Voedingsconcerns leven goede voornemens niet na

Slechts drie van de 25 multinationals in een nieuwe voedingsindex halen een voldoende. Beloftes om voedsel gezonder te maken komen vaak niet uit.

De grote levensmiddelenbedrijven in de wereld beloven meer dan ze in de praktijk doen om voedsel gezonder en goedkoper te maken. Vaak hebben ze een mooie strategie geformuleerd voor een gezondere samenstelling, een betere beschikbaarheid en een verantwoorde marketing, maar blijft de implementatie achter. Dat blijkt uit de Access to Nutrition Index (ATNI), die gisteren voor het eerst verscheen.

De index is een initiatief van de anti-ondervoedingsorganisatie GAIN, de Bill & Melinda Gates Foundation en de Wellcome Trust, die onderzoek naar gezondheid financiert. Het doel van de ranglijst is dat bedrijven zich gaan verbeteren op deze punten. De openbare vergelijking met de concurrentie moet ze daartoe aanzetten.

De onderzoekers willen hiermee zowel ondervoeding als obesitas bestrijden. Wereldwijd lijden ruim twee miljard mensen aan een van deze aandoeningen. In veel sterk opkomende economieën, zoals China, India en Brazilië, bestaan beide problemen naast elkaar. Ondervoeding slaat in dit onderzoek niet alleen op een tekort aan calorieën, maar ook op kwaliteit: vitaminen, mineralen, etc.

De resultaten van het onderzoek laten zien dat er nog heel veel te verbeteren is. Slechts drie van de 25 onderzochte concerns halen een voldoende: Danone, Unilever en Nestlé. En hun rapportcijfers zijn mager. Danone staat met een 6,3 op nummer één. Bedrijven die het verzoek van de onderzoekers om extra informatie niet beantwoordden eindigen lager op de lijst. FrieslandCampina staat op nummer 19.

De bedrijven die het beste scoren op het gebied van de samenstelling van hun producten, zijn degene die de hoeveelheid zout, suiker en vet naar beneden brachten, en die meer groenten, fruit, vezels en volkorengranen toevoegen. De meeste bedrijven besteden wel aandacht aan het onderwerp gezondheid in hun jaarverslag, maar minder dan de helft blijkt een doelstelling te hebben om hun producten daadwerkelijk gezonder te maken.

Voor ondervoeding hebben de concerns nauwelijks aandacht. De hoogste score op dit terrein krijgt Unilever met een 5,4 – nog altijd een onvoldoende. De meeste bedrijven halen een cijfer onder de 2. Als bedrijven wel iets doen tegen ondervoeding gaat het meestal om liefdadigheidsprojecten, niet om initiatieven die gewoon deel uitmaken van hun zakelijke activiteiten. Slechts acht bedrijven hebben zich voorgenomen om ondervoeding te bestrijden door de productie van levensmiddelen met toegevoegde voedingsstoffen (fortified foods).

Vijf van de 25 onderzochte bedrijven maken kunstvoeding voor baby’s. Volgens de onderzoekers houden zeker twee van hen, Nestlé en Danone, zich niet aan de internationale afspraken over de marketing van kunstvoeding. Daarin staat onder andere dat kunstvoeding niet gepromoot mag worden als substituut voor borstvoeding.