Aziaten verslaan ons talent op WK junioren

Schaatsers uit Japan en Korea gingen er vandoor met de titels op de WK junioren. Schaatsland Nederland speelde een bijrol in Collalbo.

Ooit hadden ‘we’ een abonnement op de wereldtitels bij de junioren. Vaak was het vooral de vraag welke Nederlander dit jaar weer wereldkampioen zou worden bij de jeugd. Bij de vrouwen reed er altijd wel een Ireen Wüst (2005), een Marrit Leenstra (2008), een Roxanne van Hemert (2009) of een Lotte van Beek (2010) naar goud. En bij de mannen had je behalve echte allrounders als Sven Kramer (2005), Jan Blokhuijsen (2008) en Koen Verweij (2009 en 2010) zelfs sprinters als Beorn Nijenhuis (2002), Remco Olde Heuvel (2003) en Sjoerd de Vries (2007) die de allroundtitel mee naar huis namen.

Maar zo eenvoudig gaat dat tegenwoordig niet meer. De laatste drie edities ging het goud naar landen als Noorwegen, Japan, Korea en Tsjechië en niet naar Nederland. Afgelopen weekeinde werd op het pittoreske buitenbaantje van het Italiaanse dorp Collalbo het mannenpodium bezet door de Koreaan Seo Jeong-su (goud), de Noor Simen Spieler Nilsen (zilver) en zelfs een Italiaan, Andrea Giovannini (brons). Gerben Jorritsma (vijfde) was de beste Nederlander.

Bij de vrouwen ging de wereldtitel net als vorig jaar naar de Japanse Miho Takagi. En voor het eerst in de veertigjarige geschiedenis van het toernooi eindigde er een Zwitserse op het podium, al doet de naam anders vermoeden: Kaitlyn McGregor. Antoinette de Jong uit het Friese dorpje Rottum redde de Nederlandse eer met een tweede plaats in de eindrangschikking.

„Ik denk dat het een golfbeweging is”, zegt jeugdbondscoach Erik Bouwman vanuit Collalbo. Hij zegt zich „nog geen zorgen” te maken over de Nederlandse toekomst. Maar, erkent hij: „Bij de mannen doen wij de laatste jaren op allroundgebied even niet mee.”

Overigens is dat niet alleen bij de junioren, constateert Bouwman. „Bij de NK allround zag je dit seizoen al een gigantisch gat tussen Sven Kramer en Jan Blokhuijsen en de rest.”

Bouwman ziet wel een aantal oorzaken voor de mindere prestaties op de WK junioren. Buitenlandse junioren rijden op relatief jonge leeftijd al lange afstanden als de vijf kilometer, omdat zij door het gebrek aan binnenlandse concurrentie eerder meedoen met de senioren. „Een Nederlandse junior komt daar niet tussen. Die is op de lange afstanden wat minder ver, wat minder gehard dan zijn buitenlandse leeftijdgenoot.”

Overigens ziet hij de ontwikkelingen niet louter negatief. „Er wordt vaak gezegd dat het alleen maar een Nederlandse aangelegenheid is. Maar het allrounden in jaren niet zo internationaal geweest. Daar moeten we blij mee zijn.”