Wat zit hierin verstopt?

Verkiezingen Groenland //

Groenland koos gisteren een nieuw parlement Onder de ijslaag ligt een schat aan grondstoffen die onafhankelijkheid kan bieden Maar daarnaar laten boren is nog een risico

Groenland smelt, al gaat het langzaam. Dat was – indirect – het thema van de parlementsverkiezingen van gisteren. Niet dat de Groenlandse politici zich de afgelopen weken in hun verkiezingscampagne erg druk hebben gemaakt over klimaatverandering of over de ecologische gevolgen van het verdwijnende ijs. Nee, voor de Groenlanders is de opwarming in de eerste plaats een kans.

Onder de dikke ijslaag die het eiland bedekt, ligt een schat aan grondstoffen te wachten op exploratie. China, de EU en de VS kijken gretig naar het eiland als een bron van ijzererts, mogelijk ook goud en zink, uranium en een aantal zeldzame aardmetalen die cruciaal zijn voor moderne mobiele telefoons, hybride auto’s en hoogtechnologisch militair materieel. Ook hebben ze belangstelling voor de grote hoeveelheden gas en olie in de Groenlandse bodem, zowel onder het ijs als voor de kust. Met die grondstoffen, in combinatie met de opening van noordelijke zeeroutes door het smeltende Noordpoolijs, kan Groenland zich op termijn losmaken van Denemarken.

Voorlopig is het nog niet zover. Groenland is financieel afhankelijk van Denemarken, dat elk jaar een kleine 460 miljoen euro bijdraagt aan het budget, bijna de helft van de totale Groenlandse begroting. Verder leveren de Denen justitiële bijstand aan de eilandbewoners, bieden ze jonge Groenlanders de mogelijkheid om (gratis) te studeren op het Deense vasteland, leveren ze de noodzakelijke gezondheidszorg, inclusief gratis ziekenhuisopname in Denemarken, en zorgen ze met hun marine voor militaire beveiliging.

Maar sinds Groenland in 2009 al bijna volledig zelfbestuur kreeg, nadat daar in 1979 een begin mee werd gemaakt, wordt langzaam toegewerkt naar onafhankelijkheid. Zeker door de linkse regering van premier Kuupik Kleist, leider van de partij Ataqatigiit (14 van de 31 parlementszetels). „Er heeft in Groenland altijd de tendens bestaan zich af te sluiten van de rest van de wereld”, zei Kleist vorige week op een persconferentie. „Het is mijn persoonlijke ambitie om het land verder te openen. Er is geen alternatief.”

Chinese mijnwerkers

Veel Groenlanders aarzelen. Ze vinden dat Kleist veel te snel gaat, bijvoorbeeld met het prestigeproject op 175 kilometer ten noorden van de hoofdstad Nuuk. Daar is het Britse bedrijf London Mining begonnen met het opzetten van een mijn voor ijzererts, voor de Chinese markt. Het bedrijf wil 2,3 miljard dollar (1,7 miljard euro) investeren, zowel in de mijn zelf als in de benodigde infrastructuur. Maar het project is in de aanloop naar de verkiezingen op een laag pitje gezet, vanwege de weerstand bij de Groenlandse oppositie, die bang is voor de komst van duizenden goedkope Chinese arbeidskrachten. London Mining wil ongeveer 3.000 Chinese mijnwerkers naar Groenland halen – een fors aantal op een totale bevolking van slechts iets meer dan 57.000 inwoners.

Kleist, die op termijn hoopt dat Groenland geheel onafhankelijk wordt, heeft weinig begrip voor dit „nationalistische verzet”. In een gesprek met persbureau Reuters noemt hij „de angst om overspoeld te worden door buitenlanders [...] schromelijk overdreven. We zijn bezig een wereldspeler te worden.” Het irriteert hem dat de Groenlanders juist nu vervallen in een debat over etniciteit en nationalisme.

Aleqa Hammond van de oppositionele Siumut (9 zetels), die de band met Denemarken wil behouden, vindt dat Kleist te snel gaat. Ze is niet tegen mijnbouw, maar vraagt zich af of Groenland wel voldoende profiteert van de komst van grote buitenlandse bedrijven. Ze vindt dat investeerders meer belasting moeten betalen. „Het belangrijkste probleem is dat mensen het gevoel hebben dat ze onvoldoende bij de besluitvorming worden betrokken. Waar is de stem van het volk?”, vroeg Hammond zich deze week af in een gesprek met buitenlandse journalisten. „Mensen vragen hoe het kan dat zij werkloos zijn, terwijl er massa’s Chinezen het land binnenkomen.”

Kleist beseft dat er nog een lange weg te gaan is. Er zijn in de afgelopen jaren al ongeveer 150 licenties uitgedeeld voor de ontginning van grondstoffen, maar tot nu toe is er maar één mijn daadwerkelijk in bedrijf genomen. Het Schotse bedrijf Cairn Energy heeft tussen 2009 en 2011 acht olieboringen uitgevoerd, maar niet één bron succesvol aangeboord. De Amerikaanse Geological Survey schat weliswaar dat er ongeveer 50 miljard vaten olie in de Groenlandse bodem zitten, maar erkent ook dat het gaat om „de regio met wereldwijd het hoogste risico bij de ontginning”. Vissers vrezen dat het een keer misgaat en dat zij hun bestaansmiddelen kwijtraken – en Groenland daarmee een belangrijk deel van zijn inkomen, aangezien de visserij nu nog verantwoordelijk is voor 90 procent van de export.

Ook de Europese Unie lijkt weinig haast te hebben om de banden met Groenland verder aan te halen. Er is een samenwerkingsovereenkomst voor de ontginning van aardmetalen, waarbij Brussel zich bereid heeft verklaard om jaarlijks 25 miljoen euro te investeren. Maar verder dan goede bedoelingen is Brussel niet gekomen.