Paus moet God wat vrijer laten

Een nieuwe paus moet ruimte laten aan wie gelooft, half of niet, betoogt Rik Torfs.

Wie zijn wij om God in zijn vrije tijd te controleren? De katholieke traditie en eeuwenoude rituelen maken verandering acceptabel.

Hebben katholieken een heel andere paus nodig?Iemand die de moderne wereld ‘begrijpt’? Of is het beter nieuwlichterij te vermijden, ondertussen al het moois behoudend dat de kerkgeschiedenis heeft overgeleverd? Ik kan me moeilijk aan conservatisme warmen. Vaak is het niets anders dan heimwee naar een verleden dat nooit heeft bestaan. Als een wezenskenmerk van het katholicisme mag het geenszins worden beschouwd.

De Franse orthodoxe theoloog Olivier Clément (1921-2009) plaatst de katholieke kerk tussen het protestantisme en de orthodoxie in. Het protestantisme laat zich wel eens door de tijdsgeest en de lokale omstandigheden overmeesteren, waardoor het met de geschiedenis samenvalt en erin verdwijnt. De orthodoxie blijft in het verleden steken, en zo mist ze haar afspraak met de geschiedenis. Het katholicisme zit er tussenin. Door de stabiele figuur van de paus wordt verandering mogelijk zonder dat de traditie wordt verloochend.

Traditie verschilt fundamenteel van conservatisme. Traditie is bijvoorbeeld: een paus in mooie gewaden die erin slaagt in de lijn van zijn vereerde voorgangers het tegendeel te zeggen. De conservatief daarentegen hoopt dat alles altijd hetzelfde blijft, semper idem, zoals de wapenspreuk van de vermaarde kardinaal Alfredo Ottaviani (1890-1979) vermetel luidde.

Juist traditie maakt het mogelijk tot verandering te komen. Daarom moet de tijdloze schoonheid van het Vaticaan blijven, de grandeur van de colonnade van Gian Lorenzo Bernini die de ideeën van elke paus, wie hij ook is, ver overtreft. En een paus die zich in de Sixtijnse kapel uitspreekt voor de priesterwijding van de vrouw of tegen het verplichte celibaat, weet dat met het Laatste Oordeel van Michelangelo als achtergrond ergere dingen zijn gezegd. Ik hoop dus dat de nieuwe paus dergelijke uitspraken durft te doen.

Traditie voert niet tot conservatisme. Integendeel, ze maakt vernieuwing draaglijk: als de gedachten niet deugen, is er nog het decorum om terug op te vallen. Traditie is mooi, maar natuurlijk moeten die nieuwe, drieste ideeën er echt zijn, wil de kerk tot geruststellende veranderingen komen. Want elke verandering heeft nood aan ideeën. De stelling dat het goede handelen belangrijker is dan het sterke denken, deel ik niet, ook al omdat ze van mijzelf een slechtere katholiek zou maken dan ik nu al ben. Maar evenzeer uit vrees voor een weinig appetijtelijk moreel puritanisme. Scherpslijperij op dat gebied hebben we al genoeg gehad. Net als uitglijders. In de ogen van velen is de katholieke kerk een instituut dat zich tot hoofdtaak heeft gesteld het gebruik van condooms te bestrijden, terwijl kindermisbruik wordt toegestaan. Onzin natuurlijk, maar wel onzin die de kerk en haar pausen zelf in de hand hebben gewerkt. Hier luidt de boodschap: zeg niet hoe anderen moeten leven, maar veeg voor eigen deur.

Maar de ideeën dus. Daar komt het op aan. De geloofwaardigheid van de kerk zal blijken uit hoe zij met de waarheid om weet te gaan. Ik weet ook wel dat die niet bestaat, maar toch blijft ieder mens er tegenaan schurken. Volslagen relativisme is ons niet alleen vreemd, het is ook uit den boze. Iets waar Joseph Ratzinger ten overvloede op wees.

Misschien zijn wij als in seksuele moraal tot enige rekkelijkheid geneigd, een houding die onze partners overigens niet altijd rimpelloos delen. Maar geenszins vinden we alles om het even. Nagenoeg niemand zal het stenigen van vrouwen na overspel beschouwen als een interessante mogelijkheid waarvan in West-Europa toevallig niet en in delen van Nigeria toevallig wel gebruik wordt gemaakt.

Maar de waarheid van het katholicisme is dan weer ongemeen massief. Ze is absoluut en exclusief, wat betekent dat niet-katholieken misschien wel aardig zijn, maar de waarheid continu mislopen. Dat werpt een merkwaardig licht op de oecumenische en interreligieuze dialoog. Kun je trouwens van een dialoog spreken met mensen van wie je in je achterhoofd weet dat ze voortdurend bezig zijn zich te vergissen?

Hopelijk komt er ooit, en waarom niet nu, een paus die het absolute karakter van het geloof van het exclusieve weet te scheiden. Een paus die gelooft dat God nooit dichter bij de mens was dan in de persoon van Jezus Christus. Maar misschien wel even dicht bij de mens. Wie zijn wij om God in zijn vrije tijd te controleren, zelfs al zijn wij van beroep toevallig paus?

Ook andere grote geloofsvragen verdienen aandacht. Neem nu het hiernamaals. Onze tijdgenoten denken dat het is afgeschaft. Tegelijk blijven ze er zich vragen over stellen, ook al wagen ze het nauwelijks die uit te spreken. Dat is jammer. Een paus met allure durft een gesprek aan te gaan over de ultieme lotsbestemming van de mens, zonder dat hij daarbij aan de wetenschap en het hedendaagse filosofische denken voorbijgaat. Met taferelen zoals op de schilderijen van Jeroen Bosch, waar graven openbreken en doden na lange tijd weer een stapje in de wereld zetten, wint de kerk de discussie niet.

Tenslotte past een paus bescheidenheid. Hij moet wie gelooft, of half, of niet, ruimte laten. Daarin excelleert het katholicisme. Soms toch. Het beschikt over eeuwenoude rituelen. Over Gregoriaanse gezangen waarvan de charme is dat de meeste mensen die ze ooit hoorden, gestorven zijn. Rituelen volgen het ritme der seizoenen. Wie in een kerk zit, hoort ze, zonder dat hij hoeft te luisteren. Toen ik kind was, vonden mijn onderwijzers dat we tijdens missen hard op moesten letten. Niets mocht ons ontgaan. Dat is natuurlijk niet zo. Rituelen bieden onze gedachten de kans om af te dwalen. Want gedachten zijn vrij. Wie de paus ook is.

Rik Torfs is Vlaams hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven en kerkjurist.