Column

Zoon en moeder

‘Waarom ga je steeds meer non-fictie lezen als je ouder wordt?” vroeg ik aan een oudere schrijver van non-fictie.

„Jij ook?” vroeg hij.

Ik knikte: „Steeds meer biografieën en egodocumenten.”

„Je wilt weten hoe een ander zich er doorheen slaat”, zei hij.

Ik moest er weer aan denken toen ik gebogen zat over het lange artikel dat Jacob Bernstein onlangs in The New York Times over de laatste dagen van zijn moeder Nora Ephron schreef. Ephron, bekend als columnist en scenarioschrijver (When Harry Met Sally; Silkwood), stierf in juni 2010 op 71-jarige leeftijd. Zij had voor de buitenwereld haar ongeneeslijke ziekte zo lang mogelijk verborgen gehouden. Ze vreesde dat haar toneel- en filmprojecten financieel niet uitvoerbaar waren als bekend zou worden, dat zij ze misschien niet meer zelf kon voltooien.

Eén van die projecten was het toneelstuk Lucky Guy over een tabloid-journalist, Mike McAlary, die in 1998 de Pulitzer-prijs won met een onthullend artikel over mishandeling door een politieman. McAlary begon aan zijn research toen hij al wist dat hij vergevorderde darmkanker had. Een half jaar nadat hij zijn prijs in ontvangst nam, stierf hij, 41 jaar oud. De prijs was voor hem ook een vorm van eerherstel geweest, omdat hij eerder een beschamende canard had gepubliceerd.

Voor Ephron was hij een rolmodel, hij belichaamde voor haar de gewenste manier om de dood tegemoet te treden: richt je op een aanwijsbaar doel, ga door met schrijven als je schrijven kunt. Ze schreef nog twee boeken, twee toneelstukken en deed een filmregie.

Moet je als zoon over de doodstrijd van je moeder in The New York Times schrijven? Ik weet niet of Jacob Bernstein (zoon van Watergate-onthuller Carl Bernstein, de tweede van de drie echtgenoten van Ephron) het zijn moeder gevraagd heeft. Ze zou er geen moeite mee hebben gehad. Haar credo was altijd: „Alles is materiaal.” („Everything is copy.”) Haar moeder Phoebe had op haar eigen sterfbed tegen haar gezegd: „Maak aantekeningen.” Dat deed ze toen. Zo zou ze later over haar huwelijk met Bernstein de roman Heartburn schrijven.

Jacob Bernstein heeft een indringend artikel over het levenseinde van zijn moeder geschreven. Je kunt haar volgen in haar medische afwegingen als ze de diagnose van haar bloedziekte (MDS) heeft gekregen. Moet ze dezelfde behandeling (stamceltransplantatie) nemen als Susan Sontag, die ook aan deze ziekte leed en bij wie de transplantatie mislukte?

Ze kiest voor het advies van een arts die een mildere behandeling voorstaat; met prednison en een matige chemotherapie zingt ze het nog twee jaar uit voor de ziekte overgaat in acute leukemie.

Voor het eerst toont ze zich ontroostbaar. „Ik wil 100 worden, ik wil zien hoe het jou en Max (haar andere zoon) vergaat.” Ze ziet op tegen nog meer chemo, maar stemt ten slotte toch toe. Anderhalf jaar later krijgt ze longontsteking, het begin van het einde – haar ziekte heeft dan zes jaar geduurd.

De moeilijkste dagen zijn aangebroken, de gesprekken in het ziekenhuis worden moeizaam, de stiltes langduriger. Ze wordt kaal, moet overal bij geholpen worden. Maar ze heeft nog genoeg tegenwoordigheid van geest om haar begrafenis, inclusief sprekerslijst, te regelen.

Op 25 juni 2012 ziet ze de tatoeages op de armen van Max.

„Mom, I’m so sorry about my tattoos”, zegt hij.

„You. Aren’t. Really”, zucht ze berustend. Dan valt ze weer in slaap.