Afrikaans met een Latijnse twist

Susana Baca. Gehoord 13/3, North Sea Jazz Club, Amsterdam.

Langs de Peruaanse kust liggen stadjes en dorpen waarvan veel inwoners afstammen van de Afrikanen die daar als slaaf werkten. Susana Baca werd geboren in een dergelijk vissersdorp en groeide uit tot ambassadrice van de Afro-Peruaanse muziek. Ze schopte het in 2011 zelfs even tot minister van Cultuur in Peru. Gisteren wist ze de dinerende North Sea Jazz Club moeiteloos stil te krijgen met haar gedragen zang.

Baca’s teksten komen meestal van Peruaanse dichters of oude slavenliederen. Vooral de ritmes en de gebruikte instrumenten verraden de herkomst uit de slavernij. De percussionist zat te midden van een keur aan instrumenten. Hij bespeelde voornamelijk de cajón, een krat omgetoverd tot drumkit. Voor Molino molero, een nummer dat schuurt van de pijn van een slavenvrouw, hing hij een kistje om zijn nek waarvan het deksel het ritme aangaf en dat hij aan alle kanten met hout bespeelde. Gebruiksvoorwerpen vervingen op de plantages vaak de door slavenhouders zo gevreesde drum.

Baca’s laatste album heet Afrodiaspora, daarom was er gisteren ook tango te horen en Caribische stijlen. Ze kan een krachtige diepe stem oproepen, maar dat deed ze weinig. De liederen klonken wat plechtig, maar wanneer ze haar band liet spelen werden ingenieuze ritmes verkend.