Ook ik werd een onderdeel van Hitchcocks mythe

Wat gebeurde in San Francisco in 1957? Hitchcock nam er Vertigo op. Voor de roman Hotel Vertigo dompelde schrijver Kees ’t Hart zich onder in die periode.

Ongeveer vier jaar geleden kreeg ik het idee om een roman te schrijven over een jongen die in de jaren vijftig via een uitwisselingsprogramma voor scholieren in Amerika belandde. Ik had lang geleden zo’n uitwisselingsjongen gekend, een Amerikaan, hij zat een tijdje bij mij op de middelbare school, droeg witte sokken en was mormoon.

Dit idee bleef opduiken, ik ging erover peinzen. Bij wie zou een Nederlandse jongen in Amerika belanden, hoe hield hij zich staande? Waar kwam hij terecht? Laten we zeggen in San Francisco, dacht ik, omdat ik daar in 2007 toevallig een weekje was geweest. Het voelde goed, een jongen, op de grens van volwassenheid, ver van huis, maar wat dan, wat dan? En San Francisco voelde ook goed, maar wat deed die jongen daar precies? Wanneer was hij in San Francisco? Laten we zeggen ergens in de jaren vijftig. In de jaren zestig had ik geen zin, voor je het wist zat je dan vast aan de clichés over ‘vrijheid’, ‘flowerpower’ en ‘studentenopstand’ waar ik last genoeg van gehad heb. Dat dus nooit.

Wat gebeurde er destijds in San Francisco? Naspeuringen via internet leverden uiteraard Elvis Presley op, hij trad in 1956 en 1957 in San Francisco op, maar hij duikt bij al mijn romanplannen op, dus daar had ik niks aan. Hoe Hitchcock in beeld kwam weet ik niet meer. Vermoedelijk tijdens een wandeling door De Passage in Den Haag, daar valt me altijd van alles in. Misschien was ik zijn naam ergens tegengekomen, plus de naam van de film Vertigo (1958), die ik vroeger verschillende keren gezien heb.

Hitchcock, Vertigo, 1958, jongen, San Francisco, meer heb ik voor schrijven niet nodig. Zo gaat dat altijd bij mijn romanplannen, ze hangen van toevalligheden aan elkaar. Het is een kwestie van zelfvertrouwen om er echt aan te beginnen. En voor ik het wist bedacht ik: stel je voor dat deze jongen min of meer toevallig betrokken raakt bij de verfilming van Vertigo in San Francisco. Hierover heb ik zeker een half jaar lopen peinzen zonder ook maar een woord op papier te zetten. Hoe maak ik dit aannemelijk? Hoe zorg ik ervoor dat lezers niet gelijk afhaken? Wanneer filmde Hitchcock in San Francisco? Ik zocht het uit: augustus-september 1957. Hoe ging dat toen precies, zo’n film?

En pas nu kwam Hitchcock voorgoed binnen. Ik downloadde van internet het filmscript van Vertigo: vrijwel alle klassieke filmscripts kun je daar vinden. Las het: vreemde dialogen, rare gedachtesprongen, droge kost. Ik herinnerde me van vroeger uit de film één prachtige scène haarscherp: Scottie is wegens gekte in het ziekenhuis opgenomen, zijn vriendin bezoekt hem. Ze gaat weg en Hitchcock filmt haar seconden lang van achteren in een grijze ziekenhuisgang. Zoals ze daar loopt, onvergetelijk: in drie seconden bracht hij haar hele leven in beeld. Als ik zo’n sfeer zou kunnen bedenken en beschrijven dan was ik uit de brand.

