Terug in Nederland zijn ze erg gevaarlijk

Het aantal jongeren dat als jihadstrijder naar het buitenland reist neemt snel toe. Het niveau voor terrorismedreiging is erdoor verhoogd.

Natuurlijk is het toeval dat Dick Schoof net is begonnen als Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Hij is nog geen twee weken aan de slag en zag zich vanmorgen direct genoodzaakt om het dreigingsniveau in Nederland te verhogen: van ‘beperkt’ naar ‘substantieel’.

Nederland kent vier dreigingsniveaus – minimaal, beperkt, substantieel en kritiek. Reden voor deze verhoging is níet dat Schoof concrete aanwijzingen heeft voor een terroristische aanslag in Nederland, benadrukte hij vanmorgen. Maar de kans op een aanslag is volgens hem wel groter, doordat er meer jihadreizigers vanuit Nederland richting Afrika en Midden-Oosten vertrekken. Hun bedreiging ontstaat vervolgens bij terugkeer in Nederland. De jihadreizigers doen expertise en geweldervaring op in bijvoorbeeld Syrië, en komen dan „radicaal, getraumatiseerd en in hoge mate geweldsbereid terug”, zegt Schoof.

Dát er „jihadreizigers”, zoals de NCTV de radicale jongeren noemt, vanuit Nederland naar het Midden-Oosten en Noord-Afrika vertrekken, is niet nieuw, vertelde Schoof vanmorgen in zijn eerste gesprek met de pers als terrorismecoördinator. Alleen het aantal radicale jongeren dat vertrekt richting jihadgebieden is in korte tijd wel snel toegenomen: van enkelen naar tientallen naar momenteel tegen de honderd man die in landen als Syrië aan het strijden zijn. Dat vindt Schoof een zorgwekkende trend. Ook de snelheid van ‘uitreis en terugkeer’, zoals dat in jargon heet, vindt hij zorgelijk.

De toename van het aantal strijders – die overigens vaak Nederlands zijn, maar ook bijvoorbeeld de Marokkaans of Turkse nationaliteit hebben – heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat Syrië relatief dichtbij ligt. Via Turkije is het land gemakkelijker bereikbaar dan bijvoorbeeld Afghanistan of Pakistan. Bewijslast is voor het Openbaar Ministerie en de Algemene Inlichtingendienst zeer lastig om te verzamelen. In november vorig jaar hield het OM drie verdachten aan, maar die zijn inmiddels weer op borgtocht vrijgelaten. Schoof: „Deze jongeren kunnen nog zoveel spullen bij zich hebben die erop wijzen dat ze gaan vechten, de bewijslast blijft een groot probleem. En ze boeken geen rechtstreeks ticket naar Damascus.”

Wat merkt de ‘gewone’ Nederlander nou van dit verhoogde dreigingsniveau? Niets, zei Schoof. Er zijn geen merkbare gevolgen voor bijvoorbeeld de troonswisseling. Hij bedoelt deze waarschuwing vooral voor wat hij de professionals noemt: het Openbaar Ministerie, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, maar vooral ook de burgemeesters en de politie.

Hoeveel jihadstrijders er momenteel ergens in Nederland leven die al zijn teruggekeerd vanuit Syrië, wilde de coördinator niet zeggen. „Er is een aantal terug, en die houden we in de gaten.” Zij zijn verspreid over Nederland, maar concentreren zich wel in groepjes, waarschijnlijk in onder andere Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Niet voor niets waarschuwde de NCTV gisteren al de burgemeesters van de vier grote steden in Nederland dat hij het dreigingsniveau vandaag zou verhogen. Hij roept de burgemeesters vooral op hun moslimgemeenschappen goed in de gaten te houden. Die moslimgemeenschappen moeten zélf ook beter opletten of er jongeren uit hun kring plannen hebben om op reis te gaan. „Er is minder aandacht voor deze risico’s dan ik vind dat er zou moeten zijn, bij politiek, bestuur en de samenleving zelf.” De lokale overheden doen nu te weinig, zegt Schoof, omdat er lang geen sprake was van substantiële terroristische dreiging. Dat heeft de aandacht doen verslappen.

Overigens is deze stijging van het aantal radicale jongeren niet uniek voor Nederland. Vanuit heel Europa zijn er honderden jihadstrijders in Syrië actief. Onlangs werd de dood bekend van twee Deense strijders. Van Nederlandse slachtoffers was de NCTV nog niets bekend, „maar het is wachten op de mededeling dat er een Nederlands slachtoffer is gevallen, zoveel weten we wel.”