Razendsnel de bèta-carrièreladder beklimmen

Hoe krijg je jongeren zover dat ze iets technisch gaan studeren? Dat is, als je het over techniek en carrière hebt, de meest uitgekauwde vraag die je kunt stellen. Op één na: hoe krijg je meisjes zover dat ze iets technisch gaan studeren?

Een Amerikaans artikel, vorige maand in Journal of Educational Psychology, viel dan ook op met de verfrissende onderzoeksvraag: als je kinderen die goed zijn in wiskunde een klas laat overslaan, maken ze dan later sneller carrière in iets technisch dan zonder klas overslaan? De onderzoekers keken naar wiskundetalentjes omdat die de grootste kans hebben iets technisch te gaan studeren, of zoals de Amerikanen zeggen: iets STEM’igs (science, technology, engineering and mathematics).

Het is weer eens wat anders: ‘hoe kunnen kleine wiskundewonders nóg sneller de bèta-carrièreladder beklimmen’ in plaats van ‘hoe brengen we alle kinderen bij dat techniek en wetenschap leuk zijn’. Maar het idee erachter is wel vergelijkbaar: de wiskids moeten zo snel carrière maken omdat wetenschappelijke en technologische doorbraken de economische groei bevorderen en de kwaliteit van leven verbeteren. Als getalenteerde jonge mensen daar eerder mee beginnen, profiteren we er allemaal van. Maar heeft het overslaan van klassen inderdaad dat effect?

Ja, dat bleek zo te zijn – maar het bleek vooral vroeger zo geweest te zijn. De onderzoekers volgden duizenden slimme wiskinderen (de beste 1 procent van hun leeftijdsgroep wat wiskunde betreft) van de basisschool tot hun werkende leven. De onderzoekers vergeleken kinderen die minstens één klas oversloegen met verder vergelijkbare kinderen die dat niet deden. De klasoverslaanders waren niet alleen eerder klaar met studeren, ze promoveerden ook vaker en jonger en hadden vaker en jonger een eerste wetenschappelijke publicatie op hun naam. Ze hielden dus niet alleen tijdens het studeren, maar ook als ze wetenschapper werden (en dat werden wiskundetalenten steeds vaker) een voorsprong.

Alleen: die voorsprong was het grootst bij de kinderen die al in 1972 aan het onderzoek begonnen en werd in latere jaren kleiner. Misschien door nieuwe lesmethoden waarbij slimme kinderen tussen leeftijdgenootjes kunnen blijven zitten én extra leren: extra colleges op school op universitair niveau, extra zomercursussen. Tijdwinst zonder klas overslaan.

Het is een grappig idee dat een peperduur, veertig jaar lopend onderzoek zichzelf bijna overbodig lijkt te hebben gemaakt. „Slimme kinderen een klas laten overslaan, werkt dat?” „Ja, maar het hoeft tegenwoordig niet meer.” Nu moeten we nog die vraag hoe je jongeren (en meisjes, ja) naar wetenschap en techniek lokt, overbodig zien te krijgen.