Maar wat een rare film is het. Helemaal niet zo’n goede film, vreemd, veel autoritten, veel trage gesprekken, onnodige scènes, ongelooflijk fraaie interieurs, lange shots, straten, huizen. De verwilderde blik van Scottie. Het leek alsof Hitchcock de spanningsmeter maar eens flink omlaag had gezet, het ging hem om de obsessie, niet om de spanning. En het begon bij mij te werken. Pas als iets raar is, bijna onbegrijpelijk van vreemdheid, dan wordt het wat. North by Northwest en Psycho zijn betere films, veel meer volgens het boekje gemaakt, maar een stuk minder vreemd, minder onbeholpen vreemd, alsof er in Vertigo iets te verbergen viel, alsof Vertigo een geheim bevatte dat zich nooit zou willen openbaren. En de scène in de ziekenhuisgang was, toen ik hem opnieuw zag, nog steeds fabelachtig mooi. Er zitten nog meer scènes in van peilloze melancholie en machteloosheid over verdrongen obsessies.

Er brak bij mij een ernstige Hitchcockperiode aan, er was geen houden meer aan. Lezen maar jongen, alle Hitchcockbiografieën, studies, het bekende Truffaut-interview, herinneringen, stapels boeken. Films en nog eens films. We vertrokken in 2010 voor een maand naar San Francisco, waar ik letterlijk alle locaties bezocht waar Hitchcock Vertigo filmde. Mijn vrouw nam er oeverloos foto’s van, tot op het belachelijke af, opdat ik er thuis verder over zou kunnen dromen. Maar wat heb je aan foto’s van straathoeken, van museumingangen, hotelkamers, steegjes vlakbij Union Square, kerken, grafzerken, pleinen en façades? Ik heb er honderden, en er is niks op te zien, ook niet de geest van de oude Hitch, achteraf bedenk ik dat het me erom ging hem dichtbij te denken, zijn obsessies naar me toe te denken.

Het Empire Hotel waar hij een paar shots van de façade liet filmen, bleek nu ‘Hotel Vertigo’ te heten. Het was gerenoveerd en net geopend. Ik heb verwilderd in de kamer gestaan (en op het bed gezeten) waar Hitchcock volgens de dienstdoende deskman van het hotel ooit filmde. Ik mocht er rondkijken, het was een kleine kamer, een replica van de kamer uit de film, ik voelde me er hoogst opgelaten. Ik wist dat Hitchcock hier nooit filmde, hij liet de hotelkamer nabouwen in de Paramount Studio in Hollywood. En ineens wist ik hoe het allemaal moest, ik wist ook dat ik de namen in mijn roman zou ontlenen aan de filmcrew die ooit Vertigo opnam. En Hitchcock moest erin voorkomen, eerder toevallig dan opgelegd, hij moest iemand in de verte blijven. Ik wist eindelijk alles. Overigens ademde het hele hotel de mythe van Hitchcock: ‘Master of Suspense’, ironische en onbenaderbare filmer van verdrongen lust en van het onbewuste. Hitchcocks mythe, ik was er onderdeel van geworden, besefte ik en ik wist dat ik die mythe niet zou ontraadselen maar hem met volle kracht in stand zou houden en zelfs nog verder zou vergroten. En zo werd hij míjn Hitchcock, een filmende filosoof die het werk van Heidegger had gelezen, een tovenaar die de aanwijzingen voor de cameraman lardeerde met opmerkingen over ‘angst’, over ‘vergetelheid’, over ‘thuis’, over ‘wonen’, ‘gewonen’, ‘bewonen’. Een filmer van vergetelheid en verlangen. Het schrijven kon beginnen.

Afgelopen november was ik terug in San Francisco om de roman aan een paar mensen te brengen, ze komen in het boek voor. Ik had ze dit in 2010 beloofd: wanneer het boek klaar is, krijg je het. De deskman uit Hotel Vertigo, een andere dan die mij een paar jaar daarvoor rondleidde, bekeek de kaft met enige verbijstering. Hotel Vertigo. „I was here almost three years ago”, zei ik. Hij keek naar mij. „It’s unbelievable”, zei hij, „did you write this book? This is so cool.” Hij bladerde door het boek. „Is this Dutch”, zei hij. „It’s really cool.” Hij kon er niet over ophouden, hij beloofde het boek een ereplaats te geven. We stonden daar een beetje vreemd bij elkaar te dralen. „I was in the Hitchcock Room”, zei ik nog.