Russen worden weer drie jaar ouder sinds val van de Sovjet-Unie

De jongste cijfers over de gezondheidssector in Rusland laten een verbetering zien. Zo is de kraambedsterfte gedaald. Of verstrekken de Russische autoriteiten te rooskleurige cijfers aan de WHO?

Russen sterven vaker vroegtijdig dan West-Europeanen: het vandaag verschenen rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie laat het weer zien. Russische vrouwen bijvoorbeeld sterven tien keer vaker in het kraambed dan Nederlandse.

Je zou bijna denken dat er niks verandert in het grootste land ter wereld. Maar dat klopt niet. Het Russische bruto binnenlandsproduct per hoofd is sinds 2000 gestaag gestegen, van ruim achtduizend naar bijna twaalfduizend euro per jaar. En de Russen groeiden mee.

Intussen leven ze gemiddeld drie jaar langer dan in 2000. Ze worden nog geen 69 jaar gemiddeld, zoals in 1990, vlak voordat de Sovjetunie uiteenviel. Maar wel alweer 68, drie jaar ouder dan aan het eind van de Jeltsinjaren, waarin economie en gezondheidszorg waren ingestort. Gebrek aan zorg, medicijnen of geld om die te kunnen betalen werd veel Russen in de jaren negentig vroegtijdig fataal.

De nieuwe WHO-cijfers over kraambedsterfte in Rusland, die als indicator gelden van de gezondheidstoestand en -zorg in een land, lijken ronduit bemoedigend. Stierven er in de periode 1990 tot en met 2010 gemiddeld nog 34 van de 100.000 vrouwen tijdens of kort na de bevalling, inmiddels is dat afgenomen tot 22. Tien keer meer dan in Nederland, maar ook een derde minder dan in de jaren ervoor.

„Wacht even”, onderbreekt Aleksandr Saverski het telefonisch voorlezen van deze cijfers. „De Wereldgezondheidsorganisatie krijgt die cijfers van de Russische autoriteiten. En die stellen de zaken veel mooier voor dan ze zijn. Zoveel is er niet veranderd.”

Saverski is voorzitter van de liga ter bescherming van de Russische patiënt en schreef in 2009 met twee co-auteurs het handboek Hoe veilig te baren in Rusland. Het biedt een kritische kijk op de speciale klinieken waar bijna elke Russische vrouw bevalt. Wie zorgeloos wil baren, kan het beste in Sint-Petersburg wonen, schrijven de auteurs. Daar staan de beste huizen waar de vader bij de bevalling aanwezig mag zijn – zonder daarvoor te hoeven betalen. In de Russische traditie wacht de man bij vrienden op het verlossende telefoontje, en krijgt hij zijn kindje pas te zien als het ingepakt naar buiten wordt gebracht.

Aanwezigheid van de vader bij de bevalling is volgens Saverski niet alleen gewenst om de moeder gerust te stellen. Het zegt ook iets over de openheid en eigentijdsheid van de zorgaanbieders, zeker als ze het niet tegen betaling als ‘extra service’ aanbieden. Beschikbaarheid van een reanimatiekamer voor de pasgeborene is een ander goed voorteken. Cameratoezicht helpt ook.

De klachten over kraamzorg namen afgelopen vier jaar nog niet noemenswaardig af, zegt Saverski. Zwangere vrouwen worden regelmatig behandeld als veroorzakers van overlast. In het weekend krijgen ze uitstelmiddelen, doordeweeks worden baby’s juist sneller gehaald dan raadzaam is.

Veel vroedvrouwen zijn oudere vrouwen die ooit een cursus van twee maanden deden bij het Rode Kruis of de Rode Halve Maan en vooral op hun intuïtie en ervaring afgaan. Van de kraambedsterfte kan 70 procent worden voorkomen, meldt Saverski’s boekje zonder cijfermatige onderbouwing, omdat statistieken over medische fouten ontbreken.

De winst die wordt behaald met de aanleg van moderne prenatale centra en het feit dat er de laatste jaren geen tekorten aan medische spullen meer zijn, leiden volgens de ligavoorzitter niet tot een fundamentele verbetering van de kraamzorg. „De opleidingen tot vroedvrouw zijn nog steeds nauwelijks verbeterd.”

Wie de statistieken wel vertrouwt, vergeet Rusland en wendt de blik naar ex-Sovjetstaten die minder of geen welvaartsgroei kenden. Moldavië, Kirgizië, Tadzjikistan: daar sterven volgens de WHO de meeste vrouwen in het kraambed, tot 23 keer zo veel als in Nederland.