Records Dow Jones: een valse dageraad?

En dat is zes: eergisteren sloot de Amerikaanse Dow-Jonesindex voor de zesde maal op rij hoger, op een record van 14.447 punten. Toen de Dow vorige week dinsdag de eerste poging deed, regende het meteen neerbuigend commentaar – als er überhaupt al aandacht aan werd besteed.

De index, of beter: het Dow-Jonesgemiddelde, is een ouderwetse ongewogen prijsindex van dertig aandelen die weliswaar toonaangevend zijn, maar niet noodzakelijk representatief voor de Amerikaanse economie – laat staan de techsector.

Dat is allemaal inderdaad zo, maar het eigenaardige is dat het niet zo veel uit maakt. Bredere indices als de S&P-500 of zelfs die van Russell geven in theorie een beter beeld. Maar de Dow doet in de praktijk toch sinds jaar en dag heel goed mee. De S&P-500 staat zelf op een haar na ook op recordhoogte.

Er lijkt dan ook een andere reden waarom het record van de Dow zo mat werd ontvangen. Het hele klimaat rond aandelenbeleggingen is aan de depressieve kant. Het zal toch wel niet! Wat zeggen aandelen nou? Zoveelste valse dageraad. Die stemming is begrijpelijk, na vijf jaar crisis.

Maar ga eens terug naar 1983, dertig jaar geleden, toen op de Amsterdamse Effectenbeurs de AEX-index werd gelanceerd. Gecorrigeerd voor inflatie waren aandelen toen gemiddeld lager dan aan het einde van de jaren zestig en van wat er ooit aan aandelencultuur was geweest restte een ravage.

De AEX-index begon destijds op 100 gulden, iets meer dan 45 euro. Zeventien jaar later, in september 2000, piekte de index op iets meer dan 700. Dat is ruim het vijftienvoudige en daarbij is nog niet eens rekening gehouden met het dividend.

Geen wonder dat er, na een aarzelende start, een krach in 1987 en een minikrach in 1989, in de jaren 90 een nieuwe aandelencultuur ontstond. Behaalde resultaten in het verleden leken een garantie voor de toekomst. Pensioenfondsen barstten van het geld en iedereen en zijn huisdier stortte zich op de markt. Hoe dat allemaal is afgelopen weten we inmiddels. Maar zoals aandelenbeleggingen destijds kritiekloos werden bejubeld, zo overdreven is het defaitisme van nu.

Hoe mensen staan tegenover aandelenbeleggingen, dat moet iedereen zelf weten. Wellicht is dit record voor de Dow weer zo’n valse dageraad. De wereldeconomie trekt dan wel wat aan, maar zij wordt gesteund door een ongekend ruimhartig monetair beleid, met alle gevaren van dien. Dat beleid geldt nog sterker voor de financiële markten zelf, waar de rentevoeten, van kortlopend tot langjarig, kunstmatig laag worden gehouden. Wantrouwen is dus op zijn plaats.

Het neemt allemaal niet weg dat de stemming begin jaren 80 vergelijkbaar was. De No Future van de punkbeweging gold ook voor de beurs. En welke idioot stapte er toen in hemelsnaam in die nieuwe beursindex van Amsterdam?

Antwoord: iemand die er de eerstvolgende zeventien jaar per saldo geen spijt van heeft gehad.

Maarten Schinkel is economisch commentator van NRC. Op deze plek schrijft hij elke woensdag een column over economie.