Zo kennen we FC Barcelona weer, met geniale Messi

Barcelona liet gisteren zien dat het nog niet afgeschreven kan worden. De club versloeg AC Milan: toch weer met tiki taka-voetbal.

Was het einde van het tijdperk van het futbol tiki taka aangebroken? Het had er alle schijn van. FC Barcelona, dat de afgelopen jaren het clubvoetbal domineerde, had drie van zijn laatste vijf wedstrijden verloren, van de zeer verdedigende teams Real Madrid en AC Milan.

Tegengif leek gevonden. Maar dat was buiten Lionel Messi gerekend.

Nog niet eerder had een team in de Champions League een 2-0 achterstand uit de heenwedstrijd goedgemaakt. En ja, als die bal van Milan-speler M’Baye Niang erin was gegaan, vlak voor rust, had Barcelona het nog moeilijk gekregen.

Maar op Lionel Andrés Messi Cuccittini, geboren op 24 juni 1987 in Rosario, de Noord-Argentijnse stad waar ook de wieg stond van Che Guevara, staat geen maat. Al jaren niet. Vier jaar op rij won Messi de titel van de beste voetballer ter wereld. En er is geen zicht op een opvolger. Cristiano Ronaldo? Een uitmuntende speler, die in elk ander tijdperk de beste van de wereld had kunnen zijn. Maar hij leeft in het tijdperk van Messi.

Voetballers zijn op hun best op hun 27ste, wordt wel eens beweerd. Dan hebben ze genoeg ervaring en zijn ze fysiek op hun top. Maar voor Messi gelden geen voetbalwetten.

Hij was de jongste speler die zijn debuut voor Barcelona maakte in de Primera División, op 16 oktober 2004, uit bij Espanyol. Frank Rijkaard was de trainer die hem liet debuteren. Op 1 mei 2005 maakte hij zijn eerste goal, tegen Albacete – weer de jongste in de clubgeschiedenis.

In zijn beginjaren werd Messi vaak ingezet op de flanken. Met zijn 1,69 meter en zijn lichtvoetige spel voldeed hij in geen enkel opzicht aan het profiel van de bonkige centrumspits. Ook als buitenspeler was hij al een sensatie, maar de gouden greep kwam van trainer Josep Guardiola, de opvolger van Rijkaard. Hij zette de Argentijn, bijgenaamd De Vlo, centraal voorin. Daar groeide Messi uit tot de beste speler, en tot een doelpuntenmaker zonder weerga. In 241 competitiewedstrijden voor Barcelona scoorde Messi 209 keer.

Milan had gisteravond weer gekozen voor een tactiek met vier verdedigers plus twee teruggetrokken vleugelspelers, door oud-trainer Aad de Mos van onder meer Ajax en PSV getypeerd als een 6-3-1-systeem. „Trainer José Mourinho van Real Madrid begon ermee. Hij kreeg de vleugelspelers Ángel di María en Cristiano Ronaldo zo ver dat ze gingen spelen als veredelde backs, om hun verdediging te ondersteunen. Je krijgt dan een 6-3-1-systeem: vier verdedigers, met Di María en Ronaldo als extra backs. Dan drie sterke middenvelders ervoor en een eenzame spits, die de hele wedstrijd wacht op dat ene balletje dat hij erin kan schieten. Zo speelde AC Milan ook.”

Het voordeel van deze strategie, zegt De Mos, is dat de vier ‘echte’ verdedigers heel dicht op elkaar kunnen spelen. Barcelona, dat het moet hebben van de korte combinaties en de steekpassjes, heeft letterlijk geen ruimte om erdoorheen te komen.

Maar gisteravond, toen het echt moest, toen zijn team een schier onoverbrugbare 2-0 achterstand uit de heenwedstrijd moest wegpoetsen, stond Messi op. Zijn goals toonden waarom hij de beste is.

De 1-0 van Messi, al in de vijfde minuut, ontstond uit een een-tweetje door het centrum. Weliswaar zaten de verdedigers van Milan hem zeer dicht op de huid, zoals afgesproken, maar Messi heeft helemaal geen ruimte nodig. Met een korte voetbeweging legde hij de bal goed, waarna hij de bal in de kruising krulde.

Bij de 2-0, vijf minuten voor rust, schoot Messi de bal door de benen van Milan-verdediger Philippe Mexès. De ballen die de voeten van Messi verlaten, hebben altijd precies de juiste vaart, het juiste effect, de juiste plaatsing. Dribbelend kan hij alleen worden afgestopt met overtredingen, en zelfs die weet hij met zijn behendigheid vaak te ontwijken. Messi is ook zelden geblesseerd. Hij láát zich gewoon niet tackelen. Het werd uiteindelijk 4-0, door doelpunten van David Villa en Jordi Alba.

Er zal heus een moment komen dat het ultraverdedigende voetbal van teams als Milan of Real Madrid het zal winnen van het Catalaanse combinatiespel. Het is in de voetbalgeschiedenis wel vaker voorgekomen dat een succesvol spelsysteem op een zeker ogenblik wordt gedemonteerd, zegt Foppe de Haan. De oud-trainer van onder meer SC Heerenveen en Jong Oranje wijst onder meer op het catenaccio-systeem. Jarenlang hadden ploegen als Internazionale succes met een libero, een extra man achter de verdediging.

Het antwoord op de ultraverdedigende Italianen was het ‘Nederlandse’ 4-3-3-systeem van de jaren zeventig, zegt De Haan. „Die libero was perfect om aanvallen door het midden op te vangen. Maar toen kwamen de buitenspelers op, met voorzetten vanaf de zijkant. Dan had je niet meer zo veel aan een libero.”

Dat ‘totaalvoetbal’ werd weer opgevolgd door het verdedigende spel van de jaren tachtig en negentig.In het voorbije decennium was aanvallen weer het devies. Elk systeem kent een natuurlijk einde. Maar Barcelona zal niet wijken zolang Messi er speelt. Op Messi zit geen sleet.