Column

Belazerd door het gymnasium

Behalve dus in Vaticaanstad, wie spreekt er nog Latijn? Niemand toch? Zelfs de beroepsclassici nauwelijks. Latijn is morsdood.

Nonsens, vindt Abel Schutte (18) uit Amsterdam. Hij spreekt wel Latijn, vloeiend zelfs. En hij is geen katholiek, geen idioot, geen wonderkind. Op school kon hij zelfs na jaren stampwerk Ovidius amper ontcijferen. Zijn klasgenoten haatten de taal. Zelf speelde hij liever World of Warcraft.

Tot hij uit frustratie op zijn zestiende naar het buitenland vertrok. Eerst naar een school in Wallonië waar Latijn gesproken werd. Daarna naar Rome, naar de Accademia Vivarium Novum, de campus van latinist Luigi Miraglia.

Rome was een openbaring. Hij zat in een lichting van zo’n twintig studenten, uit de hele wereld, van Bulgarije tot Brazilië. In de eerste maand werd de taal er al in geramd. Niet door stampwerk, maar door totale onderdompeling. Latijn was overal voertaal: ook bij een potje voetbal, ook aan tafel. ‘Cedo crustulum’, klonk het dan (‘mag ik een koekje?’). Of ‘huc!’ (hier die bal!). Hij maakte er vrienden voor het leven en leerde Latijn in vier maanden.

Nu leest hij Cicero alsof het de krant is. En hij voelt zich belazerd door het gymnasium. Want als je in een paar maanden Latijn kunt leren, waarom lukt dat op het gymnasium nog niet eens na vijf jaar?

De taal is te moeilijk, hoor je vaak. Volstrekte onzin, vindt Abel. Het is gewoon een táál, doe eens rustig zeg. Niet de taal, maar de methode is het probleem. Het gymnasium gebruikt nu een anti-methode: je leert niet lezen, maar teksten ontcijferen aan de hand van een schema: inefficiënt, gekunsteld, frustrerend. Om Latijn te leren lezen, moet je Latijn leren spreken – net als de humanisten deden. Net als met iedere taal. Niet voor niets betekent lingua naast ‘taal’ ook ‘tong’.

Met geestverwanten richtte Abel de vereniging Athenaeum Illustre op, die onder meer ijvert voor gesproken Latijn. Vandaag en later deze week zijn er bijeenkomsten in Amsterdam en Leiden (zie: athenaeumillustre.org). Ook Abels leermeester Luigi ‘Aloisius’ Miraglia zal er bij zijn. Een universitair docent Latijn die hij had uitgenodigd, stuurde een mailtje terug: leuk, maar het is ‘niet echt mijn cup of tea’. Diep triest, vindt Abel, dat juist een docent Latijn geen interesse heeft in Latijn spreken. ‘Indignum’, noemt hij het: ongepast, onwaardig.

Want Latijn spreken is geen gimmick voor excentriekelingen. Waren Dante, Newton, Spinoza soms idioten? De taal moet uit het kluisje. Latijn bevrijdt je van de ketens van je tijd. Latijn laat je tijdreizen. Straks, na zijn staatsexamens, wil hij terug naar Rome. Eerst maar alle klassieken lezen, daarna de grote humanisten, Erasmus, Petrarca – dat werk.

Arjen van Veelen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen.