Verlicht ramen, met mate

Amsterdamse bedrijven moeten ’s nachts hun lichten uitschakelen. Tijs van den Boomen pleit voor een milieubewust alternatief waarmee je de duisternis van een provincieplaats vermijdt.

Foto Flip Franssen

Elk jaar ontvangen zo’n vierhonderd Amsterdamse bedrijven een brief van de gemeente met het verzoek hun ‘verlichting structureel in de nacht uit te schakelen’. Om slappe uitvluchten te voorkomen zit er een foto van het verlichte pand bij, met het tijdstip van het heterdaadje. De gemeente laat zich daarbij overigens van haar zoetsappigste kant zien: „We hopen dat we u niet overvallen met deze foto van uw bedrijf.”

Wettelijke sancties zijn er nog niet, maar dat kan snel veranderen. Amsterdam schrijft in het laatste nummer van het blad Plan Amsterdam, dat geheel gewijd is aan licht in de openbare ruimte, een voorbeeld te willen nemen aan Frankrijk. Met ingang van 1 juli moeten alle etalages daar ’s nachts donker zijn op straffe van een boete van 750 euro, uitzonderingen zijn er alleen met Kerstmis en bij lokale festiviteiten. Een uur nadat de laatste werknemer naar huis is gegaan moet het licht in kantoren uit zijn.

Zo ver is het in Amsterdam nog niet, maar nu al zijn de reacties van bedrijven opvallend deemoedig. Sommige beloven bewegingsmelders aan te schaffen, andere beroepen zich op eisen die de verzekering stelt. De gemeente laat nu onderzoeken of dat klopt en wat eraan te doen valt. Een hotel schrijft dat het dagelijks bezig is met ‘Verantwoord Ondernemen’, maar dat de receptie op de eerste verdieping toch echt verlicht moet zijn omdat gasten het hotel anders niet kunnen vinden. En een bank in Zuidoost laat weten dat het ‘een internationaal bedrijf’ is: „Dit verklaart waarom op soms wat vreemde tijden activiteiten in het pand plaatsvinden en verlichting hierbij dus noodzakelijk is.”

Je verontschuldigen omdat je werkt, dat is de omgekeerde wereld. In Rotterdam denken ze heel anders over verlichte kantoren. In het Lichtplan Rotterdam staat: „Verlichting vanuit deze interieurs draagt bij aan de levendigheid van de nacht en maakt van de stad een city that never sleeps.” Rotterdam koestert zijn skyline met overal oplichtende ramen, het nog niet uitgevoerde plan bevat net niet de aansporing ‘Doe het licht aan’, als variant op de Amsterdamse actie ‘Mag het licht uit’.

Toch heeft Amsterdam natuurlijk een punt met haar actie: ook al gaat het naar eigen zeggen om ‘klein bier’, het blijft energieverspilling om ’s nachts alle lampen aan te laten. Maar hoe vermijd je de duisternis van een provincieplaats? Een mooi compromis biedt de aloude truc van vakantiegangers: met een tijdklok zorgen dat er af en toe licht brandt. Zelfs de veiligheidsfolder van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding propageert die aanpak: „Laat bij afwezigheid licht branden in verschillende vertrekken in huis.”

Met een slim lichtschema kunnen kantoren steeds wisselende etages verlichten, van elf tot een ’s nachts bijvoorbeeld het bedrijfsrestaurant, daarna twee uurtjes de afdeling debiteuren/crediteuren, waarna de vergaderkamers van de raad van bestuur het overnemen tot de archiefruimtes aan de beurt zijn.

Van zo’n aanpak kun je bedrijven gemakkelijk overtuigen. Niet omdat ze er energie mee besparen, maar omdat ze zo de indruk kunnen wekken dat de zaken goed gaan en dat er hard gewerkt wordt.