Major League kijkt mee in ‘behandelkamer’ 432

Nederlands honkbalteam is in de VS voor de halve finale van de Classic. Amerikaanse profclubs waken voor overbelasting van hun spelers. „Alles wordt juridisch afgedekt.”

Teamarts Rob Tamminga behandelt in een kamer van het Sheraton Hotel in Phoenix honkbalspeler Xander Bogaerts. Foto Henk Seppen

Kamer 432 van het Sheraton Hotel in Phoenix is voor even het zenuwcentrum van het Nederlands honkbalteam. Hier stoomt de medische staf pitchers, catchers, binnen- en buitenvelders klaar voor de finaleronde in San Francisco. Wie niet fit genoeg is, valt af. Zoals Jonathan Isenia en Yurendell De Caster, voor hen is de World Baseball Classic voorbij. „Isenia raakte tijdens het laatste duel met Japan geblesseerd aan zijn elleboog. De Caster viel tegen Cuba uit met een blessure aan zijn peesplaat”, legt teamarts Rob Tamminga (56) uit. „Op het moment dat je zijn club daarvan op de hoogte stelt, is het vaak al einde verhaal. Dan roepen ze zo’n speler terug.”

De clubeigenaren van de Amerikaanse Major League mogen dan hun profs één keer in de vier jaar afstaan voor het landentoernooi, maar tijdens de World Baseball Classic gelden tal van restricties die het risico op blessures zo veel mogelijk moeten zien te voorkomen. Zo mogen pitchers maar een beperkt aantal ballen gooien. De technische staf van Nederland onderhandelde gisteren uitvoerig met de Los Angeles Dodgers om Kenley Jansen als vervanger voor Isenia te halen. Vooral de verzekering van de speler is een heikel punt. Alles staat of valt bij de medische begeleiding. „Bij alles wat wij doen, kijkt de Major League mee”, zegt orthopedisch manueel therapeut Tamminga. „Ze hebben iemand aan onze staf toegevoegd die steeds rapporten van spelers maakt. Alles moet juridisch worden afgedekt. Zo werkt dat in de VS.”

Nederland kreeg in de tweede ronde met een aantal blessuregevallen te maken. Behalve werper Isenia vielen ook Wladimir Balentien, Roger Bernadina en Yurendell de Caster met uiteenlopende klachten uit. Namens de Major League keek een Amerikaanse orthopeet naar de kwetsuren van de Nederlanders. Balentien en Bernadina lijken op tijd fit, maar De Caster viel gistermiddag toch af. Nog voordat manager Hensley Meulens zijn speler had ingelicht, maakte Major League Baseball al bekend dat het toptalent Profar maandag als vervanger van De Caster beschikbaar is als Nederland de halve finale speelt. „Wij moeten ervoor zorgen dat ze zo fit mogelijk zijn. Maar de manager moet uiteindelijk beslissen of hij een speler bij de groep houdt of een vervanger oproept”, aldus Tamminga.

Tamminga staat al meer dan tien jaar aan de leiding van het medische team dat de nationale honkbalploeg tijdens grote toernooien begeleidt. Samen met de sportfysiotherapeut Pepijn van Ingen (35) maakt hij overuren om de 28 internationals tijdens de World Baseball Classic in goede conditie te houden. „We hebben een klein portabel revalidatiecentrum bij ons”, vertelt Tamminga, terwijl hij de kuiten van de jonge prof Xander Bogaerts masseert. „Het bovenlichaam en de schouders zijn het meest blessuregevoelig bij honkballers. Maar je moet op veel zaken voorbereid zijn. We zijn van Arizona naar Taiwan gereisd, daarna doorgegaan naar Tokio en zijn nu weer terug in Arizona. Je moet spelers dan veel laten rusten en veelal preventief behandelen.”

De werkdag van Tamminga en Van Ingen begint meestal al vroeg in de ochtend, als de eerste spelers gemasseerd willen worden. En niet zelden gaat na een avondwedstrijd pas diep in de nacht het licht uit. „Wij maken overuren, maar dat hoort er een beetje bij. Het komt ook door onze manier van werken. De Amerikanen willen alles afhandelen in het honkbalstadion zelf. Daarbuiten gebeurt eigenlijk weinig. Wij willen spelers juist in het hotel behandelen, ver voor en na wedstrijden. De spelers hebben daar op de langere termijn voordeel van”, zegt Tamminga.

De Nederlandse teamarts krijgt tijdens de World Baseball Classic met meerdere cultuurverschillen te maken. Zo blijft Tamminga zich verbazen over de eetgewoontes van veel profs in de Major League. Hamburgers, eieren en spek behoren tot het doorsneevoedsel van de profhonkballer. „Ja, dat is toch lekker”, zegt Bogaerts, die languit gestrekt op de bank ligt. De jonge prof van de Boston Red Sox heeft geen grammetje vet op zijn lichaam. „Als je te zwaar wordt, dan hoor je het echt wel, hoor. Dan heb je bij je club wel een probleem. Als profhonkballer heb je een grote eigen verantwoordelijkheid. ”

Tamminga beaamt dat. „Laat ik vooropstellen dat dit de fitste Nederlandse honkbalselectie is die ik onder handen heb gehad. De meeste spelers zijn enorme atleten. De tijd dat veel honkballers met overgewicht kampten, is wel een beetje voorbij. Voor bepaalde type spelers vormt extra massa geen belemmering. Een pitcher of een slagman die vooral homeruns slaat, hoeft nu eenmaal niet zo heel veel te lopen. Wij wegen de spelers iedere dag. Als het gewicht omhoog gaat, dan wordt daar echt wel wat van gezegd. En aan de andere kant: als iemand opeens veel afvalt, kan dat ook een signaal van iets zijn.”

De medische staf van Nederland is ook zeer op zijn hoede om dopinggebruik te voorkomen. Vier jaar geleden werd Tamminga twee maanden na de World Baseball Classic verrast door een positieve dopingtest van Sydney Ponson, in wiens lichaam de verboden stof phentermine was gevonden. De Nederlandse pitcher mocht twee jaar geen internationale wedstrijden spelen, maar kon wel in de Amerikaanse Major League blijven uitkomen. „Gelukkig hadden wij vooraf alle spelers een verklaring laten tekenen dat ze zelf verantwoordelijk waren voor wat ze gebruikten. Dat hebben we nu weer gedaan.”

Tamminga weet dat het gebruik van steroïden in het verleden binnen het profhonkbal oogluikend werd toegestaan. Een homerunkoning als Barry Bonds had daar baat bij. „Het honkbal heeft zich moeten conformeren aan de WADA-code. De regels zijn nu aangescherpt. Major League Baseball weet dat de sport zich niet te veel dopinggevallen kan veroorloven. Zeker niet als de sport weer olympisch wil worden. Als teamarts geloof ik niet in spierversterkers. De snelheid van honkballers loopt daardoor terug. En ze kunnen hartklachten veroorzaken. Ik raad het altijd af”, zegt de arts in hotelkamer 432.