Thomas Bayrle heeft gevoel voor humor, detail en herhaling

Beeldende kunst

Thomas Bayrle: All-in-One. Te zien t/m 12 mei in Wiels, Avenue van Volxem 354, Brussel. Woensdag tot en met zondag 11-18u, 1ste en 3de woensdag van de maand maand tot 21uur. Inl: www.wiels.org**

Eigenlijk was het prachtig zoals het was, vorige zomer op de Documenta in Kassel. Documenta-curator Carolyn Christof-Bakargiev had de bijna vergeten, bejaarde kunstenaar Thomas Bayrle (Berlijn, 1937) opgespoord en gaf hem een reusachtige zaal in de Documenta-Halle.

Bayrle, die zijn carrière in 1956 begon als wever maar snel de overstap maakte naar Pop en Op Art en naar seriële, kinetische en mediakunst, toonde in Kassel een selectie van hoogtepunten uit zijn decennialange kunstcarrière.

Er was een meer dan honderd vierkante meter omspannende fotomontage van een jumbojet, opgebouwd uit honderden minifoto’s van hetzelfde vliegtuig. Er waren bewegende, geluid producerende sculpturen die bestonden uit ruitenwissers en oude automotoren, een schitterend driedimensionaal wandkarton van gevlochten repen. Bayrle nam zijn bezoek mee op een rondgang langs veel uit de twintigste eeuw dat refereerde aan mobiliteit en industriële productie. Het was indrukwekkend. Het was oorspronkelijk. En zo had het kunnen blijven.

Maar Wiels, het centrum voor hedendaagse kunst in Brussel, pakte de draad op, begon eraan te trekken, in de hoop op – ja, wat hoopte Wiels eigenlijk te vinden?

Op het eerste retrospectief met werk van Thomas Bayrle in België, dat zich uitstrekt over twee verdiepingen van de voormalige bierbrouwerij, wordt duidelijk dat Bayrle een kunstenaar is die in het verleden aardige ideeën had. Maar hij heeft die ideeën dermate uitgemolken dat de zeggingskracht ervan verloren is gegaan.

Eén van de ideeën betreft de reproduceerbare foto die in een grotere, identieke foto wordt gemonteerd. Het ‘Vliegtuig’ op de Documenta was er een voorbeeld van. In Wiels blijken er nog tientallen ‘vliegtuigen’ te zijn, ontstaan in de jaren zeventig en gerecycled tot ver in de jaren negentig. Er is een zwemmer die is opgebouwd uit honderden identieke kleine zwemmers (in Plitsch Platsch - 1978), een koeienkop die is opgebouwd uit honderden koeienkopjes, een kip uit meer kippetjes, bierraketten opgebouwd uit raketjes, enzovoort. De woordspelingen zijn flauw, de verwijzingen simplistisch.

De tentoonstellingstekst (een catalogus ontbreekt opmerkelijk genoeg) stelt dat het werk van Bayrle maatschappijkritisch is en zich te weer stelt tegen zaken als consumentisme, wapenwedloop en auto-industrie. Maar een werk als Tas (1969-1996), een beeld in de vorm van een handtas die is opgebouwd uit een heleboel theekopjes en -schoteltjes (jazeker, in het Frans heet dat une tasse), heeft net zo weinig met maatschappijkritiek van doen als Van Goghs Aardappeleters met de anti-kernwapenlobby. En het hoofd van een Madonna dat is opgebouwd uit fotootjes van Mercedessen – dat soort maatschappijkritiek vind je tegenwoordig terug op posters bij de Xenos en de Blokker.

Gelukkig is dat niet alles. De kwaliteit van Bayrles unica overstijgt dat van zijn seriële werken. Nauwkeurig gefiguurzaagde assemblages als AJAX (1965) of de Nurnberger Orgy (1966) belichten hun onderwerp met subtiele kleuren, een fijn gevoel voor detail en een flinke toef zwarte humor.

Tamelijk recente werken Sandthrowers’ Epoch uit 2005 en de Lange Mars uit 2006 vormen de hoogtepunten van dit retrospectief. Zwart-witfoto’s zijn in lange stroken karton geweven: het is een proces dat Bayrle ook op de Documenta liet zien en dat hij ook in een geweldig beeld als Autovrije zondag toepast. Stroken karton en kunststof verstoppen ieder beeld soms wel, soms niet aan het zicht.

Dit levert dan iets op dat los van welke ideologie dan ook duidelijk maakt dat kijken naar kunst net zo’n groot avontuur kan zijn als het maken ervan.