Twijfel over wapen van Gruuthuse is verdwenen

Het mooie middeleeuwse Egediuslied staat alleen in het Gruuthuse-handschrift. Altijd was er twijfel of het wapen daarin wel echt was.

‘Egidius waar bestu bleven.’ Wie kent hem niet: de beroemde eerste regel van het Egidiuslied. Mi lanct na die gheselle mijn, gaat het daarna verder. Het Middeleeuwse klaaglied werd rond 1400 samen met 146 andere liedteksten, 7 berijmde gebeden en 18 gedichten bijeengebracht in een verzamelhandschrift.

Het lelijke eendje, noemde letterkundige Frits van Oostrom dat verzamelhandschrift. Geen sierlijke hoofdletters staan erin, versierd met krullen en veel goud. Geen bontgekleurde plaatjes, zoals in veel andere Laat-Middeleeuwse handschriften.

Alleen onder de eerste liedtekst is iets getekend: het wapen van Lodewijk van Gruuthuse (1427-1492), de rijke krijgsman en raadsheer uit Brugge naar wie het handschrift vernoemd is.

En dat wapen is echt, maken onderzoekers van de Koninklijke Bibliotheek (KB) in Den Haag nu bekend.

Werd daaraan getwijfeld dan? „Jazeker, het was een kwestie”, zegt Ad Leerintveld, conservator bij de KB. „Er staat in een achttiende eeuws handschrift iets naast dat wapen gekriebeld. Iemand heeft er de naam en titels van Van Gruuthuse geschreven, het jaar dat hij ‘Ridder in de Orde van het Gulden Vlies’ werd en zijn wapenspreuk: ‘Plus est en Vous.’”

Op zich klopt dat allemaal. „Van Gruuthuse was opgenomen in het Gulden Vlies. In 1461”, zegt Leerintveld. „Maar wie schreef dat erbij? En waarom?” Het bracht sommige letterkundigen aan het twijfelen. Zou ook het wapen pas in de achttiende eeuw zijn toegevoegd, vroegen zij zich af – om zo het onooglijke manuscript meer aanzien te geven? De prachtige collectie handschriften van Van Gruuthuse was befaamd.

Leerintveld: „En als het wapen inderdaad achteraf vervalst was, dan zouden letterkundigen ten onrechte al jaren van het Gruuthusehandschrift hebben gesproken. Dan zou Egidiushandschrift een betere benaming zijn.” In 2007 verwierf de KB het handschrift, dat eeuwen in bezit was van de Belgische adellijke familie Van Caloen. Dit jaar kregen onderzoekers van de KB de kans om het tot op de bodem uit te zoeken.

„We mochten uit de Bibliothèque Nationale de France in Parijs een ander handschrift uit de Gruuthuseverzameling lenen. Ook met een wapen voorin. Zo konden we die twee wapens onder dezelfde omstandigheden en met dezelfde apparatuur bestuderen”, zegt Henk Porck, conservation scientist bij de KB.

Met een röntgenfluorescentie-spectrometer van de Technische Universiteit Delft, en met hulp van een expert van de Universiteit Antwerpen, werden de wapens doorgelicht. De wapens bleken dezelfde chemische samenstelling en opbouw te hebben. „We vonden kwik, ijzer, lood, zilver en goud – telkens op dezelfde plekken in dezelfde hoeveelheden.” Goud in de achtergrond, kwik (vermiljoen) in de rode kwartieren, zilver in de kruisen daarop.

Afdoende bewijs? Leerintveld: „Dat iemand in de achttiende eeuw het wapen twee keer namaakte – in het Gruuthusehandschrift én in het handschrift uit Parijs – is uitgesloten. Het handschrift uit Parijs lag al sinds de zeventiende eeuw in de Bibliothèque Nationale.”

Van Gruuthuse verwierf het „onooglijke” handschrift dus zelf, concluderen de onderzoekers. Misschien wel direct van de groep zangers en dichters die het samenstelde. Misschien simpelweg uit liefde voor de literatuur. Leerintveld: „Maar dat zullen we nooit zeker weten.”

Volgende maand presenteren de onderzoekers hun resultaat op een congres in Brugge. In die stad opent binnenkort ook de tentoonstelling Liefde en Devotie. De tentoonstelling schetst het bruisende Brugge – ‘het New York van de Late Middeleeuwen’.

En ja, ook het handschrift zelf is er te zien, even weer terug in de stad waar het vandaan komt.