk dat het goed is om ook met andere sporten en sporters te praten. Daar kunnen wij van leren. Wij willen dat nieuwe model niet zelf achter de tekentafel ontwerpen.”

Ook Patrick Wouters van den Oudenweijer, zaakwaarnemer van Sven Kramer, manager van de succesvolle TVM-schaatsploeg en eigenaar van sportmarketingbureau House of Sports, denkt de komende weken mee. De gesprekken zullen niet gaan over de vraag of de tien kilometer nog wel toekomst heeft, of het allroundschaatsen, zegt hij. „Maar we gaan wel praten over de merkenteams en de enorme versnippering die in het schaatsen is ontstaan.”

De lappendeken aan teams en rijders maakt het voor sponsors lastig zich voor langere tijd te binden. Zo denkt Wouters, die in 1995 met Rintje Ritsma een revolutie veroorzaakte met de oprichting van de eerste commerciële schaatsploeg, Sanex, dat er inmiddels „veel te veel” merkenteams bestaan. „We hebben tien merkenteams, die zo’n zestig profschaatsers herbergen. Dat zijn er in mijn ogen te veel. Misschien moet je terug naar dertig of veertig professionele schaatsers.”

Ook Sanders denkt dat het goed is „meer schaarste” te creëren. „Minder wedstrijden en minder teams maken het voor sponsors aantrekkelijker te investeren.”

De schaatsers vinden zelf ook dat er veel valt te verbeteren. Ket, lid van de atletencommissie van sportkoepel NOC*NSF, signaleert dat sommige rijders een maand voordat de voorbereiding op de Spelen van Sotsji begint nog in onzekerheid verkeren over hun toekomst. „Voor ons is continuïteit en stabiliteit een belangrijk element van het systeem”, zegt hij op schaatsen.nl.